Studiefinanciering en studievoorzieningen in het hoger onderwijs
Rechtspraak 18/06/2012

Arrest Grondwettelijk Hof 12 juni 2012/5169

​Het Grondwettelijk Hof werd gevraagd zich uit te spreken of er een ongrondwettelijk verschil in behandeling wordt gemaakt tussen een student die na jaren gewerkt te hebben ervoor kiest bij zijn ouders te gaan wonen en van zijn spaargeld te leven om opnieuw zijn studies aan te vatten, en studenten die leven van een leefloon maar zich voor de rest in dezelfde situatie bevinden.

Feiten

Op 30 juni 1997 behaalt Yvan het diploma secundair onderwijs. Op 16 september 2002, na eerst onder meer 4 jaar in loondienst te hebben gewerkt, vat hij een hogere studie aan. Sinds 19 september 2002 is hij ingeschreven in het bevolkingsregister, op het adres van zijn vader. Op 30 juni 2004 behaalt hij het diploma van kandidaat industrieel ingenieur.

Hij krijgt een brief op 1 juni 2004 van de afdeling Studietoelagen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.Vanaf het academiejaar 2004-2005 is er een nieuwe regelgeving van toepassing, namelijk het decreet van 30 april 2004 en het ter uitvoering ervan genomen besluit van 28 mei 2004.Ten gevolge van die nieuwe regelgeving moet hij voortaan ieder jaar opnieuw aantonen aan bepaalde voorwaarden te voldoen, zo niet verliest hij het statuut van zelfstandig student.

Yvan, die op grond van de vorige reglementering een studietoelage ontving, wordt voor het academiejaar 2004-2005, verder als een zelfstandig student beschouwd. Vanaf 16 september 2004 kwam hij niet meer voor tijdskrediet in aanmerking en heeft slechts een verlof zonder wedde.Voor het academiejaar 2005-2006 kon hij geen inkomen verwerven van meer dan 2.490 euro en verloor het statuut van zelfstandig student.

Yvan kon dat statuut slechts opnieuw verkrijgen indien hij gedurende 12 maanden een inkomen verwerft gelijk aan het leefloon van een samenwonende. Vermits Yvan, wat het academiejaar 2005-2006 betreft, evenmin aan die voorwaarde voldeed, kon hij voor dat academiejaar geen aanspraak meer maken op studiefinanciering.

Zelfstandig student of niet?

Voor de rechtbank spitste de discussie zich als volgt toe. Behoorde Yvan tot de categorie van de "zelfstandige studenten" of tot de categorie van "de leefeenheid waar de student zijn hoofdverblijfplaats heeft bij één of beide ouders van wie zijn afstamming vaststaat".

Yvan stelde de vraag of het naar rede verantwoord is dat iemand die in loondienst heeft gewerkt en zijn arbeidsovereenkomst om studieredenen schorst, geen zelfstandig student zou kunnen zijn - en dus geen recht op een studietoelage zou hebben omdat hij van zijn spaargelden leeft- , terwijl iemand die een leefloon geniet automatisch als een zelfstandig student wordt beschouwd. In dit kader stelt de verwijzende rechter 2 prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof.

Wettigheidsbeginsel in onderwijszaken

In de eerste prejudiciële vraag gaat het over de bevoegdheid van de Vlaamse Regering om de "leefeenheden", tenminste die van "zelfstandig student", nader te omschrijven met het oog op de studiefinanciering in het hoger onderwijs. De decreetgever heeft zelf, in art. 23, § 1 van het decreet van 30 april 2004, de 5 categorieën van leefeenheden vastgesteld op basis waarvan de studiefinanciering van de student wordt berekend. Dat vindt het Grondwettelijk Hof voldoende, dus de regering was bevoegd.

Gelijkheidsbeginsel in onderwijszaken

In de tweede prejudiciële vraag gaat het over studenten die voor de de duur van hun studie zelfredzaam zijn door eigen spaargelden, en niet als zelfstandig student worden beschouwd omdat zij geen beroepsinkomen genieten of niet voor de arbeidsmarkt beschikbaar zijn.

Art. 24, §4 van de Grondwet herbevestigt voor onderwijszaken het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie. Volgens die bepaling zijn alle studenten gelijk voor de wet of het decreet.

Het Grondwettelijk hof stelde nochtans dat het niet aan de decreetgever kan worden verweten dat de studiefinanciering voor een zeer specifieke categorie van studenten zoals Yvan niet werd geregeld. Ook de tweede prejudiciële vraag wordt door het Grondwettelijk Hof dus ontkennend beantwoord.

Auteur: Christine Melkebeek, DCI Vlaanderen

Bronnen:

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be