VOLLE ADOPTIE NA DRAAGMOEDERSCHAP
Rechtspraak 26/03/2012

Vonnis Jeugdrechtbank Antwerpen 22 april 2010

​De Antwerpse jeugdrechtbank sprak op 22 april 2010 de volle adoptie uit na internationaal draagmoederschap ten voordele van een Belgische wensmoeder. Een Belgisch echtpaar had een beroep gedaan op een Oekraïense draagmoeder. Op dat ogenblik was nog helemaal niet zeker dat een adoptie na commercieel draagmoederschap wel zou kunnen. Dit vonnis vormt de 4e gepubliceerde zaak waarbij adoptie na draagmoederschap wordt uitgesproken.

De feiten

Het echtpaar kon geen kinderen krijgen omdat de vrouw geen baarmoeder heeft. Ze vonden geen geschikte draagmoeder in hun omgeving en deden beroep op een Oekraïens advocatenkantoor, voor de begeleiding en opstart van een draagmoederschapsprocedure. Voorafgaand aan de verwekking van het kind, ondertekende de draagmoeder een verklaring waarin zij instemde met het dragen en baren van het kind en dat het de bedoeling was dat enkel de wensouders alle rechten en plichten als ouders zouden hebben.

Draagmoeder bevalt van tweeling

Na een I.V.F. bevalt de Oekraïense vrouw in juli 2008 van een tweeling. Twee weken later wordt naar Oekraïens recht voor elk kind een geboorteakte opgemaakt waarin enkel de wensouders als ouders van de kinderen worden vermeld. Het echtpaar wil met de tweeling naar België terugkeren, maar de Belgische ambassade in Kiev weigert de geboorteakten te erkennen. De kinderen moeten langer in Oekraïne blijven. In oktober 2008 erkent de man de kinderen voor de ambtenaar van de burgelijke stand te Gent. In december 2008 beslist de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen dat de Oekranïense geboorteakten in België enkel gelden als rechtsgeldige authentieke akte waaruit de erkenning door de Belgische vader blijkt, maar niet de moederlijke afstamming van de Belgische moeder. De kinderen komen naar België en begin 2009 worden zij ingeschreven op het adres van de wensvader in België.

Verzoek tot volle adoptie

De wensmoeder wilde de moederlijke afstamming van haar genetische kinderen laten vaststellen en dient in juli 2009 een verzoek tot volle adoptie van de tweeling in. De rechtbank spreekt de volle adoptie uit en oordeelt dus dat zij in het belang van de kinderen is. De rechtbank stelt dat een ander oordeel, nl. dat de voorgenomen adoptie strijdig zou zijn met de openbare orde of niet zou steunen op wettige redenen, omdat de kinderen ter wereld kwamen door het hoogtechnologisch draagmoederschap, een sanctie zou uitmaken voor deze kinderen. Zij hebben hoegenaamd niet gekozen voor de wijze waarop zij geboren zijn (vergelijk art. 2.1. IVRK dat discriminatie op grond van afkomst en geboorte afkeurt). Daarenboven is er het bijzondere gegeven dat door de Oekraïense wetgeving de (draag)moeder niet als moeder te beschouwen is. Hun juridische positie voor de adoptie is dan te beschouwen als waren zij halve wezen. De grens met kinderhandel lijkt in deze zaak niet overschreden. Van dwang, vormen van uitbuiting, fraude of wetsontduiking (in Belgïe of Oekraïne) is geen sprake.

Draagmoederschap in België

Draagmoederschap is naar Belgisch recht problematisch bij gebrek aan een specifiek wettelijk kader. Er zijn evenmin garanties dat een adoptie zal volgen. Er zijn geen casussen bekend waarbij de adoptie werd uitgesproken terwijl de wensouders niet de genetische ouders van het kind zijn.

Het is ook steeds mogelijk dat de draagmoeder weigert haar toestemming te geven. De adoptie kan maar worden uitgesproken na de geboorte waardoor de wensouders niet onmiddellijk vanaf de geboorte de juridische ouders kunnen zijn. Een evenwichtig wettelijk kader voor draagmoederschap zal aan een aantal vereisten moeten voldoen; het belang van het kind dient centraal te staan, maar tegelijkertijd moet rechtsonzekerheid zoveel mogelijk vermeden worden, net zoals langdurig en kostelijke procedures. Het wettelijk kader mag geen ongeoorloofde discriminaties creëren en moet bovendien ook een oplossing bieden voor de problemen van internationaal privaatrecht.

Auteur: Christine Melkebeek

Bronnen:

  • Jeugdrechtbank Antwerpen 22 april 2010, T. Fam. 2012/2, 43-51, noot L. PLUYM
  • Rb. Antwerpen 19 december 2008, Tijdschrift@ipr.be 2010, afl. 4, 140, noot J. VERHELLEN
  • Antwerpen 14 januari 2008, R.W. 2007-08, 1174, noot F. SWENNEN; Jeugdrb. Turnhout 4 oktober 2000, R.W. 2001-02, 206n noot F. SWENNEN; Jrb. Brussel 4 juni 1996, T. Gez. 1997-98, 124, noot E. MONTENO en J.L.M.B. 1996, 1182.
  • G. VERSCHELDEN, "Nood aan een familierechtelijk statuut voor draagmoederschap in België; met aandacht voor grensoverschrijdende aspecten", T. Fam. 2010, (69) 70.

Tegen dit vonnis werd beroep aangetekend.

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be