Wrongful life-vordering zwaar gehandicapt kind afgewezen
Rechtspraak 24/11/2014

Cass. 14 november 2014, C.13.0441.N

​De feiten

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 3 november 2011: “Dat een schadevergoeding toekende aan de ouders en aan hun dochter die zwaar gehandicapt geboren werd omdat de gynaecoloog verzuimde verontrustende resultaten van een prenatale bloedtest bij 16 weken zwangerschap mee te delen aan de ouders. 

Een echografie bij dertig weken zwangerschap toonde aan dat het ongeboren kind klompvoetjes had. De gynaecoloog verwees de ouders door naar een universitair ziekenhuis. Daar vernamen de ouders dat hun kind een zware handicap zou hebben. De ouders maakten de zaak aanhangig bij de rechtbank van eerste aanleg te Ieper. Die kende hen een morele schadevergoeding toe van 25.000 €. De gynaecoloog ging in beroep en de zaak kwam voor het hof van beroep te Gent”.

Hof van Beroep Gent

De rechters van het hof van beroep te Gent oordeelden dat indien de gynaecoloog de congenitale afwijking zou hebben vastgesteld en meegedeeld aan de ouders, er een kans bestond van 80% zekerheid dat de ouders tot abortus zouden zijn overgegaan. Het meisje zou dan niet geboren zijn en zou niet bestaan.

Het feit dat een vergelijking moet worden gemaakt met een toestand van niet bestaan belet niet dat kan worden vastgesteld dat bepaalde morele schade van het kind en ook de extra-uitgaven die het ingevolge zijn handicap heeft, vergoedbare schade zijn. Het hof van beroep verhoogde de morele schadevergoeding tot een bedrag van 50.000 € voor elk van de ouders apart. Een voorlopig bedrag, dat kan worden herzien als het meisje ouder wordt.
Ook werd de claim van het kind zelf erkent, anders zouden de ouders wel een schadevergoeding krijgen en het kind niet.

Hof van Cassatie

Het Hof van Cassatie stelt dat de appelrechters die op deze gronden het beroepen vonnis bevestigen in zoverre het de vordering van de ouders als wettelijke vertegenwoordigers van het meisje gedeeltelijk gegrond heeft verklaard, de artikelen 1382 en 1383 BW schenden.

Volgens het Hof heeft de vordering van een gehandicapt kind tegen de gynaecoloog die op foutieve wijze heeft nagelaten de ouders tijdens de zwangerschap in te lichten over de toestand van hun kind en die aldus de ouders de kans heeft ontnomen te besluiten tot een zwangerschapsonderbreking geen betrekking op vergoedbare schade. Het Hof is van oordeel dat een vergelijking tussen de toestand van een gehandicapt bestaan van een persoon en zijn niet-bestaan geen vergoedbare schade oplevert. Het kind krijgt dus geen vergoeding, de ouders wel.

To be or not to be? Quo vadis?

Is het terecht dat het meisje geen vergoeding krijgt? Een aantal rechtsgeleerden zijn het alvast eens met de uitspraak van het Hof van Cassatie. De gynaecoloog argumenteerde in zijn beroep dat de ouders hun kind hadden kunnen afstaan voor adoptie, en dat zij, door dit niet te doen, de schade vrijwillig op zich hebben genomen (sic).

Cassatie verwerpt dit argument en stelt dat van ouders in redelijkheid niet kan worden verwacht dat zij ter beperking van hun schade hun eigen kind zouden afstaan voor adoptie.

Een wettelijk kader is er niet voor “wrongful life-vorderingen” en het cassatiearrest van 14 november 2014 zal ongetwijfeld als precedent fungeren in gelijkaardige zaken of dit toe te juichen valt blijft een groot vraagteken. In deze zaak bleef het kind in de kou staan.

Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bronnen:

  • Cass. 14 november 2014, C.13.0441.N
  • V. BEEL, “Vergoeding voor geboorte eisen, kan niet”, De Standaard 20 november 2014, 2-3.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be