SALDUZ VOOR MINDERJARIGEN - SCHORSENDE WERKING VAN BEROEPSTERMIJN IN EVERBERGPROCEDURES
Rechtspraak 13/05/2013

Jeugdrechtbank Brugge 14 januari 2013, onuitg

​BESCHERMING VAN DE MINDERJARIGE : RECHT OP BIJSTAND VAN EEN ADVOCAAT ( SALDUZ-WETGEVING EN PRAKTIJK)

Een minderjarige die verdacht wordt van bepaalde misdrijven heeft recht op bijstand van een advocaat overeenkomstig de salduz-wetgeving. De minderjarige kan geen afstand doen van dat recht op bijstand van een advocaat. Meerderjarigen kunnen dit wel. De bescherming die de salduz-wetgeving voor minderjarigen wilde inbouwen, wordt soms door de praktische realiteit achterhaald. In casu werd beslist dat geen rekening mocht worden gehouden met de verklaringen afgelegd bij de politie waarin de minderjarige niet de voorziene bijstand van een advocaat kreeg. Daarbij werd abstractie gemaakt van het feit dat de minderjarige geen afstand kan doen van zijn recht op een advocaat, maar werd gewoon verwezen naar het feit dat geen advocaat beschikbaar was. Met de verdere verklaringen die de minderjarige tijdens de procedure aflegde met bijstand van zijn advocaat, werd ook geen rekening gehouden omdat er geen schriftelijke weergave van in het dossier zat.

SCHORSENDE WERKING VAN BEROEPSTERMIJNEN IN EVERBERGPROCEDURES

Bij een voorlopige plaatsing in een gesloten instelling van een minderjarige die een als misdrijf omschreven feit pleegde, moet de rechter binnen de 5 dagen en daarna maandelijks de plaatsing evalueren. Tegen de beslissing tot plaatsing kan beroep worden aangetekend waarover binnen de 15 dagen uitspraak volgt. De maatregel krijgt echter uitvoering zolang er geen uitspraak is in hoger beroep – de jongere zal dus in de gesloten instelling verblijven- en de eerste rechter dient zich ook te houden aan de evaluatie van de maatregel binnen de termijnen aangevat bij de eerste beschikking. Zelfs als de maatregel in hoger beroep bevestigd wordt, moet de eerste rechter binnen de gestelde termijnen aangevat bij de aanvankelijke beschikking opnieuw een heroverweging maken of de maatregel behouden moet blijven, gewijzigd of ingetrokken moet worden. Als de rechter bij de heroverweging meent dat de maatregel gewijzigd of ingetrokken moet worden, zelfs na bevestiging in hoger beroep van de aanvankelijke maatregel, zal de meest gunstige regeling voor de minderjarige toegepast worden.

DE FEITEN

De minderjarige X , die in een asielcentrum verbleef, maakte zich samen met zijn kompanen schuldig aan poging tot moord op 2 personen. Zij hadden zich bewapend door de ijzeren tafelpoten van de tafels van de wooneenheid af te breken en door het nemen van houten vloerwisselstellen waarna zij zich hiermee naar het woonblok van één van de slachtoffers begaven. De slachtoffers werden op een gewelddadige manier afgeranseld.

De ten laste gelegde feiten van extreem bruut geweld zijn heel ernstig en getuigen van een immorele ingesteldheid zonder enig respect voor de medemens. Zij wijzen erop dat de betrokkene een gevaar voor de maatschappij vormt en dat er met onmiddellijke ingang een beveiligende maatregel van bewaring en opvoeding dient genomen te worden teneinde herhaling te voorkomen. 

Het behoud van de minderjarige in het asielcentrum is niet meer houdbaar en er kan daarenboven gevreesd worden dat hij zou vluchten.

Gelet op de extreme ernst van de ten laste gelegde feiten en de persoonlijkheid van de minderjarige dringt zich een plaatsing van hem in een gesloten voorziening op.

DE JEUGDRECHTBANK

HET HOREN VAN DE MINDERJARIGE

De minderjarige X werd gehoord en bijgestaan door zijn advocaat; verder waren nog aanwezig zijn voogd, een consulent en de politie die instaat voor de overbrenging van de minderjarige. Er werd geen rekening gehouden met de verklaring van de minderjarige afgelegd buiten de aanwezigheid van zijn raadsman bij de politiediensten. De minderjarige werd voorafgaandelijk aan de voorleiding en tijdens de voorleiding bijgestaan door een raadsman. 

