Vaststelling afstamming: afnemen van een DNA-staal van een andere minderjarige afstammeling.
Rechtspraak - 12/11/2012
Gent 24 mei 2012

In deze zaak gaat het om de vaststelling van de afstamming van een kind waarvan de vermoedelijke vader overleden en gecremeerd werd. De moeder vraagt in de procedure tot vaststelling van de afstammingsband van haar zoon toelating tot het afnemen van een DNA-staal van een ander kind van deze vader.

Het afnemen van een DNA-staal van een minderjarig kind, geboren uit een vroegere relatie van de beweerde vader om de afstammingsband van een ander minderjarig kind met de vader vast te stellen, is niet vanzelfsprekend, gelet op de fundamentele rechtsbescherming waarop dat kind zich kan beroepen uit hoofde van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)en het Verdrag voor de Rechten van het Kind (VRK). 


De feiten

In  mei 1999 is Nancy bevallen van een zoon Willy die door Dirk werd erkend. Lieve zegt Dirk te hebben leren kennen in 2004 en met hem een relatie te hebben gehad. Lieve is in april 2005 bevallen van een zoon Jan. De eerste rechter beval een onderzoeksmaatregel, met name een deskundigenonderzoek om de afstamming van Jan ten opzichte van Dirk te kunnen vaststellen. Nancy vocht de beslissing aan omdat volgens haar de rechter voorbijgegaan is aan het "voorgelegde vraagstuk omtrent de hiĆ«rarchie van bepaalde artikelen uit het Verdrag voor de Rechten van het Kind.' Nancy stelde dat er een hiĆ«rarchie tussen de art. 7 en 16 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind enerzijds, het art. 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en art. 22bis van de Grondwet anderzijds, bestaat. Nancy ging hierbij uit van de verkeerde veronderstelling dat enkel haar zoon zich zou kunnen beroepen op het art. 8 EVRM en het art. 22bis van de Grondwet. Ook Jan kan zich beroepen op de bescherming van art. 8 EVRM samengelezen met art. 3 en 7.1, om aanspraak te maken op een afstammingsband en op de concrete beleving ervan. 

Volgens het Hof van Beroep maakte de eerste rechter een correcte belangenafweging tussen de fundamentele rechtsbescherming waarop Nancy zich voor haar zoon beroept en de eveneens gegarandeerde fundamentele rechten in hoofde van Jan.


Besluit

Dat het afnemen van een DNA-staal op een minderjarige met het oog op het vaststellen van de afstamming van een andere minderjarige niet vanzelfsprekend is, is correct. In dit geval was dit het enige juridische en wetenschappelijk realiseerbaar alternatief voor de procedure tot vaststelling van afstamming ten aanzien van de beweerde biologische vader, die kort na de conceptie was overleden en gecremeerd. Het feit dat er ten aanzien van de overleden vader van Willy - nog een andere afstammingsband zou blijken (ten aanzien van Jan) vormt geen (onwettige) inbreuk op de bescherming van het gezinsleven van Willy. Dat Willy zal worden geconfronteerd met het bestaan van een (half)broer vormt op zich geen dermate bezwaar dat hieruit een beletsel zou voortvloeien ten aanzien van de afstammingsvordering van Lieve.

 

Bron:

  • Gent 24 mei 2012, Tijdschrift voor Gentse Rechtspraak, Tijdschrift voor West-Vlaamse Rechtspraak 2012/4, 244.

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be