Verontrusting

Wanneer we verontrust zijn in een minderjarige, moet dit worden opgenomen. Verontrusting kan veel situaties omvatten : een kind in een situatie van geweld of verwaarlozing, seksueel misbruik, maar ook een ernstige spijbelproblematiek of drugsproblematiek bij de minderjarige. Elke hulpverlener binnen de jeugdhulp moet kunnen omgaan met verontrusting. Maar soms stoten we op een grens ( er is onvoldoende probleeminzicht, geen instemming of onvoldoende medewerking om de verontrusting weg te nemen) en is het toch maatschappelijk noodzakelijk om in te grijpen als de ontwikkeling of integriteit van een minderjarige in gevaar is. Dan kan de stap gezet worden onder vorm van consult of aanmelding naar de gemandateerde voorzieningen ( OCJ of VK) om mee aanklampend hulpverlening voor de minderjarige op gang te krijgen en zo terug een veilige omgeving voor de minderjarige te creƫeren. Wanneer het niet mogelijk is om die veiligheid met vrijwillige instemming en medewerking van de betrokkenen tot stand te brengen of wanneer er onmiddellijk moet worden ingegrepen, zal de jeugdrechter betrokken worden. Enkel de jeugdrechter kan gedwongen hulpverlening opleggen.


Wanneer we verontrust zijn in een minderjarige, worden we met allerlei vragen geconfronteerd: hoe moet ik de verontrusting inschatten ? Wie kan iets betekenen in deze situatie ? Welke stappen kan ik zetten ? Met wie mag ik spreken ? Hoe betrekken we de jeugdrechter ? Kan er sprake zijn van schuldig hulpverzuim?


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be