Zorgincident in de kinderzorg - wie kan aansprakelijk zijn?
Rechtspraak 09/09/2013

Hof van Beroep Luik 22 januari 2013, nr. 2013/209

​DE FEITEN

Op 20 juli 2009 overlijdt T., een peuter van twaalf maanden, na een tragisch ongeval bij de onthaalmoeder. Deze laatste is - in navolging van een controle door de sociaal assistente van de dienst voor onthaalouders en een pediater - erkend door ONE (Waalse tegenhanger van Kind & Gezin).Tijdens zijn middagdutje is de peuter vermoedelijk gaan rechtstaan aan de rand van zijn bedje en door de matras gezakt, waardoor hij met zijn hoofdje tussen de rand van het bedje en de eerste lat van de lattenbodem is komen vastzitten en vervolgens is gestikt. De grote afstanden tussen de latjes van de lattenbodem en soepelheid van de matras zouden aan de basis liggen van het ongeluk.

De zaak wordt voor de rechtbank gebracht waarbij vier partijen worden vervolgd: de onthaalmoeder zelf, de sociaal assistente van de dienst voor onthaalouders, de administrateur-generaal van de ONE, en de ONE zelf in de hoedanigheid van rechtspersoon.

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG MARCHE-EN-FAMENNE

Op 20 juni 2012 sprak de rechtbank van eerste aanleg te Marche-en-Famenne zich uit over de dood van de peuter en de aansprakelijkheid van de betrokken partijen. De focus ligt op het foutelement, waarbij de rechtbank dient na te gaan of een wettelijke norm of de zorgvuldigheidsnorm geschonden is.

De rechtbank komt tot de vaststelling dat de onthaalmoeder geen wettelijke bepaling heeft geschonden. Ter controle van de naleving van de zorgvuldigheidsnorm, worden de handelingen getoetst aan de "goede huisvader onthaalmoeder" in dezelfde omstandigheden geplaatst. De rechter komt tot het oordeel dat er geen schending van de zorgvuldigheidsnorm bestaat in hoofde van de onthaalmoeder. Verschillende feitelijke gegevens liggen hieraan ten grondslag. Het bed waarin de peuter sliep vertoonde geen gebrek, evenmin werd een gebrek vastgesteld door de sociaal assistente en de pediater. Bovendien werd het bed meermaals met hetzelfde doel gebruikt. De onthaalmoeder had geen kennis van de brochures voor onthaalouders van het ONE, die bepaalde richtlijnen omtrent de matrassen en lattenbodem bevatten.

Het handelen van de sociaal assistente wordt op dezelfde manier getoetst. Ook hier luidt het oordeel dat de zorgvuldigheidsnorm niet wordt geschonden. De sociaal assistente had geen weet van de veiligheidsrichtlijnen betreffende de bedjes. De rechtbank neemt andere facetten van haar job niet in aanmerking om haar handelen te beoordelen.

De administrateur-generaal wordt evenmin een gebrek aan voorzichtigheid verweten, daar die op het ogenblik van de feiten nog niet in dienst was bij de ONE. De aansprakelijkheid van ONE wordt gesteund op het decreet van 17 juli 2002 houdende hervorming van de "Office de la Naissance et de l'Enfance". Krachtens dat decreet heeft ONE de opdracht te voorzien in opvang buiten de familiale omgeving. Andere taak, aan instellingen en diensten een vergunning te verlenen, die te erkennen, subsidiëren, oprichten of beheren, hulp en raad te verlenen aan de instellingen en diensten en toezicht daarop uit te oefenen. In het kader van die opdracht stelde ONE informatiebrochures op onder meer betreffende de afstand tussen de latjes van lattenbodem en de dikte van de matrassen. De ONE beperkte zich tot de verspreiding van deze aanbevelingen, zonder verdere vorming of advies. De rechtbank stelde een tekortkoming vast aan de decretaal bepaalde advies- en controleverplichting. Indien deze verplichting wel was nagekomen, had het overlijden niet plaatsgevonden.

In eerste aanleg wordt bijgevolg enkel tot de aansprakelijkheid van ONE besloten.

HOF VAN BEROEP LUIK

Tegen de beslissing van het de rechtbank van eerste aanleg werd door de nabestaanden beroep aangetekend bij het Hof van Beroep te Luik. De analyse van het Hof betreft eveneens de vier voornoemde partijen. Op 22 januari 2013 velde het Hof van Beroep te Luik volgend arrest:

Voor de administrateur-generaal komt het hof tot dezelfde bevinding als de rechtbank. Deze was op het ogenblik van de feiten nog niet in dienst. Bijgevolg is er geen fout aanwezig in zijn hoofde. Ook voor ONE volgt het hof de analyse van de eerste rechter. Het nalaten van ONE zich ervan te vergewissen dat er een effectieve kennisname van de richtlijnen is gebeurd door het personeel, maakt een fout uit in diens hoofde.

