Wensouders baby D. in beroep vrijgesproken
Rechtspraak 28/01/2014

Hof van Beroep Gent 4 december 2013, nr. C/1749/13, onuitg.

​DE FEITEN

In deze zaak gaat het om baby D., geboren in 2005 uit een Belgische draagmoeder die zwanger was geworden na selfinseminatie met zaadcellen van een Belgische wensvader tegen betaling.

Na de verwekking wou de Belgische draagmoeder het kind niet meer afstaan aan de Belgische wensvader en zijn echtgenote. De draagmoeder loog tegen de Belgische wensouders dat zij een miskraam had gehad en dat haar echtgenoot de genetische vader was. Na de geboorte verkocht de draagmoeder het kind onmiddellijk aan een kinderloos Nederlands wenspaar. Hiervoor had de draagmoeder een grote geldsom gekregen. Uit een deskundig verslag bleek dat de Belgische wensvader de biologische vader was.

Door tussenkomst van de media kwam de hele zaak aan het licht. Alle betrokken partijen werden vervolgd voor het onderwerpen van het kind aan een onterende behandeling waarvoor zij door de correctionele rechtbank te Oudenaarde werden veroordeeld. Volgens de correctionele rechtbank kan het commerciële karakter van draagmoederschap rekenen op ernstige maatschappelijke afkeuring en is bovendien moeilijk verzoenbaar met het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK).

In hoger beroep werd het vonnis enkel t.a.v. de Belgische draagouders en Nederlandse wensouders bevestigd. De Belgische wensouders werden vrijgesproken. Het Hof van Beroep te Gent oordeelde dat de wensouders, nooit de intentie hadden het kind te beschouwen als koopwaar, maar te goeder trouw hebben gehandeld. In eerste aanleg hadden ze opschorting van straf gekregen, maar ze besloten om hun schuldigverklaring toch aan te vechten. De draagmoeder en haar partner werden wel veroordeeld. Volgens het hof werd het kind verkocht aan de meest biedende. De draagmoeder werd veroordeeld tot een jaar cel met uitstel, haar partner – die volgens het hof ook meehielp bij de verkoop – kreeg een boete en er werd ook een geldsom verbeurd verklaard, dat is dezelfde straf als in eerste aanleg. De Nederlandse koopouders werden eveneens veroordeeld. Zij wisten volgens het hof af van het bestaan van de wensouders en wisten ook dat het kind daar nog steeds gewenst was. Ze werden beiden veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf met uitstel. Ook dat is een bevestiging van de straf in eerste aanleg.

Bij gebrek aan wettelijk kader in België is commercieel draagmoederschap geen afzonderlijk misdrijf. Dit betekent niet dat de concrete feitelijke omstandigheden van de zaak geen aanleiding kunnen geven tot

strafrechtelijke veroordelingen, wat de casus rond baby D. illustreert.

DE LEGE FERENDA

Het gebrek aan wetgeving m.b.t. draagmoederschap in België leidt tot rechtsonzekerheid en kan ertoe leiden dat wanhopige wensouders hun toevlucht nemen tot de illegaliteit, met alle gevolgen van dien, zoals de besproken gevallen illustreren. Hierdoor gingen er vooral in het verleden stemmen op om zowel altruïstisch als commercieel draagmoederschap te verbieden.

Het is echter belangrijk om voor te houden dat dramatische verhalen zoals deze van baby D. de uitzondering zijn. Bij draagmoederschap dat goed wordt begeleid en waarbij belangenafweging centraal staat, doen zich zelden problemen voor. Dit blijkt uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken, alsook uit de Belgische praktijk van medisch begeleid draagmoederschap. De 4 fertiliteitscentra die in België altruïstisch, hoogtechnologisch draagmoederschap begeleiden, passen een strikte procedure en voorwaarden toe en kenden nog geen problemen op het vlak van wensouders die weigeren het kind op te nemen in hun gezin of draagmoeders die weigeren het kind af te staan. De Belgische wetgever dient zich dan ook te hoeden voor de invoering van paniekwetgeving en mag het kind niet met het badwater weggooien.

Een strikt wettelijk kader is nodig en één van de doelstellingen van dergelijke wetgeving moet zijn gevallen zoals baby D., waarbij het kind een speelbal wordt van een geschil tussen draagmoeder en wensouders, te vermijden.

Het lijkt waarschijnlijk dat commercieel draagmoederschap in België in de toekomst zal verboden worden. Er is alleszins geen draagvlak voor.
Het is daarbij illusoir om te denken dat een verbod commercieel draagmoederschap volledig zal verhinderen. Het zal steeds voorkomen, zeker gelet op de huidige globale trend van draagmoedertoerisme, waardoor nationale verboden onder druk komen te staan.

Bronnen:

  • Hof van Beroep Gent 4 december 2013, nr. C/1749/13, onuitg.
  • De redactie.be 4/12/2013
  • L. PLUYM, “Commercieel draagmoederschap is geen mensonterende behandeling van het kind Baby D. door de initiële wensouders”, TJK 2014/1, te verschijnen.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be