Sinterklaasintocht in Nederland – kortgeding - vordering onontvankelijk - wijze waarop Zwarte Piet wordt uitgebeeld niet in strijd met grondrechten
Rechtbank Noord-Holland 14 november 2018, nr. C/15/281092/ KG ZA 18-843

​Over de uitbeelding van Zwarte Piet wordt in Nederland al jaren gediscussieerd. Sommigen vinden dat Zwarte Piet racisme in stand houdt, anderen daarentegen vinden dat dit een eeuwenoude traditie is die niets met racisme te maken heeft.

De Utrechtse stichting Majority Perspective stapte begin november 2018 naar de rechter in kort geding in Haarlem om Zwarte Piet te bannen in de landelijke intocht van Sinterklaas in Zaanstad. Het kort geding was gericht tegen de gemeente Zaanstad, NTR omroep, een evenementenbureau, het Commissariaat voor de Media, het Nederlands Instituut voor de Classificatie van de Audiovisuele Media en de Nederlandse Staat. De stichting eiste dat tijdens de intocht Zwarte Piet zou ontdaan worden van alle racistische kenmerken en gedragingen. Geen zwarte of bruine schmink, geen onderdanig gedrag ten opzichte van de Sint en geen onnozel of clownesk gedrag.

De stichting baseerde zich haar eis op een aantal internationale verdragen en op een eerdere uitspraak van 3 juli 2014 van de rechtbank van Amsterdam waarbij de bestuursrechter oordeelde dat de burgemeester onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van de zwarte gemeenschap tijdens de intocht van Sinterklaas. In het vonnis werd gesteld dat de aanwezigheid van Zwarte Piet bij zwarte mensen gevoelens van minderwaardigheid kon oproepen. In hoger beroep oordeelde de Nederlandse Raad van State dat deze overwegingen niet van toepassing waren op het verlenen van een vergunning door de gemeente. De burgemeester mag bij het afleveren van een vergunning voor een Sinterklaasintocht geen oordeel vellen over Zwarte Piet. 

De Nederlandse kinderombudsman sprak zich eveneens uit over de kwestie na klachten van ouders over discriminerende effecten van Zwarte Piet. Hij kwam tot de bevinding dat de figuur van Zwarte Piet kan bijdragen aan pesten, uitsluiting of discriminatie en daarmee in strijd is met het Kinderrechtenverdrag. Hij adviseerde om Zwarte Piet aan te passen zodanig dat kinderen geen negatieve effecten zouden ervaren.  Ook het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens oordeelde dat aan Zwarte Piet discriminerende aspecten kleven.

De rechter oordeelde op 14 november 2018 dat de vordering van de stichting Majority Perspective onontvankelijk was. De uitbeelding van Zwarte Piet diende niet aangepast te worden tijdens de landelijke intocht van Sinterklaas op 17 november 2018.  Volgens de rechter had de Utrechtse stichting de andere partijen waaronder de organisatoren van de intocht, overvallen met een rechtszaak. De stichting treedt op voor de belangen van anderen en voert een collectieve actie. De Nederlandse wet stelt als eis dat voorafgaand aan het beginnen van een rechtszaak overleg dient gevoerd te worden met de ander(e) partij(en) over wat van de rechter wordt gevraagd. Dit overleg had niet plaatsgevonden.

De rechter ging evenwel uitvoerig in op de vordering en stelde dat in deze zaak de vrijheid van meningsuiting een belangrijke rol speelt. Vanwege het maatschappelijk debat de afgelopen jaren heeft de keuze voor de uitbeelding van Zwarte Piet inmiddels het karakter gekregen van een stellingname. De uitbeelding van Zwarte Piet valt daarmee binnen het bereik van de vrijheid van meningsuiting. Aangezien de stichting zich beriep op het verbod van discriminatie deed zich een conflict van grondrechten voor. Het ingrijpen van de rechter vóórdat de intocht van Sinterklaas plaatsvond was slechts mogelijk indien bij deze intocht een inbreuk op de grondrechten zou plaatsvinden. Van een zodanige dreiging kan alleen sprake zijn indien die inbreuk voorzienbaar is. Dat was hier niet het geval.


Bronnen

 

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be