Rechtspraak Grondwettelijk Hof onder vuur?
Rechtspraak 28/01/2014

GwH 7 maart 2013 – Arrest nr. 29/2013
GwH 9 juli 2013 – Arrest nr. 96/2013

​Het Grondwettelijk Hof deed heel wat uitspraken waaruit besloten kan worden dat de regel dat een vaderschap – bij erkenning of via huwelijk met de moeder- bevestigd door bezit van staat niet betwist kan worden, niet houdbaar is. Er zijn bij deze rechtspraak heel wat kritische bedenkingen te formuleren.

ARRESTEN INZAKE AFSTAMMING

De regel die belet dat het vaderschap van de man die het kind erkende wordt betwist door de man die het vaderschap van het kind opeist, ingeval het kind bezit van staat heeft ten aanzien van degene die het heeft erkend (artikel 330, §1, eerste lid, tweede zin BW), schendt het recht op eerbied voor het privé-leven vervat in artikel 22 Grondwet in samenhang gelezen met artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
(GwH 7 maart 2013 – Arrest nr. 29/2013)

De regel die belet dat het vaderschap van de man die het kind erkend wordt betwist door de man die het vaderschap van het kind opeist, ingeval het kind bezit van staat heeft ten aanzien van diegene die het heeft erkend (artikel 330, §1, eerste lid, tweede zin BW), schendt het recht op eerbied voor het privé-leven vervat in artikel 22 Grondwet in samenhang gelezen met artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
(GwH 9 juli 2013 – Arrest nr. 96/2013).

De regel die belet dat het vaderschap van de echtgenoot van de moeder wordt betwist door de man die het vaderschap van het kind opeist, ingeval het kind bezit van staat heeft ten aanzien van deze echtgenoot (artikel 318, § 1 BW), schendt het recht op eerbied voor het privé-leven vervat in artikel 22 Grondwet in samenhang gelezen met artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

TSUNAMIE ARRESTEN GRONDWETTELIJK HOF OVER HET IN 2006 HERVORMDE AFSTAMMINGSRECHT

Het aantal publicaties over de (on)verenigbaarheid van het in 2006 hervormde afstammingsrecht met de Grondwet begint stilaan hele boeken te vullen.

De hierboven beschreven arresten behandelen een gemeenschappelijk vraagstuk dat reeds eerder aan bod kwam in een arrest van het Grondwettelijk Hof van 3 februari 2011 en van 7 juli 2011. Het deugdelijk bezit van staat vormt bij elke vordering tot betwisting van een afstammingsband volgens de wet een absolute grond tot niet-ontvankelijkheid. Eens deugdelijk bezit tot stand is gekomen, kan volgens de wet de afstammingsband niet meer betwist worden.

In de besproken arresten komt het Hof tot dezelfde vaststelling als in de arresten van 3 februari en 7 juli 2011.

KRITIEK OP ARRESTEN GRONDWETTELIJK HOF NEEMT TOE

Ten eerste rijst de vraag of het Grondwettelijk Hof wel correct de rechtspraak toepast.

Het Grondwettelijk Hof beoordeelt nooit grondig of de zaak valt onder het recht op eerbied voor het privé-leven dan het wel het gezins- en familieleven van de verzoeker. Evenmin wordt gekeken welke verplichtingen terzake rusten op de Staat.

Ten tweede vinden sommige auteurs het geweldig dat het Grondwettelijk Hof durft provoceren en een nieuwe juridische orde durft te creëren. Dit vindt de auteur samen met gezaghebbende juristen te verregaand. De beoordelingsvrijheid die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens laat aan de lidstaten om het bestaande gezinsleven te beschermen, toont dit goed aan.

Ten derde is het Grondwettelijk Hof ook niet zeer consequent en duidelijk in zijn arresten. Dit kan blijken uit de analyse van de gevolgen voor de rechtspraktijk. Ook de wijze waarop de ongrondwettelijkheid wordt vastgesteld, valt duidelijk niet als rechtsbevorderend te kwalificeren.

BESLUIT

Of men nu voorstander of tegenstander is van deze ontwikkelingen in het familierecht, het staat vast dat abstracte afwegingen steeds meer tot het verleden behoren. De vraag rijst of een abstracte afweging (voorrang biologische werkelijkheid) waartoe deze arresten volgens sommige auteur leiden, ook niet strijdig is met artikel 22 Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens?

Bron:

  • T. WUYTS, “Het bezit van staat mag de betwisting van het juridische vaderschap niet op absolute wijze verhinderen”, T. Fam. (Tijdschrift voor Familierecht) 2013/9, 216-232.

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be