RECHT OP PERSOONLIJK CONTACT MET MINDERJARIG KIND DOOR OOM & TANTE EN GROOTOUDERS
Rechtspraak 26/03/2012

Arrest Hof van Beroep Gent 17 juni 2010, T.G.R./5, 2011, 341.

​Na een echtscheiding overleed de vader van een kind. De oom, tante en grootouders langs vaderszijde richtten zich tot de jeugdrechtbank om contactrecht te kunnen afdwingen. De grondslag van de vordering van de grootouders is de bloedband tussen de grootouders en het kleinkind. De rechtsgrond is art. 375bis Burgerlijk Wetboek. Het Hof van beroep oordeelde dat in dit geval een gepast contact met de vaderlijke grootouders hoe dan ook in het belang van het kind is.De grootouders kregen een bezoekrecht van een halve dag per maand.

De grondslag van de vordering van de oom en tante is de bijzondere affectieve band met het kind. De rechtsgrond is art. 375bis, 1ste lid in fine Burgelijk Wetboek. De bijzondere affectieve band tussen het kind en zijn oom en tante staat onbetwistbaar vast nu het kind jarenlang deel heeft uitgemaakt van hun gezin. Zij kregen een bezoekrecht van één weekend per maand en één vakantieweek per jaar.

Auteur: Christine Melkebeek

Bron: Gent 17 juni 2010, T.G.R./5, 2011, 341.

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be