Verzet - contactverbod vader
Rechtspraak 28/03/2017

Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, (afdeling Brugge), sectie familie- en jeugdrechtbank, 16 november 2016, rol nr. 92.M.2013/9.

​Gelet op het vonnis van 15 juni 2016 en gelet op de verzetsakte van 11 oktober 2016. De verzetsakte werd betekend aan de procureur des Konings, de moeder en de raadsman van de minderjarige, “in haar hoedanigheid van vertegenwoordigster van de minderjarige S. geboren in 2005”. Tijdens de zitting verklaarde de advocaat van het meisje enkel te verschijnen in eigen naam.

Minderjarige volwaardige procespartij voor de Jeugdrechtbank

De minderjarige wordt in de procedures voor de jeugdrechtbank aanzien als een volwaardige procespartij (zie artikel 56, eerste lid Jeugdwet). De minderjarige wordt bijgestaan of vertegenwoordigd door een raadsman en kan autonoom hoger beroep of verzet aantekenen. De beslissing van de jeugdrechtbank wordt meegedeeld aan de minderjarige.

Artikel 52ter, eerste lid Jeugdwet verplicht de jeugdrechter de jongere die de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt, te horen zowel voor het nemen van een maatregel als bij een wijzigende beschikking. Dergelijke verplichting geldt niet voor een minderjarige jonger dan twaalf jaar. De jeugdrechter beschikt overeenkomstig artikel 51 § 2 Jeugdwet wel over de facultatieve mogelijkheid om jongere kinderen op te roepen maar dit is geen verplichting, ook al vragen de ouders dit.

Deze minderjarigen worden immers door de consulente gehoord die hiervoor speciaal is opgeleid en kennis heeft van leeftijdsadequate technieken. Minderjarigen jonger dan twaalf jaar worden op de zitting vertegenwoordigd door hun raadsman behoudens wanneer ze zelf zouden vragen om gehoord te worden.
De advocate van het meisje trad hier enkel op in eigen naam en als raadsman van de minderjarige. Haar hoedanigheid als vertegenwoordigster zoals vermeld op de verzetsakte moet in die zin begrepen worden.

Vechtscheiding – contactverbod – intrafamiliaal geweld

S. verbleef sinds september 2015 terug thuis. Spanningen tussen de vader en de moeder hadden er toe geleid dat het meisje in december 2015 door de vader werd meegenomen naar Oost-Vlaanderen en daar op een andere school werd ingeschreven. Het meisje kon pas een maand later terugkeren naar haar oude school. Deze situatie had een impact op S. De vader en moeder waren ondertussen al een tijdje uit elkaar. Hun relatie was vrij conflictueus en er zou ook sprake zijn geweest van intrafamiliaal geweld. Tevens waren er vermoedens van grensoverschrijdend seksueel gedrag van de vader naar de stiefzus toe waarvoor er een strafrechtelijk onderzoek loopt.

De vader hield ten onrechte voor dat hij geen contact mocht hebben met S. Hij weigerde immers om samen te werken met het CAW. Dit bleek uit hun schrijven dd. 25 augustus 2016. Hij wilde “de zaak opnieuw laten voorkomen”. Het was dus zijn keuze om zijn dochter niet te zien.

Door de sociale dienst werd vermeld dat het moeilijk was om met de vader samen te werken in het belang van de kinderen. Blijkens de verslaggeving zitten beide ouders vast in hun vechtscheiding. De elementen die voorliggen tonen aan dat er nog steeds sprake is van een verontrustende leefsituatie.

Minderjarige verder onder toezicht sociale dienst voor gerechtelijke jeugdhulpverlening

De rechtbank achtte het aangewezen om S. overeenkomstig de vordering van het OM verder onder toezicht te stellen van de sociale dienst voor gerechtelijke jeugdhulpverlening.

Gezien de vader niet mee wenste te werken met de neutrale bezoekruimte, werd het contactverbod voorlopig bevestigd. Dit was niet alleen ingegeven vanuit de bezorgdheden rond het grensoverschrijdende gedrag maar ook omwille van de vechtscheiding.

Negatieve beïnvloeding van S. door de vader moet vermeden worden. Er kunnen wel zoals in het verleden begeleide telefonische contacten plaatsvinden. De neutrale bezoekruimte dient anderzijds niet meer aangesteld te worden aangezien de vader hiermee toch niet akkoord gaat. Er kan wel door de sociale dienst gezocht worden naar een (neutrale) contextfiguur in wiens gezelschap eventueel begeleide contacten tussen vader en dochter kunnen doorgaan. Er wordt wel aan de vader gevraagd om in gesprek te gaan met de consulenten. Het staat de vader ook vrij om hier bepaalde personen te suggereren. Dit komt enigszins tegemoet aan de vraag van de vader.

Verzet ontvankelijk en deels gegrond

De rechtbank verklaarde het verzet ontvankelijk en deels gegrond. Bevestigde het vonnis van 15 juni 2016 waarin werd bepaald dat de minderjarige verder onder toezicht van de sociale dienst voor gerechtelijke jeugdhulpverlening werd gesteld met ingang van 15 juni 2016 voor de duur van één jaar en waarbij zij verder werd toevertrouwd aan het moederlijk thuismilieu.

Bevestigde voorlopig het contactverbod tussen de vader en S. Vroeg aan de sociale dienst op om zoek te gaan naar een (neutrale) contextfiguur in wiens gezelschap de contacten tussen de vader en S. kunnen doorgaan. 
Beval de voorlopige uitvoering van dit vonnis.

Auteur: Christine Melkebeek, voorzitter ad interim Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  • Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, (afdeling Brugge), sectie familie- en jeugdrechtbank, 16 november 2016, rol nr. 92.M.2013/9.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be