Weigering adoptie onder kafala door België – geen schending artikel 8 EVRM
Rechtspraak 02/05/2016

EHRM Loudoudi e.a. t. België, 16 december 2014, applicatienr. 52265/10

HvC 14 september 2015, C.13.0296.N, e-zine TJK oktober 2015

​De feiten

Deze zaak ging over de weigering van de Belgische rechtbanken om een adoptieakte te homologeren in het kader van een “kafala”.  De Belgische Louboudi C. en zijn vrouw wonen in Brussel samen met hun Marokkaanse nicht. In maart 2001 bekeken Louboudi en zijn vrouw de mogelijkheid om hun nichtje naar België te brengen en haar te adopteren. In september2002 gaven de biologische ouders van het nichtje hiervoor toestemming door middel van een kafala regeling, een adoptievorm in het Islamitische recht. Het kind werd aan de zorgen van Louboudi en zijn vrouw toevertrouwd. De kafalaovereenkomst werd in 2002 goedgekeurd door een Marokkaanse rechtbank. Op 19 augustus 2003 werd een adoptieakte opgesteld door een Belgische notaris. Het kind kwam in 2005 in België aan. De rechtbank van eerste aanleg te Brussel en het hof van beroep te Brussel weigerden de kafala-overeenkomst en de adoptie te erkennen. Louboudi stapte naar het Hof van Cassatie, maar het cassatieberoep werd op 27 juli 2010 verworpen.

Het Marokkaans meisje kreeg na haar aankomst in België, een tijdelijke verblijfsvergunning, deze vergunning werd op regelmatige basis verlengd. Na de procedure voor het hof van beroep te Brussel, waarbij de homologatie van de adoptieakte werd geweigerd, zat het meisje zeven maanden zonder verblijfsvergunning. Na diverse verzoeken, kreeg ze uiteindelijk een permanente verblijfsvergunning.

Europees Hof voor de Rechten van de Mens – geen schending artikel 8 EVRM

Louboudi, zijn vrouw en het Marokkaanse meisje richtten zich tot het EHRM. Zij beweerden dat door de adoptie te weigeren, België artikel 8 EVRM schond en er geen rekening werd gehouden met het belang van het kind.  Het meisje voerde aan dat door de weigering van de Belgische overheid om haar een permanent verblijf toe te staan, haar rechten onder artikel 8 EVRM geschonden werden.

Het Hof stelde dat een “kafala’ niet erkend is in het Marokkaanse echt, waardoor de weigering van de adoptie, de verderzetting van het familieleven van verzoekers niet had verhinderd. Eerbied voor het “familieleven” houdt volgens het EHRM niet in dat de Staten een adoptie dienen toe te staan wanneer het kind aan andere personen wordt toevertrouwd bij middel van een “kafala”. Het Hof besloot dat artikel 8 EVRM niet geschonden werd.

Wat betreft de klacht voor een permanente verblijfsvergunning stelde het Hof dat de situatie zeer stressvol was voor het meisje doch dat artikel 8 EVRM niet het recht inhield om een verblijfsrecht in een ander land te bekomen of om toelating te krijgen in het land dat men kiest. Hierdoor besloot het Hof dat er geen schending was van artikel 8 EVRM.

Islamitisch recht laat geen adoptie toe

Het Islamitisch recht laat geen adoptie toe omdat het de juridische fictie weigert te aanvaarden die een adoptie creëert, namelijk dat een geadopteerd kind op gelijke voet komt te staan met een bloedverwant van de adopterende vader.

Adopties uit Marokko in België stopgezet

Ondanks het feit dat de adoptiewetgeving op 6 december 2005  (BS 16 december 2015) gewijzigd werd om adopties uit landen zoals Marokko toe te laten werden adopties uit Marokko stopgezet, dit omwille van het feit dat er onduidelijkheid bestaat over de juridische erkenning van adopties uit Marokko.  In Marokko bestaat geen adoptieregeling, enkel de kafala, een systeem van pleegvoogdij.

Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bronnen:

  • EHRM Loudoudi e.a. t. België, 16 december 2014, applicatienr. 52265/10
  • HvC 14 september 2015, C.13.0296.N, e-zine TJK oktober 2015


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be