Verblijfsregeling
Rechtspraak 26/06/2014

Gent (Jrb.) 26 mei 2014, onuitg. nr. 596/2013.

​De feiten

De ouders van X zijn sinds juni 2013 niet langer samenwonend. Een geboorteakte wordt niet voorgelegd maar vermits X de familienaam draagt van de vader, kan er met recht en rede worden aangenomen dat hij het kind erkend heeft als het zijne.

Bij beschikking van 8 november 2013 werd een grotendeels tussen partijen bereikt akkoord gehomologeerd en uitvoerbaar verklaard.

In deze beschikking heeft de kortgedingrechter beslist de domicilie en het inschrijvingsadres van X bij de vader te vestigen en tevens gezegd dat de vader het fiscaal voordeel zal ontvangen onder de verplichting om de helft hiervan over te maken aan de moeder.

In het verzoekschrift, neergelegd bij de Jeugdrechtbank te Gent, vraagt de moeder op 19 november 2013 het behoud van de maatregelen voorzien in de beschikking van 8 november 2013 met uitzondering van de domicilie van X en de toekenning van het fiscaal voordeel. Zij wil beide voor zich.

De vader wenst het behoud van de domicilie van het kind op zijn adres en de regeling inzake het fiscaal voordeel, maar wil een andere beslissing inzake reizen naar het buitenland.

Partijen komen over een bepaald aantal punten overeen, maar vinden geen akkoord m.b.t het hoofdverblijf van X, de toewijzing van het fiscaal voordeel, de schoolkeuze, het verblijf in het buitenland en de vakantieregeling waardoor de rechtbank hierover dient te oordelen.

De financiële middelen aan de zijde van vader zijn veel ruimer dan aan de kant van de moeder.

De moeder toont aan de hand van stukken aan dat haar uitkering – in afwachting van een reguliere tewerkstelling – mèt de inschrijving van X op haar adres zal verhogen. Dit kan alleen maar X ten goede komen

Wat de fiscale tenlasteneming betreft; de wetgeving hieromtrent is van openbare orde en hiervan kan in het kader van een geschil tussen de ouders, door de jeugdrechtbank niet zomaar worden afgeweken bij vonnis.

Verblijf in het buitenland

Zowel de vader als X hebben, volgens de vader, de dubbele nationaliteit. De moeder vreest voor een niet-terugkeer naar België wanneer aan de vader de toestemming zou worden gegeven om met het kind naar het buitenland te gaan. De rechtbank stelt vast dat de vader sedert bijna 30 jaar in België verblijft, er heeft gestudeerd, de Belgische nationaliteit heeft en een job uitoefent zowel in België als Frankrijk. Hij is tevens eigenaar van een woning. De rechtbank oordeelt dat deze zaken de gehechtheid van de vader met België aantonen. Daarenboven is een kennismaking met Iran en de Iranese cultuur, gezien de dubbele nationaliteit van het kind en dito afkomst, voor het kind niet onbelangrijk.

Er zijn voor de rechtbank geef afdoende redenen om de vader het verbod op te leggen om met X het Belgisch grondgebied te verlaten.

Schoolkeuze

X zit momenteel in de tweede kleuterklas. De vader vordert dat het kind naar een andere school gaat, omdat hij een te grote afstand dient af te leggen om het kind op te halen. De rechtbank oordeelt dat dit niet opweegt tegen de vereiste continuïteit voor X.

De jeugdrechtbank

Verklaart zich niet bevoegd te oordelen over de toekenning van het fiscaal voordeel.

Partijen gaan akkoord dat er tussen hen met betrekking tot X een verblijfsregeling zal bestendigd worden als volgt:

  • X zal gedurende de onpare weken bij de vader verblijven van zondag 9.00 u toe woensdagavond 18.30 u bij de moeder;
  •  X zal gedurende de pare weken bij de vader verblijven van zaterdag 18.30 u tot woensdagnamiddag 13.00 u, de overige tijd bij de moeder:
  • In de pare weken staat de moeder in voor het vervoer van X naar en van bij de vader en school, behalve op woensdagnamiddag waarbij de vader van X, van school naar de moeder brengt;
  • In de onpare weken staat de vader in voor het vervoer van X naar en van bij de moeder en school.

Partijen gaan akkoord dat de kinderbijslag en andere sociale voordelen voor X integraal aan de moeder blijven toegewezen. 

Partijen gaan akkoord dat de vader vanaf 1.09.2013 een onderhoudsbijdrage voor X zal betalen aan de moeder ten belope van 175 €, jaarlijks te indexeren.

Partijen gaan akkoord om elk ten belope van de helft in te staan voor de buitengewone kosten van X.

X geboren in 2009 zal zijn inschrijving hebben op het adres waar de moeder is ingeschreven. 

Vooraleer ten gronde te oordelen over het vakantie-/buitenlandverblijf zal de zaak verder worden behandeld en geëvalueerd op een nieuwe zitting.

Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  • Gent (Jrb.) 26 mei 2014, onuitg. nr. 596/2013.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be