2019 03 Positief project: een nieuwe reactie op een jeugddelict

Míro, 16 jaar, verdient een centje bij door cannabis  en XTC-pillen te verkopen op school. De school dient hiervoor klacht in bij de politie.  Enkele weken later worden Miro en zijn ouders opgeroepen bij de Procureur des Konings. Míro woont samen met zijn 3 kleinere broertjes bij zijn moeder.  Met zijn vader heeft hij nog weinig contact, maar deze is wel aanwezig op het parket.  De Procureur stelt hem een positief project voor.  Míro wil het een kans geven nadat hij hoort dat hij anders gevorderd zou worden bij de jeugdrechter.  


Volgens het decreet jeugddelinquentierecht, streeft men ernaar om de reacties op jeugddelicten zoveel mogelijk af te handelen op het niveau van het parket. Daarom heeft het parket meer mogelijkheden gekregen om te reageren op jeugddelicten. Naast de gekende mondelinge en schriftelijke waarschuwing het aanbod van herstelbemiddeling, kan het parket nu ook een positief project voorstellen of voorwaarden opleggen om  een minder ingrijpende reactie te voorkomen. Dit positief project kan eventueel ook later nog voorgesteld worden door de jeugdrechter.

   

Wat?

Het positief project is een manier voor de jongere om zelf een plan op te stellen dat tegemoet komt komen aan de gevolgen van het jeugddelict. De context wordt hier zoveel mogelijk bij betrokken.  De jongere en diens context kan ondersteund worden door een HCA-dienst bij de totstandkoming van het positief project. De HCA-dienst zal sowieso steeds de uitvoering van het plan opvolgen.

Het positief project is geen maatregel of sanctie die de verwijzer kan opleggen. Het is slechts een voorstel en de  jongere is vrij  om hierop in te gaan. Die vrijwilligheid blijft bestaan gedurende het hele traject: als de jongere het niet meer wil, kan hij er ten allen tijde uitstappen .

In de geest van het nieuwe decreet is het positief project een belangrijk instrument geworden voor het opnemen van verantwoordelijkheid door de jongere naar aanleiding van een jeugddelict. Het biedt alle ruimte om zelf een antwoord te formuleren op de schadelijke gevolgen van het jeugddelict en op die manier tot herstel te komen naar zichzelf, het slachtoffer en de samenleving. Door het positief project aan de jongere voor te stellen, geeft de verwijzer heel wat vertrouwen aan de jongere om zelf tot een antwoord te komen en dus ook in diens capaciteiten om dat te kunnen.

Het voorstel voor een positief project kan  zowel door het parket als door de jeugdrechter gebeuren. Samen met de herstelbemiddeling is het positief project aldus een belangrijk instrument richting een meer herstelgerichte en participatieve justitie. Immers, in de wet staat dat de jeugdrechter voorrang moet geven aan het positief project vooraleer hij zelf een maatregel of sanctie oplegt.

 

Voorwaarden

Om het positief project te kunnen voorstellen aan de jongere moet er aan twee voorwaarden voldaan zijn: er zijn ernstige aanwijzingen van schuld én de jongere ontkent het jeugddelict niet. Concreet betekent dit dat elk jeugddelict, ongeacht ernst of betrokkenheid van slachtoffers, hiervoor in aanmerking komt.

Wanneer er echter een slachtoffer is door het jeugddelict, moet herstelbemiddeling nog steeds de voorkeur krijgen zodat partijen rechtstreeks in communicatie kunnen gaan. Eventueel kan het aanbod van het positief project gelijktijdig met het aanbod van bemiddeling gebeuren.

 

Werkingsprincipes

Het positief project heeft tot doel dat de jongere zelf een antwoord formuleert op de gevolgen van het jeugddelict en dit in een plan giet. Hiervoor kan hij ondersteund worden door een begeleider van een HCA-dienst.

In die ondersteuning staan volgende werkingsprincipes centraal:

Vrijwillig

Het positief project is van en voor de jongere. De jongere kan hier steeds vrijwillig voor kiezen en  kan er op elk moment mee stoppen. Het eigenaarschap van de jongere is cruciaal. Dit betekent niet dat hij er alleen voor staat.

