Vaststelling van dubbele afstammingsband van een kind moet ook mogelijk zijn in incestueuze relatie
Rechtspraak 27/09/2012

Arrest Grondwettelijk Hof 9 augustus 2012, rolnummer 5216

Incestueuze relaties in belgië

In het Belgische recht worden incestueuze relaties tussen toestemmende volwassen bloedverwanten niet strafbaar gesteld. Alleen het huwelijk tussen deze personen is verboden; het is daarentegen niet verboden een contract van wettelijke samenwoning te sluiten. Niettemin kunnen de kinderen uit een dergelijke relatie nooit hun dubbele afstamming laten vaststellen, zelfs niet wanneer die met de socio-affectieve werkelijkheid zou overeenstemmen.

Het Grondwettelijk Hof bevestigde recent dat het ook voor deze kinderen mogelijk moet zijn een dubbele afstammingsband te laten vaststellen.

De feiten

Jan en Marie hebben elkaar in de loop van 1989 ontmoet, zij waren 21 en 25 jaar oud. En wisten toen niet dat zij via hun moeder, broer en zus waren. Ze gingen met elkaar een relatie aan. Pas later vernamen ze het bestaan van hun bloedverwantschap.

Ze leefden samen vanaf 1991. In maart 2008 legden ze een verklaring van wettelijke samenwoning af voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van hun verblijfplaats.
Uit hun verbintenis zijn 3 kinderen geboren. Die kinderen zijn niet erkend door hun vader maar werden toch door hun twee ouders opgevoed.
Jan overlijdt in 2010 bij een verkeersongeval.
Marie wil het vaderschap van Jan ten aanzien van de drie kinderen juridisch vastgesteld zien en stelt bij de rechtbank van eerste aanleg te Hoei een vordering in tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.

Rechtbank van Eerste Aanleg Hoei

De rechtbank stelt vast dat de rechtsvordering tot onderzoek naar het vaderschap krachtens art. 325 van het Burgerlijk Wetboek onontvankelijk is, wanneer uit het vonnis waarbij het vaderschap is vastgesteld, een huwelijksbeletsel wordt bewezen tussen de vader en de moeder van de kinderen waarvoor de Koning geen ontheffing kan verlenen.

De rechtbank stelt eveneens vast dat, aangezien de ouders, via hun moeder, broer en zus zijn, het huwelijk tussen hen, door toepassing van art 162 van het Burgerlijk Wetboek verboden was en dat dit verbod op grond van art. 164 van het Burgerlijk Wetboek niet kon worden opgeheven door de Koning. De rechtbank verklaart de vordering tot vaststelling van het vaderschap dan ook onontvankelijk en doet geen uitspraak over de vordering tot vaststelling van het vaderschap. Dit maakt dat deze kinderen enkel een afstammingsband met moeder juridisch erkend weten en nooit een dubbele afstamming bevestigd kunnen krijgen.

De moeder en de voogd ad hoc, die de belangen van de kinderen behartigt, stellen dat die situatie discriminerend is voor de betrokken kinderen, ten aanzien van wie nooit een dubbele afstamming zal kunnen worden vastgesteld, in tegenstelling tot andere kinderen. Zij verzoeken de rechtbank van Hoei hierover een vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof.

Het Grondwettelijk Hof

Met de prejudiciële vraag wordt het Grondwettelijk Hof verzocht na te gaan of er inderdaad sprake is van een verschil in behandeling wat betreft de mogelijkheid om een dubbele afstammingsband te laten vaststellen, tussen de kinderen in een incestueuze relatie en alle andere kinderen die, ongeacht de omstandigheden van hun geboorte, wel een dubbele afstammingsband kunnen laten vaststellen. Het Hof moet zich niet uitspreken over de toelaatbaarheid van het huwelijksbeletsel, maar enkel op het probleem van de vaststelling van de dubbele afstammingsband van kinderen uit een relatie tussen personen voor wie een dergelijk beletsel bestaat.

Het Grondwettelijk Hof besluit dat art. 325 BW het grondwettelijk gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel schendt, omdat het de rechter niet toelaat rekening te houden met de belangen van het kind. De vaststelling van een dubbele afstammingsband moet dus ook voor deze kinderen mogelijk zijn.
Kinderen uit incestueze relaties zijn niet talrijk. Toch is het arrest vooral principieel belangrijk; omdat het Grondwettelijk Hof ook voor deze kinderen een einde stelt aan de discriminatie.

Auteur: Christine Melkebeek, DCI-Vlaanderen
Bronnen:

  • Arrest Grondwettelijk Hof 9 augustus 2012, rolnummer 5216 waarin het Grondwettelijk Hof zich uitspreekt over art. 325 Burgerlijk Wetboek, in zoverre het de vaststelling van een enkele afstammingsband verbiedt ten aanzien van kinderen uit een relatie tussen personen voor wie een absoluut huwelijksbeletsel geldt, bestaanbaar is met de art. 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met art. 8 en 14 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en met de art. 3, lid 1, en art. 7, lid 1 van het Verdrag voor de Rechten van het Kind.

  • M. VERHOEVEN, "Vaststelling dubbele afstamming bij incest mogelijk", De Juristenkrant 2012/253, 5.

Lees ook de andere items verschenen in het ezine TJK 7/2012.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be