Voor de onthaalouder en de sociaal assistent wijkt de analyse van het hof af van de analyse van de eerste rechter, waarbij de analyse strenger is.
De onthaalmoeder wordt wel aansprakelijk geacht. Het hof is van oordeel dat de onthaalouder niet heeft gehandeld als een normale en vooruitziende onthaalouder in dezelfde omstandigheden geplaatst. Het feit dat een peuter wakker kan worden en zich verplaatsen in het bed, alsook het gewicht dat op de matras en de lattenbodem rust, leidden ertoe dat het voordoen van een situatie zoals deze niet ondenkbaar is. Bovendien was de onthaalouder vertrouwd met de grote soepelheid van de matras.

De analyse voor de sociaal assistente gaat in dezelfde richting. De sociaal assistente heeft zich bij de controle van de onthaalmoeder beperkt tot een louter visuele controle van het bed, zonder het fysiek te controleren waardoor ze de soepelheid van het matras niet kon inschatten. Het kennis hebben van de informatiebrochures ontslaat de sociaal assistente niet van een fysieke controle ter plaatse. De rechters in hoger beroep gaan dus verder wat het aandeel van de onthaalouder en de sociaal assistente betreft.

Tegen dit arrest werd cassatieberoep aangetekend (uitspraak nog niet gekend).

BIJZONDERE VEROORDELING PUBLIEKRECHTELIJKE PERSOON?

Een rechtspersoon pleegt een misdrijf materieel altijd door toedoen van het handelen of nalaten van één of meerdere natuurlijke personen. Daarom moeten de feiten de rechtspersoon objectief (of materieel) worden toegerekend. Bij onachtzaamheidmisdrijven kan de fout van de rechtspersoon bestaan uit o.a. de gebrekkige opleiding of begeleiding van het personeel, een slechte interne organisatie (bv. inzake veiligheid) of communicatie, of onredelijke budgettaire beperkingen. Anders gezegd, de strafrechter dient een bedrijfsvoeringfout of organisatorische fout vast te stellen. Deze principes gelden zowel voor zowel privaat- als publiekrechtelijke rechtspersonen, behoudens voor de politieke publiekrechtelijke rechtspersonen uit art. 5, lid 4 Strafwetboek die strafrechtelijk immuun zijn. Vermits ONE niet in deze laatste bepaling wordt vermeld, kan de rechtspersoon ontegensprekelijk voor de strafrechter ter verantwoording wordt geroepen. 

OPSCHORTING, EEN SIGNAAL?

Alle drie veroordeelden kregen een opschorting van de uitspraak van de veroordeling voor de duur van 3 jaar. Dat betekent dat ze schuldig zijn (wat belangrijk is voor de toekenning van schadevergoeding aan de burgerlijke partijen), maar het hof geen straf wil uitspreken teneinde de maatschappelijke declassering van de veroordeelden te vermijden.

Opschorting is een gunstmaatregel die enkel wordt toegekend indien de beklaagde geen of een beperkt strafblad heeft en de feiten niet al te zwaar zijn (art. 3, lid 1 Probatiewet). Het hof motiveert de keuze voor opschorting op basis van de aard, context en ernst van de fout, los van de gevolgen die eruit voortvloeien. 
Hoewel de lichtste fout volstaat voor strafrechtelijke aansprakelijkheid, probeert het hof op deze manier toch wat reliëf te brengen in de gelijkstelling van de strafrechtelijke en burgerrechtelijke fout.

Vraag is echter of de wetgever niet beter eens grondig zou nadenken over deze gelijkstelling. Is het werkelijk wenselijk dat alle burgerrechtelijke fouten die momenteel aanleiding geven tot een onachtzaamheidmisdrijf strafrechtelijk worden beteugeld? Moet de wetgever de lat voor strafrechtelijke aansprakelijkheid niet wat hoger leggen?

Bronnen:

  • Marche-en-Famenne 20 juni 2012, nr. 69/12.
  • Hof van Beroep Luik 22 januari 2013, nr. 2013/209, TJK 2013/3, p. 302, noten E. VAN GRUNDERBEEK, "Burgerrechtelijke aansprakelijkheid in de kinderopvang", TJK 2013/3, p. 306; V. FRANSSEN, "Strafrechtelijke aansprakelijkheid in de officiële kinderopvang: hoe hoog ligt de lat?", TJK 2013/3, p. 314.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be