Herstelgericht

Vertrekkend van de beleving en de gevolgen van de feiten voor de jongere, het eventuele slachtoffer, de context en de samenleving, wordt gekeken wat de herstelnoden zijn. Deze zullen inspiratie geven voor de voorstellen en intenties van de jongere.

Krachtgericht

We vertrekken in onze aanpak vanuit de krachten en talenten van de jongere. De concrete voorstellen in het plan sluiten best aan op de krachten van de jongere en de context. Zo wordt het een constructief plan dat ook tegemoet komt aan de herstelnoden.

Ouders betrekken

We zetten in de ondersteuning sterk in op verbinding tussen de jongere en de ouders. Bij het opstellen van het plan worden de ouders gelijkwaardig betrokken. Waar het kan, komen jongere en ouders samen tot een invulling. Ouders zullen ook een belangrijke rol spelen in de uitvoering van het plan.

Netwerk versterken

Van bij aanvang worden belangrijke steunfiguren in kaart gebracht, kunnen sommigen van hen betrokken worden bij de totstandkoming van het plan en kunnen deze steunfiguren een belangrijke taak hebben in de uitvoering van het plan.

 

Hoe verloopt een positief project?

1.       Voorstel voor een positief project

De verwijzer nodigt de jongere en de ouders uit en doet hen het voorstel voor een positief project. De wet voorziet dat ze steeds bijgestaan moeten worden door een advocaat. De advocaat zal een belangrijke rol spelen in het positief project, niet in het minst om de proportionaliteit van het voorgestelde plan te toetsen.

Na het voorstel hebben de jongere en zijn ouders vijftien werkdagen bedenktijd. In die tijd kan de jongere zelf de HCA-dienst  contacteren wanneer ze heel snel aan de slag willen gaan of neemt de HCA-dienst zelf contact op met de jongere. Vervolgens gaat de HCA-begeleider op huisbezoek waarbij hij het doel, de procedure en de gevolgen van het positief project toelicht. Bedoeling is dat de jongere en diens ouders bewust kunnen kiezen om al dan niet op het aanbod in te gaan. Het is ook het moment om al een eerste keer stil te staan bij de beleving en de gevolgen van het jeugddelict.

De HCA-dienst laat de verwijzer definitief weten of de jongere ingaat op het voorstel van het positief project.

Belangrijk om weten nog is dat een positief project op parketniveau maximaal 30u mag duren, bij de jeugdrechtbank in voorlopige fase 60u en in definitieve fase 220u.

2.       Ondersteuning

Het is geen verplichting voor de jongere om beroep te doen op de HCA-dienst. Toch kan deze ondersteuning een belangrijke meerwaarde betekenen voor de jongere en zijn ouders gezien de specifieke invalshoek van de HCA-dienst. De advocaat kan de jongere hiervoor motiveren. Hoe gaat een HCA-dienst te werk?

De HCA-begeleider vertrekt van de beleving van de betrokken partijen n.a.v. het jeugddelict: de jongere, de ouders, het slachtoffer en de samenleving. De begeleider hanteert zowel gesprekken als ervaringsgerichte methodieken. Daarnaast wordt ook gekeken naar de krachten en talenten van de jongere en de context. Vanuit die beleving en de impact zoekt de jongere naar antwoorden op richtinggevende vragen: hoe vermijden we dit in de toekomst? Wat en hoe kan ik het goedmaken naar mijn slachtoffer? Wat is er thuis nodig om verder te kunnen? We gaan ook na welke steunfiguren hier mee een rol in kunnen spelen en welke steun ze kunnen geven.

Deze oefening kan in één moment gebeuren, maar kan zeker ook verschillende momenten in beslag nemen. De HCA-begeleider volgt daarbij het tempo van de jongere en diens ouders. Ten allen tijde bewaakt de begeleider de vrijwilligheid van de jongere. Het is niet de bedoeling dat de begeleider voorstellen doet. Zijn taak is het proces te faciliteren tussen jongere, ouders en eventuele steunfiguren zodat de jongere zelf zijn voorstellen kan formuleren.

