Beroepsgeheim
​De wisselleerder is gebonden aan het beroepsgeheim.

​De wisselleerder is gebonden aan het beroepsgeheim. Het beroepsgeheim houdt in dat men de plicht en het recht heeft om zaken die men louter door professionele bezigheden verneemt of in het bezit krijgt en die vertrouwelijk zijn, geheim te houden. Dit beroepsgeheim wordt ingevuld conform artikel 458 van het strafwetboek en artikel 7 van het decreet Integrale Jeugdhulp. 

Wij raden altijd sterk aan om de wisselleerder goed te leren kennen in de opdracht die hij/zij vervult. Soms gaat het om mensen met een andere finaliteit dan een welzijnsfinaliteit (politie, openbaar ministerie, …) of hulpverleners met een rapportageplicht, dit maakt dat men relevantie info in functie van een opdracht moet doorgeven aan de hiërarchisch overste (bv. consulent jeugdrechter, justitieassistent, …). Hierdoor is het belangrijk om op voorhand een kennismakingsgesprek te organiseren met een duidelijke toelichting aan de wisselleerder over de cultuur eigen aan de organisatie en het zorgvuldig omspringen met cliëntinformatie. Binnen dit gesprek kunnen de wederzijdse verwachtingen worden geëxpliciteerd.

De gastorganisatie brengt haar cliënten op de hoogte van de methodiek Vreemdgaan-wisselleren. Indien aangewezen, kan de gastorganisatie het 'toestemmingsformulier cliënt' gebruiken om het fiat te verkrijgen voor een bepaalde hulpverlener om de begeleiding mee te volgen.

De verantwoordelijkheid voor de informatie waar de wisselleerder toegang toe krijgt, ligt steeds bij de gastorganisatie. De gastorganisatie dient hier vooraf nauwkeurig over na te denken zodat er, indien aangewezen, bepaalde cliëntinformatie kan afgeschermd (bv. anonimiseren) worden die in het kader van het wisselleren overbodig is.

De gastorganisatie plant op het einde van de uitwisseling een afrondingsgesprek met de wisselleerder zodat er een moment van feedback mogelijk is.

Er wordt strikt gevraagd dat, bij de terugkoppeling in de eigen organisatie van de wisselleerder, de besprekingen anoniem en niet op individueel casusniveau gebeuren. Het allerbelangrijkste is om de vertrouwensrelatie met de cliënten te beschermen.