Wetgeving - Deel 2
Rechtspraak 01/03/2016

Wet van 1 februari 2016 tot wijziging van diverse bepalingen wat de aanranding van de eerbaarheid en het voyeurisme betreft, BS 19 februari 2016, 13126. Deze wet trad op 29 februari 2016 in werking.

​Verdeelde huisvesting minderjarigen in het bevolkingsregister

Wanneer ouders scheiden of uit elkaar gaan, komt de kwestie naar boven van de bepaling van het adres van inschrijving in de bevolkingsregisters van de niet-ontvoogde minderjarigen. In een aantal gevallen verblijven de kinderen grotendeels bij één van de ouders. De minderjarige wordt dan ingeschreven op het adres waarop hij/zij haar hoofdverblijfplaats heeft, namelijk de plaats waar hij/zij het grootste deel van het jaar verblijft, overeenkomstig de algemene regels zoals bepaald in de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten.

Wanneer de niet-ontvoogde minderjarige op gelijkmatig verdeelde wijze verblijft bij elk van de twee ouders, gebeurt deze inschrijving in de bevolkingsregisters ofwel op het door de rechter vastgelegde adres (overeenkomstig artikel 374, § 1, laatste lid BW), ofwel op het adres bepaald in een notariële akte of in een door de rechtbank geldig verklaarde onderlinge overeenkomst ofwel op het adres van de laatste gezamenlijke hoofdverblijfplaats van de ouders. In toepassing van die regels wordt de niet-ontvoogde minderjarige derhalve ingeschreven bij één van de ouders als hebbende daar zijn/haar hoofdverblijfplaats.

Dit KB strekt ertoe de mogelijkheid te creëren om, in hoofde van de huisvesting verlenende ouder, te vragen om in het dossier van de niet-ontvoogde minderjarige het feit te vermelden dat deze minderjarige af en toe voor de helft verblijft bij deze huisvesting verlenende ouder, namelijk de ouder bij wie hij/zij niet ingeschreven is als hebbende aldaar zijn/ haar hoofdverblijfplaats. Deze vermelding zal eveneens verschijnen in het dossier van de huisvesting verlenende ouder.

Met deze vermelding wil men de betrokken gemeentebesturen enkel méér informeren over het feit dat een kind gedurende een bepaalde tijd effectief op het grondgebied van de betrokken gemeente verblijft, namelijk bij de huisvesting verlenende ouder. Dergelijke informatie kan evenwel, in voorkomend geval nuttig blijken, opdat de gemeente bv. kortingen of faciliteiten zou kunnen verstrekken aan dat kind, bv. een verminderd tarief voor het zwembad of voor de gemeentelijke speelpleinwerking, maar eveneens om veiligheidsredenen, het is immers van belang dat de hulpdiensten weten dat op een bepaald adres eventueel een kind verblijft. Dit informatiegegeven zal op verzoek van de huisvesting verlenende ouder, aangevuld kunnen worden en opgenomen worden in het dossier van het kind, en in het dossier van de huisvesting verlenende ouder.

Bron:

  • KB van 26 december 2015 tot wijziging van het KB van 16 juli 1992 tot vaststelling van de informatie die opgenomen wordt in de bevolkingsregisters en in het vreemdelingenregister teneinde een informatiegegeven betreffende de verdeelde huisvesting van de minderjarigen te registeren, BS 5 februari 2016, 8306.  Het KB trad in werking op 15 februari 2016.

Voyeurisme, verspreiden van naaktbeelden en aanranding van de eerbaarheid voortaan strafbaar

Er wordt een nieuw artikel 371/1 in het Strafwetboek ingevoerd. Met een gevangenisstraf van 6 maanden tot 5 jaar wordt gestraft hij die: een persoon observeert of doet observeren of van hem een geluidsopname maakt of doet maken, daarbij moeten een aantal cumulatieve voorwaarden vervuld worden, o.a. terwijl de persoon ontbloot is of een specifieke seksuele daad stelt. Ook het verspreiden van naaktbeelden wordt strafbaar gesteld. Worden deze feiten gepleegd op de persoon of met behulp van de persoon van een minderjarige boven de volle leeftijd van 16 jaar, dan wordt de schuldige gestraft met opsluiting van 5 tot 10 jaar. Is de minderjarige geen volle 16 jaar oud, dan is de straf opsluiting van 10 tot 15 jaar.  Tevens wordt artikel 373 Sw. aangepast, met een gevangenisstraf van 6 maanden tot 5 jaar wordt gestraft de aanranding van de eerbaarheid gepleegd op personen of met behulp van personen van het mannelijk of vrouwelijk geslacht.

Bron:

  • Wet van 1 februari 2016 tot wijziging van diverse bepalingen wat de aanranding van de eerbaarheid en het voyeurisme betreft, BS 19 februari 2016, 13126. Deze wet trad op 29 februari 2016 in werking.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be