Eens de intenties en voorstellen van de jongere duidelijk zijn, kan het geheel in een uitvoerbaar plan gegoten worden: dit betekent de intenties concreet maken, kijken wat de jongere precies gaat doen, voor hoe lang, waar en wie hem daarbij kan ondersteunen. Idealiter is hier de advocaat bij aanwezig zodat deze het plan zowel kwalitatief als kwantitatief op proportionaliteit kan beoordelen.

Van dit proces en de uiteindelijke intenties en acties wordt een verslag opgemaakt. De HCA-dienst maakt dit ter goedkeuring  over aan de verwijzer. De verwijzer kan het positief project enkel weigeren wanneer hij dit bijzonder motiveert.

3.       Uitvoering

Na de goedkeuring van het positief project  heeft de jongere zes maanden om het plan uit te voeren. Dit wordt  opgevolgd door de HCA-dienst onder de vorm van regelmatig (telefonisch of samenkomst) contact  met de jongere en de mensen die de jongere ondersteunen in de uitvoering. Er wordt samen bekeken hoe het loopt, wat goed gaat, waar het minder gaat en waar eventueel moet bijgestuurd worden. Op het einde maken we een verslag op met de betrokkenen met daarin ruimte  voor de beleving van de betrokkenen.

Dit eindverslag wordt overgemaakt aan de verwijzer.

4.       Gevolgen

Op parketniveau vervalt de strafvordering wanneer de jongere zijn positief project goed heeft uitgevoerd. Dit betekent dat er nooit meer iets kan volgen naar aanleiding van dit jeugddelict. Het jeugddelict wordt ook niet opgenomen in het strafregister en de jongere kan vermijden dat hij een dossier krijgt op de jeugdrechtbank. Mocht de jongere slechts gedeeltelijk zijn project uitvoeren, houdt de procureur hier rekening mee in zijn verdere beslissing.

Op jeugdrechtbankniveau houdt de jeugdrechter in voorlopige fase rekening met de uitvoering van het positief project voor een verdere beslissing. In definitieve fase betekent een volledige uitvoering van het plan dat het dossier gesloten wordt. Wanneer de jongere zijn positief project slechts gedeeltelijk heeft uitgevoerd, kan de jeugdrechter een vervangende sanctie opleggen. De jongere wordt vooraf ingelicht wat de vervangende sanctie zal zijn, nog voor hij al dan niet ingaat op het voorstel van het positief project. De jeugdrechter kan, bij een gedeeltelijke uitvoering, de vervangende sanctie minder zwaar maken.


Startende praktijk

Het positief project is een heel nieuw aanbod in het reageren op jeugddelinquentie. Er zijn dus nog veel onbekenden: o.a. het aantal voorstellen, de rol die de jeugdadvocaat zal opnemen in de praktijk, de verhouding met het aanbod van herstelbemiddeling.  Wat dit laatste betreft   hopen de HCA-diensten dat dit niet ten koste gaat van het bemiddelingsaanbod: wanneer er een slachtoffer is, moet er steeds een bemiddelingsaanbod gebeuren. Is de jongere aan het bemiddelen en werkt hij tegelijkertijd een positief project uit, zal de uitkomst en de engagementen die daaruit voortvloeien steeds opgenomen worden in het positief project.

De HCA-diensten in Vlaanderen werken momenteel samen een draaiboek uit volgens bovenstaande principes, met respect voor de couleur locale  van elke werking. De medewerkers zullen elkaar met regelmaat treffen om van elkaar te leren om zo van het positief project een vaste, kwaliteitsvolle, herstelgerichte en participatieve reactievorm op jeugddelinquentie te maken.


Vervolg casus

Tijdens een eerste kennismakingsgesprek door de HCA-begeleider bij Míro en zijn moeder thuis geven zij officieel hun akkoord  voor het positief project aan de HCA-dienst (of dienst positief project), Nadien volgt een tweede bijeenkomst voor een eerste aanzet tot een concreet plan. Tijdens deze gesprekken blijkt dat moeder zeer aangedaan is door wat gebeurde.  Zij is teleurgesteld in haar zoon en vertelt dat hij de laatste tijd was veranderd, dat hij zich afsloot.  Zij wijt het aan het feit dat het contact met zijn vader het laatste half jaar minder goed liep en vader had altijd al meer gezag over zijn zoon dan zijzelf.  Míro zelf is opgelucht dat hij gepakt werd. Anders was het waarschijnlijk uit de hand gelopen en had het erger kunnen aflopen.  Naast verkoop, gebruikte hij ook regelmatig, vooral in de weekends waardoor zijn schoolpunten achteruit gingen.  Ook had hij af en toe last van depressieve gevoelens. 

