Regeling kinderbijslag bij pleegzorg
Rechtspraak 05/06/2015

Op 1 januari 2014 trad het decreet houdende de organisatie van pleegzorg van 29 juni 2012 (BS 16 augustus 2012) in werking waarbij pleegzorg een aantal fundamentele vernieuwingen onderging. Dit decreet en de besluiten ter uitvoering ervan hebben een impact gehad op een aantal aspecten van de administratieve en financiële afhandeling van pleegzorgsituaties.

Diensten voor pleegzorg brengen kinderbijslagkassen op de hoogte van pleegplaatsingen

In het kader van de ondersteuningsopdracht van pleegzorgers en pleeggezinnen vanuit de diensten voor pleegzorg wordt van deze diensten verwacht dat zij de administratieve afhandeling betreffende de kinderbijslag voor hun rekening nemen. Zij hebben voortaan zelf de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid om de betrokken kinderbijslagkassen rechtstreeks zo snel als mogelijk op de hoogte te brengen van de pleegplaatsingen en niet meer Jongerenwelzijn. Het zijn namelijk de diensten voor pleegzorg die als eerste op de hoogte zijn van de effectieve start- en einddata van de pleegplaatsingen. Deze nieuwe regelgeving was het voorwerp van overleg tussen Jongerenwelzijn en de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers. Dit leidde tot een nieuwe procedure voor de administratieve afhandeling van de kinderbijslag van niet-rechtstreeks toegankelijke pleegplaatsingen (perspectiefzoekende en perspectiefbiedende pleegzorg) vanaf 1 januari 2014. Ondersteunende pleegzorg brengt geen verandering aan de kinderbijslagregeling teweeg (het gezin van oorsprong blijft rechthebbende van de kinderbijslag) en moet in deze procedure buiten beschouwing worden gelaten.

Plaatsende overheid

Het zijn de kinderbijslagkassen die rechtstreeks aan de plaatsende overheid (jeugdrechtbank/toegangspoort) het moment melden waarop de forfaitaire kinderbijslag werd toegekend aan de bijslagtrekkende van vóór de plaatsing. Het recht op forfaitaire bijslag voor de bijslagtrekkende vóór plaatsing ontstaat vanaf de eerste maand volgende op de kennisgeving van de pleegplaatsing aan de kinderbijslagkas van de bijslagtrekkende van vóór de plaatsing.

De plaatsende overheid kan op het moment dat hij geïnformeerd wordt beslissen dat de betaling moet worden stopgezet, indien er geen enkel contact met het kind in kwestie zou zijn van buitenaf. Indien de plaatsende overheid een dergelijke beslissing neemt moet hij op zijn beurt zo snel mogelijk de betrokken kinderbijslagkas van de bijslagtrekkende van vóór de plaatsing op de hoogte brengen zodat die de betaling van de forfaitaire bijslag kunnen stopzetten.

Bronnen:


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be