Verblijfsregeling rekening houdend met belang van het kind
Rechtspraak 28/04/2015

Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie familie- en jeugdrechtbank 4 december 2014, onuitg., nr. 14/3075/A.

​Urgent probleem van schoolkeuze

Uit de inmiddels reeds geruime tijd beëindigde relatie van partijen, werd één (tot op heden minderjarig) kind geboren, E werd geboren in 2012 en werd door haar vader erkend. In het kader van het VOS-dossier van E is er in afwachting van een beslissing door de familierechtbank een week/weekregeling waarbij E naar twee verschillende dagmoeders gaat. Ondertussen is er een urgent probleem van schoolkeuze. 

Rekening houdend met de bevindingen van de sociale studie, waarin voorgesteld werd om de ouders de mogelijkheid te bieden om hun kind op te voeden in een bilocatieregeling (week/weekregeling) waarbij E dan naar school zou gaan in een school die ongeveer tussen beide woonplaatsen van de ouders ligt. En waarbij opgemerkt werd dat dit gelijkverblijf heel moeizaam zal verlopen (gelet op het feit dat de ouders niet in staat zijn om met elkaar te communiceren). Er werd ook gewezen op de moeilijke schoolkeuze en de afstand tussen de woonplaatsen van de twee ouders.

Verblijfsregeling

Vader en moeder geraken het niet eens over de verblijfsregeling voor het kind. De vader wenst een alternerende verblijfsregeling en moeder een hoofdverblijf van het kind bij haar met een klassiek weekendomgangsrecht van vrijdag-tot zondagavond en de helft van de vakanties voor vader.

Overeenkomstig artikel 374 §2 BW dient de rechtbank bij voorrang de mogelijkheid te onderzoeken van een gelijkmatig gedeeld verblijf. Het kind heeft er belang bij om een hechte band te onderhouden met beide ouders, zodat een week/week-regeling de voorkeur kan genieten. Er mogen geen tegenindicaties zijn.
In deze zaak is een gelijkmatig verdeeld verblijf met een week/weekregeling geen regeling die het belang van E dient. De ouders wonen op een grote afstand van elkaar en geraken het niet eens over de schoolkeuze. Helaas, verliezen de ouders in deze discussie het belang van het kind uit het oog. 

Rekening houdend met de grotere beschikbaarheid van moeder (zij kan haar agenda volledig in teken van E plannen), de vaststelling dat zij zich na een vroegere instabiele periode goed herpakt heeft (met een op heden stabiele gezinssituatie) waarbij zij heel goed meewerkt met de hulpverlening, is een hoofdverblijf van E bij moeder (waarbij zij ook school zal lopen in een school in de nabijheid van de woning van de moeder) met een uitgebreid nevenverblijf van E bij de vader, een meer geschikte regeling.

Er is immers de vaststelling dat de vader het heel druk heeft als leraar (met een cumul van verschillende jobs) hetgeen de dagdagelijkse opvang van E sterk bemoeilijkt, en hij in tegenstelling tot de moeder weinig soepelheid aan de dag legt en heel negatief tegenover haar staat.

Het is absoluut aangewezen dat E als klein kleutertje zal kunnen schoollopen in een buurtschool ter bevordering van haar sociale contacten.

De Jeugdrechtbank

  • Bepaalde dat beide ouders verder gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun minderjarig kind zullen uitoefenen.
  • Bepaalde dat E gehuisvest wordt bij haar moeder en op haar woonplaats in het bevolkingsregister zal zijn ingeschreven als hebbende aldaar haar hoofdverblijf, overeenkomstig artikel 374 § 1 laatste lid BW.
  • Bepaalde dat E kan ingeschreven worden in een school in de nabijheid van de woning van de moeder. E zal hoofdzakelijk verblijf houden bij haar moeder behalve tijdens de bepaalde periodes waarin zij bij haar vader zal verblijven in het kader van een nevenverblijf.

Teneinde de goede band tussen E en het vaderlijk milieu te bestendigen, de beschikbaarheid van de vader tijdens de weekends en de schoolvakanties wordt er aan de vader een nevenverblijf van E bij hem toegekend (van één weekend om de veertien dagen en de helft van de schoolvakanties).

Verblijfsco-ouderschap

De wetgever heeft geen exhaustieve lijst bepaald met criteria waaraan de rechter zich moet houden om te besluiten tot verblijfsco-ouderschap. Daartoe heeft hij een ruime beoordelingsmarge, waarbij hij steeds rekening moet houden met het belang van het kind en het belang van elk van de ouders (KINDERRECHTENCOMMISSARIAAT, “Echtscheidingswetgeving en omgangsregeling met oog voor de rechten van de minderjarigen”, 5-6.)

Niet enkel het belang van het kind is doorslaggevend in het artikel 374 § 2, 2e lid BW, ook het belang van elk van de ouders kan de beslissing van de rechter beïnvloeden. (P. SENAEVE, H. VAN BOCKRIJK “De wet van 18 juli 2006 op het verblijfsco-ouderschap, de blijvende saisine van de jeugdrechtbank en de tenuitvoerlegging van uitspraken aangaande verblijf en omgang”, EJ 2006, afl. 8-9, 129). Het belang van het kind wordt op grond van een aantal principes geconcretiseerd 531 C. Denoyelle, “Beoordelingscriteria voor een verblijfsregeling - Een persoonlijke kijk vanuit de praktijk” in C. v. b. i. d. Rechten (ed.), Verblijfsregeling, Antwerpen, Intersentia 2008, 56-59; H. Vanbockrijck, “Twee jaar toepassing van de wet van 18 juli 2006 inzake het verblijfssco-ouderschap en de uitvoering en sanctionering van verblijfs- en omgangsregelingen” in P. Senaeve, F. Swennen en G. Verschelden (eds.), Knelpunten echtscheiding, afstamming en verblijfsregelingen, Antwerpen, Intersentia 2009, 196-198). Op te merken valt dat naast medische en psychologische belangen, ook het materieel of economisch welzijn in het onderzoek tot het opleggen van een gelijkmatig verdeeld verblijf worden betrokken.

Het IVRK gebiedt ons de nodige voorzichtigheid aan de dag te leggen opdat het belang van de ouders niet primeert op het belang van de kinderen. (I. MARTENS, “Het verblijfsco-ouderschap als prioritair te onderzoeken verblijfsregeling” in P. Senaeve, F. Swennen en G. Verschelden (eds.), Verblijfsco-ouderschap. Uitvoering en sanctionering van verblijfs- en omgangsregelingen. Adoptie door personen van hetzelfde geslacht, Antwerpen, Intersentia 2007, 3-38; H. VANBOCKRIJCK, “Het juridisch kader en de toepassing in de rechtspraak, inclusief knelpunten op sociaal en fiscaal vlak” in C. v. b. i. d. Rechten (ed.), Verblijfsregeling, Antwerpen, Intersentia 2008, 18; Vred. Kortrijk 3 oktober 2006, RW 2007-08, 497)

Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bronnen:

  • Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie familie- en jeugdrechtbank 4 december 2014, onuitg., nr. 14/3075/A.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be