Onderhoudsbijdragen - vader in de gevangenis
Rechtspraak 21/10/2014

Jeugdrechtbank Brugge 13 juni 2013, Rep. 1331/2013, onuitg.

Hof van beroep Gent, (Jeugdk.) 16 juni 2014, nr. 2013/JR/163, onuitg.

​De uitoefening van het ouderlijk gezag

X en Y zijn de ouders van A, die geboren is in 2001. De ouders leven al geruime tijd niet meer samen. Vader X verblijft in de gevangenis op verdenking van moord. Op de zitting bij de jeugdrechtbank was er een akkoord om het ouderlijk gezag over de jongen verder gezamenlijk uit te oefenen. Het kind dient zijn hoofdverblijf en domicilie bij zijn moeder te behouden. Het is evident dat in de huidige situatie het niet wenselijk is om in een secundair verblijf te voorzien. Het Openbaar Ministerie had trouwens in die zin geadviseerd.

De onderhoudsbijdragen

Ouders dienen naar evenredigheid van hun middelen te zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van hun kinderen.

De bijdragecapaciteit van elke ouder wordt berekend in functie van zijn middelen, zijnde onder andere alle beroepsinkomsten, roerende en onroerende inkomsten, alsook alle voordelen en andere middelen die hun levensstandaard en deze van hun kinderen waarborgen. Hierbij dient de rechter niet enkel rekening te houden met de reële inkomsten, maar ook met de virtuele inkomsten of het verdienvermogen van partijen, alsook met niet-samendrukbare uitgaven, zoals een hypothecaire leningslast of huurlast, de onderhoudslasten van kinderen uit een andere relatie of eventuele medische uitgaven van een ouder.

De ouders

Er worden geen gegevens voorgelegd over de inkomsten van de moeder. Zij staat er wel alleen voor met haar twaalfjarige zoon.

De vader die in de gevangenis verblijft, heeft een erg beperkt inkomen (135 euro per maand) . De rechtbank is echter van oordeel dat bij de bepaling van de bijdragecapaciteit van de vader rekening moet worden gehouden met zijn verdienvermogen mocht hij niet opgesloten zijn. De rechtbank meent dat elk van de ouders minstens in staat moet zijn om een inkomen te verwerven dat gelijk staat aan het minimumloon voor een werknemer. Dit komt neer op een maandelijks bruto inkomen van 1.472,42 euro per maand.

Wanneer rekening gehouden wordt met het verdienvermogen van de ouders, hun samengevoegde middelen: de noden en behoeften van een kind van 12 jaar; het bedrag van de kinderbijslag dat aan de moeder toekomt en de omstandigheid dat de moeder voltijds voor het kind dient in te staan, komt volgens de jeugdrechtbank een onderhoudsbijdrage van 100 euro “all in” gepast voor. Het is immers weinig zinvol gezien het verblijf van de vader in de gevangenis om in een aparte regeling voor de buitengewone kosten te voorzien.

DAVO

De Dienst voor alimentatievordering (DAVO) kan bijstand bieden aan de onderhoudsgerechtigde ouder voor de invordering van verschuldigde onderhoudsbijdragen op de onderhoudsplichtige ouder, en onder bepaalde voorwaarden voorschotten op onderhoudsbijdragen toekennen.

De jeugdrechtbank

De jeugdrechtbank beslist dat beide ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag over de jongen zullen uitoefenen. Het kind blijft ingeschreven op de woonplaats van de moeder en zal daar zijn hoofdverblijf houden er wordt beslist dat er niet in een secundaire verblijfsregeling bij de vader moet worden voorzien. De vader wordt veroordeeld om op voorhand tegen de vijfde van iedere maand, 100 € per maand te betalen als bijdrage in de onderhoudskosten van het kind, gekoppeld aan het indexcijfer.

De ouders tekenden beroep aan tegen het vonnis van de jeugdrechtbank.

Hof van Beroep Gent – Jeugdkamer – oproepen minderjarige

Beide ouders tekenen beroep aan tegen het vonnis van de jeugdrechtbank. Het hof van beroep riep tevergeefs het kind op om te worden gehoord.

De moeder vroeg de uitsluitende uitoefening van het ouderlijk gezag door haar; het domicilie en hoofdverblijf van het kind bij haar; met vader geen dwingende omgangsregeling te bepalen; een onderhoudsbijdrage ten laste van vader van 150 € per maand, boven de kinderbijslag ; een verdeling bij helften van de nader omschreven buitengewone kosten; de toekenning van de kinderbijslag.
De vader vroeg de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag door beide ouders; het domicilie en hoofdverblijf van het kind bij moeder; het opbouwen van de contacten tussen het kind en hemzelf op het tempo van de minderjarige. Hij vroeg de afwijzing van de vordering tot het bekomen van een kinderalimentatie en een verdeling van de buitengewone kosten.

Alle omstandigheden in acht genomen heeft de eerste rechter volkomen terecht geoordeeld. Beide partijen falen in hun hoger beroep.

Bronnen:

  • Jeugdrechtbank Brugge 13 juni 2013, Rep. 1331/2013, onuitg.
  • Hof van beroep Gent, (Jeugdk.) 16 juni 2014, nr. 2013/JR/163, onuitg.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be