DE ERNST VAN DE FEITEN

De jeugdrechtbank van Brugge stelt vast dat de voorwaarden vervat in artikel 3 van de wet van 1 maart 2002 cumulatief aanwezig zijn, namelijk:

- de minderjarige is ouder dan veertien jaar op het ogenblik van het plegen van het als misdrijf omschreven feit en er bestaan voldoende ernstige aanwijzingen van schuld;

- mocht hij meerderjarig zijn kan voormeld als misdrijf omschreven feit een straf tot gevolg hebben van opsluiting van vijf tot tien jaar of een zwaardere straf;

- er bestaan dringende, ernstige en uitzonderlijke omstandigheden die betrekking hebben op de vereisten van bescherming van de openbare veiligheid;

- een opname bij voorlopige maatregel in een gemeenschapsinstelling is onmogelijk bij gebrek aan plaats.

Omwille hiervan beveelt de jeugdrechtbank dat de minderjarige onmiddellijk voor de duur van vijf dagen dient toevertrouwd te worden aan het Centrum De Grubbe.

HOGER BEROEP

Tegen dit vonnis van de jeugdrechtbank Brugge werd beroep ingesteld door de advocaat van X.

OVER HET VERHOOR VAN DE MINDERJARIGE

De advocaat voert aan de eerste rechter geen rekening hield met de verklaring van de minderjarige X afgelegd bij de politiediensten, buiten de aanwezigheid van zijn raadsman.

Dit is terecht volgens het Hof van Beroep te Gent. Ook het hof maakt abstractie van deze verklaring. De minderjarige deed immers geen afstand van zijn recht op bijstand van een advocaat tijdens zijn verhoor, doch er werd geen advocaat gevonden bij de procedure en er was geen beschikbaar. 

Dit is vreemd, een minderjarige kan immers geen afstand doen van zijn recht op bijstand van een advocaat. Alleen de meerderjarige te ondervragen persoon kan vrijwillig en weloverwogen afstand doen van het recht op een voorafgaand vertrouwelijk overleg met een advocaat (art. 47bis, §2 Sv.)

Het Hof kan ook geen rekening houden met de verklaringen die de minderjarige, bijgestaan door zijn raadsman, voorafgaand aan en tijdens de voorleiding voor de eerste rechter heeft afgelegd, nu daarvan geen schriftelijke weerslag in het dossier voorhanden is.

OVER DE OPGELEGDE MAATREGELEN

Er is degelijk voldaan aan de vereisten van de wet van 1 maart 2002 betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd. Er liggen geen gegevens voor waaruit zou blijken dat het doel van de maatregel op een andere manier kan worden bereikt. De minderjarige doet desbetreffend ook zelf geen concrete voorstellen en zijn voogd bleef zelfs afwezig op de zitting voor het hof.

OVER DE SCHORSENDE WERKING VAN DE BEROEPSTERMIJN

Art. 5, §1, lid 1 van de Wet van 1 maart 2002 betreffende de voorlopJige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, bepaalt dat de jeugdrechtbank vijf dagen na haar aanvankelijke beschikking en daarna maandelijks uitspraak doet over hetzij de intrekking, hetzij de wijziging, hetzij de handhaving van de maatregel, zonder dat de handhaving de totale termijn van twee maanden mag overschrijden.

Art. 8, lid 3 van voornoemde wet bepaalt dat in geval van hoger beroep de jeugdkamer van het hof de zaak behandelt en uitspraak doet binnen de 15 dagen te rekenen van de akte van hoger beroep. Het instellen van het hoger beroep schorst de maatregel niet. Deze blijft gehandhaafd zolang hij niet in hoger beroep werd gewijzigd.

De bevestiging van de beschikking in graad van beroep belet evenwel niet dat de heroverweging na een maand, door de jeugdrechter, ook nog moet gebeuren. In dat geval moet de meest gunstige oplossing voor de jongere worden genomen.

De termijn van een maand voor een hernieuwd onderzoek vangt aan op de dag van de aanvankelijke maatregel en dus niet na de bevestiging ervan.

Het hoger beroep is ongegrond en de bestreden maatregel wordt bevestigd door het hof van beroep te Gent, rechtdoende in jeugdzaken.

Auteur: Christine Melkebeek, ondervoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen, redactiesecretaris Actualiteit & Rechtspraak TJK

Bronnen:

  • Jeugdrechtbank Brugge 14 januari 2013, onuitg.
  • Jeugdkamer Gent, 28 januari 2013, onuitg, J/G/13.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be