OUDERLIJK GEZAG - DWANGUITVOERING VAN OMGANGSRECHT
Rechtspraak 23/01/2012

Luik 9 september 2008, TBBR-RCDC 2011/3, 122-124.

‚ÄčIndien de omgangsregeling bij een scheiding niet wordt nageleefd, kan een dwangsom worden opgelegd om de naleving van het omgangsrecht af te dwingen. De beslagrechter moet uitmaken of de voorwaarden voor het opleggen van een dwangsom al dan niet verenigd zijn. Om na te kunnen gaan of er inbreuk bestaat is het noodzakelijk dat de hoofdverbintenis op zeer volledige en precieze wijze wordt omschreven. Ingeval van ouderlijke verplichtingen moet vaststaan welke middelen de ex-echtgenoot kan aanwenden om zijn gewezen echtgenote te verplichten dat zij het mee mogelijk maakt dat de kinderen bij hun vader wonen. De vader heeft hier, als gevolg van de weigering van zijn dochter om bij hem te komen en te blijven, begrepen dat een dwangmaatregel tot niets zou leiden en dat zijn dochter hem waarschijnlijk zou ontvluchten van zodra zij bij hem zou zijn gebracht. Het gegeven dat een ander kind wel bij vader komt, wordt ook in rekening gebracht.

De dwangmaatregelen moeten toelaten op precieze wijze vast te stellen dat er een weigering van de gewezen echtgenoot bestaat om de bevelen te eerbiedigen die in deze maatregelen vervat zijn. De dwangsom is niet kunnen beginnen lopen omdat de niet-eerbiediging door de ex-echtgenote van de gerechtelijke beslissingen die het recht van huisvesting regelen, niet kan worden vastgesteld.

Auteur: Christine Melkebeek en Min Berghmans

Rechtspraak: Luik 9 september 2008, TBBR-RCDC 2011/3, 122-124.

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be