Ze stellen samen vast dat er één en ander moet hersteld worden.

  1. Herstel in het gezin

    1. Herstel van het vertrouwen tussen mama en Miro. Míro neemt zich voor dat hij opnieuw meer openheid zal geven aan mama over waar hij zit, met wie en hij zal bereikbaar zijn wanneer mama hem belt.

    2. Herstel van de relatie met papa: Miro zal zelf contact opnemen met vader zodat die ook opnieuw meer een rol kan opnemen in de opvoeding.

    3. Herstel van relatie met zijn broertjes.  Miro wil ik ook terug wat meer thuis bezig zijn met zijn kleine broers. Ze spreken af dat ze wekelijks samen een activiteit zullen doen.

  2. Herstel op school

    Mìro ziet in dat hij de naam van de school schade heeft toegebracht  en dat hij ook andere jongeren in gevaar heeft gebracht.  Míro wil graag samen met de HCA-begeleider contact opnemen met de directeur van de school om samen te zitten en te bekijken hoe hij iets zou kunnen herstellen.  Hij zou bijvoorbeeld een artikel kunnen schrijven voor het schoolkrantje of zijn verhaal  vertellen voor de lagere klassen om druggebruik te ontraden. Hij wil dit bespreken met de directeur..

  3. Herstel naar zichzelf

    Hij vindt het niet nodig om in begeleiding te gaan voor zijn depressieve gevoelens of om over zijn drugproblemen te praten. Hij gelooft dat hij hier zelf wel uit komt omdat hij nu heel goed weet dat hij fout bezig was. Hij weet dat andere jongens naar hem opkijken en hij wil zijn invloed gebruiken om zijn vrienden te overtuigen om te stoppen met drugs. Hij ziet nu beter de gevaren en wil niet dat zijn vrienden te veel risico lopen. Hij wil daartoe samen met de HCA-begeleider correcte informatie opzoeken rond bepaalde drugs en de gevolgen ervan en  deze kennis doorgeven aan vrienden waarvan hij weet dat zij met drugs bezig zijn.

  4. Herstel naar zichzelf  (2)

Het dealen leverde wel wat op  maar hij wil niet langer geld verdienen op deze manier. Hij zal een vakantiejob zoeken voor de zomervakantie.    

Al deze voornemens  worden concreet gemaakt en neergeschreven.  Aan elk punt wordt een tijdsplanning gevoegd en gekeken wie hem daarbij kan ondersteunen.  zal dit plan voorleggen aan zijn vader en nagaan op welke manier die hem hierbij kan ondersteunen.  Míro wil dit graag  met de HCA-begeleider doen en die wil dit ook effectief opnemen. 

Het concrete plan wordt besproken met de advocaat. Deze vindt het plan heel ok wat proportionaliteit betreft. Nadien wordt het plan voorgelegd en goedgekeurd door de parketmagistraat. Hierin wordt melding gemaakt van het proces dat Míro en zijn ouders doormaakten om tot dit resultaat te komen en de inspanningen die zij hiervoor leverden.

Míro slaagt erin om zijn voornemens met behulp van zijn ouders (en ondersteuning van de HCA-begeleider voor wat betreft het herstel met de school) binnen de termijn van 6 maanden uit te voeren.  De HCA-begeleider neemt regelmatig (telefonisch) contact met hen om na te gaan hoever het staat en wat eventuele moeilijkheden zijn.  Na 3 maanden komen Miro, zijn ouders en de HCA-begeleider nog eens samen. Alles gaat zoals voorgenomen. Enkel het vinden van een vakantiejob ging niet zoals gepland. Er wordt afgesproken dat Miro zal bijklussen bij papa en andere familieleden om wat geld bij te verdienen. Dit lukt geleidelijk aan. Na 6 maanden wordt het parket op de hoogte gebracht van de goede afloop van het positief project.  Het parket besluit tot verval van strafvordering. 

 

Auteur: Stefaan Viaene, Alba vzw.


Bronnen

 

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be