Verbeterende beschikking jeugdrechtbank
Rechtspraak 30/10/2015

Hof van beroep Gent (protectionele zaken) 23 september 2015, 2015/JZ/76.

​In het verleden werden diverse hulpverleningstrajecten opgestart om X te helpen in het VOS-dossier evenals in het huidige MOF-dossier. Omwille van haar vele fugues is X onbegeleidbaar.

Daarom werd ze bij beschikking van de jeugdrechtbank op 16 februari 2015 toevertrouwd aan de instelling te Beernem. Met de voorziening Maria Goretti werd een opbouwende overgang voorbereid in functie van een voltijds verblijf. Deze opbouw heeft X goed volbracht zodat zij bij beschikking van 29 juni 2015 werd toevertrouwd aan het begeleidingstehuis Maria Goretti.

Op 20 juli 2015 fugueerde X opnieuw. Zij werd teruggevonden op 7/8/2015. In afwachting van het casus-overleg forensisch zorgtraject op 13/08/2015 en de tussenkomst van de vertrouwde jeugdrechter werd toegestaan dat X bij haar vader mocht verblijven mits actieve medewerking met de contextbegeleiding vanuit Maria Goretti. De eerste week was er medewerking met de contextbegeleiding. Daarna werd de begeleiding door haar vader onmogelijk gemaakt zodat er geen zicht was hoe X haar dagindeling vorm gaf en welke stappen zij zette qua school en werk.

Vermits ook de contextbegeleiding niet werkbaar was voor X, zij zich manifest onttrok aan iedere maatregel en gelet op de bezorgdheden van de voorziening omtrent haar psychische en fysieke integriteit was een heropname in de gemeenschapsinstelling te Beernem noodzakelijk.

De jeugdrechter besliste tot de vervanging van de bij beslissing dd. 29 juni 2015 bevolen maatregel. X werd ontslagen van verder verblijf in de organisatie van de Bijzondere Jeugdzorg, begeleidingscentrum Maria Gorreti, met de module verblijf voor minderjarigen en kamertraining. En werd toevertrouwd aan de gemeenschapsinstelling De Zande, open afdeling, van 7 september 2015 tot 7 december 2015.

Verbeterende beschikking Jeugdrechtbank – plaatsing van open naar gesloten afdeling

Op 8 september 2015 werd door de jeugdrechter een verbeterende beschikking genomen. X werd ontslagen van verder verblijf in de organisatie voor Bijzondere Jeugdzorg Maria Goretti. En werd toevertrouwd  aan de gemeenschapsinstelling De Zande, gesloten afdeling, van 7 september tot 7 december 2015.

Minderjarige tekende beroep aan 

De minderjarige tekende beroep aan tegen de eerste beslissing van 7 september 2015.  Overeenkomstig artikel 52ter, eerste lid Jeugdbeschermingswet moet behoudens uitzonderingen – de minderjarige worden gehoord door de jeugdrechter zelf, vooraleer hij/zij enige voorlopige maatregel kan nemen. Dit verplicht horen geldt zowel voor het nemen van een oorspronkelijke maatregel, als voor het wijzigen van een bestaande voorlopige maatregel.

Naar het oordeel van het hof kan er in de onderhavige zaak geen sprake zijn van een “materiële beslissing”.

De (bestaande) open afdeling in de gemeenschapsinstelling De Zande-Beernem waartoe beslist werd bij beschikking van de jeugdrechter van 7 september 2015 betrof een ander type plaatsingsmaatregel dan het toevertrouwen van een minderjarige aan een gesloten afdeling, zoals beslist bij “verbeterende beschikking” van 8 september 2015.

Niet horen minderjarige

Geheel ten onrechte heeft de jeugdrechter te Dendermonde aldus de minderjarige, alvorens de laatste “verbeterende” beschikking, niet gehoord. Niet enkel de “verbeterende beschikking” van 8 september 2015 dient aldus, wegens miskenning van de voormelde proceswaarborgen, te worden vernietigd, ook de beschikking van 7 september 2015 waarop het beschikkend gedeelte van eerstgenoemde (nietige) beschikking werd gekantmeld is aldus met een nietigheid behept.

Ten onrechte verwijst de raadsman van de minderjarige volgens het hof in dat verband naar de wet op de voorlopige hechtenis (en de invrijheidstelling die aldus zou moeten worden bevolen. Deze is hier niet van toepassing).

Ingevolge de devolutieve kracht wordt deze zaak onttrokken aan de bevoegdheid van de jeugdrechtbank te Dendermonde en behoort het aan het hof om uitspraak te doen over de grond van de zaak. De jeugdrechter kan immers ten allen tijd, zelfs ambtshalve de maatregelen wijzigen en optreden in het belang van de minderjarige (artikel 60 Jeugdbeschermingswet).

Hof van Beroep – verder verblijf in gesloten afdeling

Op de terechtzitting van het hof van beroep van 21 september 2015 bleek dat X wel oprechte intenties had om haar verantwoordelijkheid te nemen, werk te zoeken, het contact met haar moeder te versterken en uit de problemen te blijven. Zij wil haar leven terug op rails krijgen. Het hof stelde vast dat uit de debatten bleek dat haar intenties verder dienen te worden uitgewerkt. Ook heeft ze het nog steeds moeilijk met het nakomen van haar afspraken. Het hof achtte het dan ook tot op heden voorbarig om in te gaan op het verzoek van de minderjarige om de plaatsing op te heffen in de gesloten afdeling.

Hof van Cassatie

Er werd cassatieberoep aangetekend. Men werpt op dat de principes van de voorlopige hechtenis dienen gerespecteerd te worden.

De voorlopige hechtenis van minderjarigen wordt niet door de  Voorlopige Hechteniswet geregeld, maar door de Jeugdbeschermingswet.

Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  •  Hof van beroep Gent (protectionele zaken) 23 september 2015, 2015/JZ/76.

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be