Seksuele bescherming van -16 jarigen
Rechtspraak 25/09/2015

Cass. 24 mei 2011, De Juristenkrant 2011, 20, noot B. Ketels.

​Rechtbank van eerste aanleg

Tijdens een huiszoeking ontdekte de politie pedopornografisch fotomateriaal. De houder werd niet alleen vervolgd voor het bezit van de foto’s (artikel 383 § 2 Sw.) maar ook voor aanranding van de eerbaarheid zonder geweld of bedreiging (artikel 372 Sw.) van de gefotografeerde minderjarige slachtoffers. Daarbij komt nog dat de man met sommige slachtoffers occasioneel samenwoonde en over hen gezag had, een verzwarende omstandigheid.

Het Openbaar Ministerie vond dat de verdachte de eerbaarheid van de minderjarige had aangerand door hen (half) naakt of in suggestieve houdingen te fotograferen, terwijl hij zelf hun naaktheid en de poses georganiseerd had. De verdediging voerde aan dat de minderjarigen zich nooit gedwongen hadden gevoeld tot de poses, noch voelden ze bij die houdingen enige schaamte. De eerste rechter volgde de stelling van het Openbaar Ministerie en veroordeelde de man tot een zware gevangenisstraf.

Hof van Beroep

In graad van hoger beroep kreeg de man wel gelijk. Het hof van beroep stelde op de foto’s vast dat de verdachte de kinderen geheel of deels ontblootte terwijl ze aan het slapen waren.  Aangezien de daden zonder hun medeweten gepleegd werden konden de kinderen daarbij geen schaamte voelen. Uit de talrijke in beslag genomen foto’s kwamen ook daden aan het licht die niet gesteld konden worden zonder dat de kinderen het wisten. Deze erg jonge kinderen konden zich onmogelijk bewust zijn van de omstandigheden waarin ze zich bevonden. Het feit dat het collectief bewustzijn de handelingen objectief beschouwt als daden die de eerbaarheid aanranden, kan op zich niet voldoende zijn. Volgens het hof van beroep getuigt het van een extensieve interpretatie van de artikelen om te beweren dat uit het feit dat een minderjarige jonger dan 16 jaar geen geldige toestemming kan geven, volgt dat het persoonlijk bewustzijn bij de seksuele handelingen geen rol speelt. Dat enkel het collectief bewustzijn bepaalt wat een strafbare handeling uitmaakt en wat niet, kan niet de bedoeling zijn volgens de beroeprechters.

Het Hof van Cassatie brengt duidelijkheid over de draagwijdte van het misdrijf aanranding van de eerbaarheid ten aanzien van minderjarigen. Het feit dat de minderjarige op het moment van de feiten zelf geen schaamte of verlegenheid voelde is geen voorwaarde voor het misdrijf van aanranding van de eerbaarheid. Beneden de leeftijd van 16 jaar geldt een totale bescherming van de seksuele integriteit. De aanranding wordt objectief beoordeeld en niet naargelang het aanvoelen van de minderjarige.

Bronnen:

  •  P. VANWALLEGHEM, “Cassatie zet seksuele bescherming van -16 jarigen centraal”, De Juristenkrant 2015/312, 2.
  •  Cass. 10 juni 2015, P.15.0316.

Collectief bewustzijn

Hoewel de subjectieve gevoelens van het slachtoffer niet de beoordelingscriteria zijn, kunnen de personele kenmerken van het slachtoffer een rol spelen bij het collectief aanvoelen door de maatschappij. In het “roltraparrest” van 24 mei 2011 werd gesteld dat de leeftijd van het slachtoffer een element is dat doorweegt bij het bepalen van wat maatschappelijk aanvaard wordt. Zo zal bij een meerderjarige een handeling als vrijpostig kunnen worden beschouwd terwijl dat bij een minderjarige wel als een ernstige aantasting van de seksuele integriteit wordt ervaren. Het oordeel van het collectief bewustzijn zal dus variëren naargelang de leeftijd van het slachtoffer en de tijd waarin men zich bevindt.

In artikel 372 Strafwetboek werd een wettelijk vermoeden ingevoerd, namelijk een onweerlegbaar vermoeden dat een –16 jarige geen geldige toestemming kan geven voor seksuele handelingen. Men gaat ervan uit dat er een morele dwang rust op de -16 jarige doordat hij een onvoldoende ontwikkeld normbesef heeft en onervaren is. De aanranding van de eerbaarheid van een -16 jarige is strafbaar, ook zonder dat er sprake is van geweld of bedreiging, zelfs indien hij heeft  ingestemd of zelfs op vraag van of met uitlokking.

Bronnen:

  • Cass. 24 mei 2011, De Juristenkrant 2011, 20, noot B. Ketels.
  •  A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, 137-138.

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be