Vaststelling van vaderschap en toetsing aan het belang van het kind anders voor een kind vanaf 1 jaar
Rechtspraak 08/05/2012

Grondwettelijk Hof 3 mei 2012/61, rolnummer 5296, niet gepubliceerd.

​De feiten

Bij de geboorte van L. wordt Jef als vader genoteerd, omdat hij getrouwd is met de moeder. Thierry stelt een procedure in en wil dat de rechtbank zegt dat hij de vader is van L.

Uit het deskundigenonderzoek blijkt ook inderdaad dat Jef niet de biologische vader is. Het kindje heeft ook geen “bezit van staat” ten aanzien van Jef, niemand gaat ervan uit dat hij de vader zou zijn.

De rechtbank beslist dat de betwisting van het vaderschap van Jef gegrond kan worden verklaard indien het vaderschap van Thierry komt vast te staan, conform artikel 318§5 BW.

De moeder van L., beaamt dat Thierry de biologische vader is van L., maar verzet zich tegen de vaststelling van zijn vaderschap omdat die vaststelling in strijd zou zijn met het belang van het kind. De rechtbank meent dat zij de vordering tot vaststelling van het vaderschap niet mag toetsen aan het belang van het kind, omdat L. op het ogenblik van de dagvaarding jonger dan 1 jaar was (art. 332 quinquies, §2 BW)

De moeder van L. vindt dit discriminatie tussen kinderen jonger en ouder dan 1 jaar. Haar advocaat verzoekt de rechtbank hierover een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof, omdat de moeder van een kind dat nog niet de volle leeftijd van 1 jaar heeft bereikt op het ogenblik van het instellen van een vordering tot vaststelling van het vaderschap, door de persoon die beweert de biologische vader te zijn, zich tegen deze vordering niet kan verzetten op basis van het belang van het kind, terwijl de moeder van een kind dat op het ogenblik van het instellen van de vordering wel de leeftijd van 1 jaar heeft bereikt, zich wel kan verzetten.

Vooraleer de rechtbank een uitspraak zal doen, gaat ze dus eerst bij het Grondwettelijk hof vragen of hier inderdaad sprake is van discriminatie

De beslissing van het Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof stelt dat er geen enkele regel is die kan verantwoorden dat de rechter het belang van een kind ouder dan 1 jaar in rekening brengt, terwijl hij daarmee geen rekening kan houden wanneer de vordering is opgestart op het ogenblik dat kind jonger is dan 1 jaar. Deze regel doet volgens het Hof afbreuk aan de rechten van de betrokken kinderen.

Het Grondwettelijk Hof beslist dan ook dat de betreffende regelgeving -art. 332quinquies, §2, eerste lid Burgelijk Wetboek - discriminerend is. De artikelen 10 en 11 van de Grondwet zijn geschonden als de rechter in het kader van een betwisting van vaderschap, op grond van art. 318, §5 BW door een man die beweert de biologische vader te zijn, niet in staat is controle uit te oefenen op het belang van het kind bij het vaststellen van de afstamming, wanneer dit kind jonger is dan 1 jaar.

Auteur: Christine Melkebeek, DCI Vlaanderen

Bron:


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be