Recht op vrije keuze advocaat in pro deo zaken? (Nederland)
Rechtspraak 02/03/2015

Raad van State (Nederland - Afdeling Bestuursrechtspraak) 21 januari 2015, nr. 201405096/1/A2, onuitg.

​De feiten

De heer X tekende beroep aan tegen de uitspraak van de rechtbank van Amsterdam van 12 mei 2014 in de zaak tussen hem en het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna raad).

De heer X verdedigde zich door aan te voeren dat het recht om een eigen advocaat te kiezen of aan te wijzen een onvervreemdbaar recht is van de rechtzoekende ook al verkeert hij in de positie dat hij een verzoek moet doen om in aanmerking te komen voor door de staat gefinancierde rechtsbijstand.

Volgens artikel 6 EVRM , derde lid, aanhef en onder c, heeft eenieder tegen wie een vervolging is ingesteld, in het bijzonder het recht zich zelf te verdedigen of daarbij de bijstand te hebben van een raadsman naar eigen keuze of, indien hij niet over voldoende middelen beschikt om een raadsman te bekostigen, kosteloos door een toegevoegd advocaat te kunnen worden bijgestaan, indien de belangen van een behoorlijke rechtspleging dit eisen.

In Nederland voorziet de Wet op de rechtsbijstand dat rechtsbijstand wordt verleend door door het bestuur ingeschreven advocaten. Deze advocaten die een aanvraag tot inschrijving hebben ingediend, worden ingeschreven als zij voldoen aan de in de Wet op de rechtsbijstand bedoelde voorwaarden. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op de deskundigheid van de advocaat op bepaalde rechtsgebieden. De raad stelt ten aanzien van een zevental rechtsgebieden bijzondere deskundigheidsvereisten in. Als de advocaat niet is ingeschreven voor het desbetreffende rechtsgebied, is het hem niet toegestaan zaken op het betreffende rechtsgebied te behandelen of daarvoor toevoeging op de lijst te verzoeken.

Een advocaat die voorwaardelijk ingeschreven wil worden op het terrein van het personen- en familierecht dient te voldoen aan algemene inschrijvingsvoorwaarden en aan specifieke vereisten.

De heer X had de raad verzocht om een toevoeging van advocaat Mr. V. ten behoeve van het voeren van verweer in hoger beroep in een zaak over het ouderlijk gezag van zijn kind. 

Bij besluit van 18 juni 2013, gehandhaafd bij besluit van 21 oktober 2013, heeft de raad die vraag afgewezen, omdat de advocaat op het rechtsgebied van personen- en familierecht niet was ingeschreven.

Raad van State (Nederland)

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Nederlandse Raad van State stelde dat de artikelen die de voorwaarden tot inschrijving bepalen niet in strijd zijn met artikel 6 EVRM. Zoals de Afdeling eerder had overwogen (bij uitspraak van 20 juli 2005 in zaak nr. 200908565/1) is het recht om een advocaat te kiezen in geval van kosteloze rechtsbijstand niet absoluut. Het recht op verdediging moet effectief zijn. Aangezien de heer X zich had kunnen laten bijstaan door een advocaat die bij de raad in personen- en familierechtzaken staat ingeschreven, was daaraan voldaan.

“De visie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens”

Europees Hof voor de Rechten van de Mens – beklaagde heeft in een pro deo zaak geen absoluut recht op een zelf gekozen advocaat


Het EHRM oordeelde dat mensen die kosteloze rechtsbijstand ontvangen niet altijd kunnen kiezen welke advocaat aan hen wordt toegevoegd. Het recht om verdedigd te worden door een raadsman van eigen keuze kan onderworpen worden aan beperkingen wanneer de belangen van een behoorlijke rechtspleging dit vereisen.

In Croissant t. Duitsland oordeelde het EHRM dat de wensen van de verzoeker niet genegeerd zouden moeten worden, maar dat de keuze van de advocaat – de belangen van een behoorlijke rechtspleging in aanmerking nemend – uiteindelijk aan de staat is (EHRM Croissant t. Duitsland 25 september 1992, nr. 13611, § 29, in dezelfde zin EHRM Lagerblom t. Zweden 14 januari 2003, nr. 26891/95, § 55).

In Ramon Franquesa Freixas t. Spanje (ERHM 21 november 2000, nr. 53590/99) klaagde de verzoeker dat zijn rechten onder artikel 6 lid 3 sub c waren geschonden omdat aan hem een advocaat gespecialiseerd in arbeidsrecht was toegevoegd om hem te verdedigen in een strafzaak. Het EHRM oordeelde dat zijn klacht ongegrond was omdat artikel 6 lid 3 sub c een verdachte niet het recht garandeert om te kiezen welke advocaat de rechtbank aan hem moet toevoegen en omdat de verzoeker had nagelaten om enig geloofwaardig bewijs te leveren van zijn stelling dat de advocaat incompetent was.

Rechtsleer

De rechtsleer stemt in met de rechtspraak: “Indien het belang van de rechtspraak dit eist, heeft de behoeftige beklaagde recht op een kosteloos toegevoegde advocaat. De beklaagde heeft hierbij geen absoluut recht op een zelf gekozen advocaat”. (C. VAN DEN WIJNGAERT, Strafrecht en Strafprocesrecht, Antwerpen, Maklu, 2000, 725 in dezelfde zin R. VERSTRAETEN, Handboek Strafvordering, Antwerpen, Maklu, 2005, 740).

Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Dit arrest zal worden geannoteerd door Mr. E. Van der Mussele in TJK 2015/2 waarbij de focus zal liggen op de Belgische minderjarige en zijn mogelijkheid op een vrije keuze van een advocaat in pro deo zaken.

Bron:

  • Raad van State (Nederland - Afdeling Bestuursrechtspraak) 21 januari 2015, nr. 201405096/1/A2, onuitg.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be