Uitoefening van het ouderlijk tuchtigingsrecht: vatbaar voor een te ruime interpretatie?
Rechtspraak 26/06/2014

Gent 27 februari 2013, onuitg., nr. GE43.L2.4796/11, KAB5

​De feiten

Op 22 juli 2011 wordt aangifte gedaan bij de lokale politie dat Y tijdens een cafébezoek en terwijl hij op de gokkast aan het spelen was, twee harde slagen met de vlakke hand gaf aan zijn vierjarig zoontje Z waardoor het kind op de grond viel. De aanleiding hiervoor zou geweest zijn dat het kind begon te huilen omdat het ook eens een balletje wou afschieten, maar dit niet mocht. Vervolgens zou hij het kind hebben opgeraapt en het tot boven zijn hoofd gehouden hebben om het dan te laten vallen.

De vriend van de uitbaatster van het café, R, is getuige van de feiten. Hij zou na de feiten zijn tussengekomen en gezegd hebben tegen Y dat hij de zaak onmiddellijk moest verlaten. Y zou toen samen met zijn zoontje zijn vertrokken. R verklaart dat hij nadien sms-berichten kreeg van Y met bedreigingen. R legt hierna klacht neer tegen Y.

De politie bezoekt de school waar Z naar de kleuterklas gaat en het personeel verklaart dat het kind bang is van zijn papa en steeds een zetje moet krijgen om te willen meegaan met zijn papa. Er werden wel nog nooit verwondingen bij het kind vastgesteld.

Ook de moeder van het kind, die gescheiden leeft van Y, verklaart dat haar zoontje liever bij haar blijft maar zij verklaart ook dat Y hem geen kwaad zal doen.

Bespreking

Y heeft een beladen strafrechtelijk verleden. De rechtbank hoedt er zich echter in deze zaak voor om dit verleden van invloed te laten zijn bij een objectieve beoordeling van de bewijselementen in deze zaak. Tevens komt aan het licht dat de aangever van de vermeende slagen geen onbesproken figuur is en er een gespannen geschiedenis bestaat tussen Y en R. Ook de waarde van andere getuigenverklaringen van caféklanten over dit incident dienen volgens de rechtbank  in dit licht beoordeeld te worden.

Er blijkt nergens uit een nader onderzoek naar de leef- en opvoedingsomstandigheden van Z dat er sprake zou zijn van fysiek misbruik van het kind. Onder die omstandigheden is er volgens de rechtbank minstens twijfel over de vraag of de vermaning die Y naar eigen zeggen aan zijn zoon gaf, verder ging dan de uitoefening van het ouderlijk tuchtigingsrecht, zodat er sprake zou zijn van opzettelijke slagen of verwondingen. Die twijfel moet in het voordeel spelen van de beklaagde.

De rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat Y moet worden vrijgesproken voor de feiten.

Besluit

Men kan aannemen dat een ouder, in de uitoefening van zijn ouderlijk gezag, zijn kind kan terechtwijzen wanneer dit ongehoorzaam is of wanneer het kattenkwaad uithaalt, dit hoeft echter niet onder de vorm van fysiek geweld te zijn. In deze zaak verklaarde de vader dat hij in het café op de flipperkast speelde en aangezien zijn zoon zeurde en ongeduldig werd hij hem een oorveeg gaf. 

We kunnen besluiten dat de Gentse correctionele rechtbank wel heel clement was in haar uitspraak en hopen dat de “pedagogische tik” van de vader later niet escaleert in ergere dingen.

Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  • Gent 27 februari 2013, onuitg., nr. GE43.L2.4796/11, KAB5

    Dit vonnis zal later uitgebreid geannoteerd worden in de papieren drager van TJK.


 
 
 
 
 
 

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be