Omgangsregeling – vader in psychiatrische instelling
Rechtspraak 28/03/2017

Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, familie en jeugdrechtbank 18 juni 2015, rol nr. 14/3098/A.

Uitoefening van het ouderlijk gezag

Partijen zijn de ouders van A, geboren in 2007 en B geboren in 2011. De kinderen werden door de vader erkend. De ouders zijn gescheiden.

Wanneer de ouders niet samenleven, blijven zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen over hun kinderen. Bij gebrek aan overeenstemming over de belangrijke aspecten van de opvoeding of indien deze overeenstemming strijdig lijkt met het belang van het kind, kan de rechter de uitoefening van het ouderlijk gezag uitsluiten opdragen aan één van beide ouders (artikel 374, § 1, tweede lid BW). Deze belangrijke aspecten worden op niet-limitatieve wijze opgesomd in de wet.

Het betreft de organisatie van de huisvesting van het kind, de beslissingen betreffende zijn gezondheid, zijn opvoeding, zijn opleiding en zijn ontspanning en de godsdienstige of levensbeschouwelijke keuzes.
De ouder die de uitsluitende uitoefening van het ouderlijk gezag vordert dient aan te tonen dat aan deze toepassingsvoorwaarden, zijnde het gebrek aan overeenstemming is voldaan. Er werden door de moeder geen afdoende elementen aangebracht om af te wijken van de gezamenlijke gezagsuitoefening. In deze zaak toonde de moeder niet aan dat er tussen haar en haar ex-man geen overeenstemming meer werd bereikt over de belangrijke aspecten van de opvoeding van hun kinderen. De moeder werd wel gemachtigd de kinderen in te schrijven in de basisschool DB te B.

Verblijfsregeling – vader opgenomen in het ziekenhuis – afdeling psychiatrie – neutrale bezoekruimte

De ouders bereikten aanvankelijk een akkoord over een omgangsregeling tussen de vader en de kinderen in het ziekenhuis waar de vader was opgenomen in de afdeling psychiatrie.

Deze regeling was van kracht tot de begeleiding van de neutrale bezoekruimte van het CAW te B. kon worden opgestart. Op de zitting van maart 2015 had de rechtbank ambtshalve beslist dat de contacten tussen de vader en de kinderen via de neutrale bezoekruimte van het CAW dienden te verlopen alvorens er over een verblijfsregeling bij de vader kon worden gesproken. De vader was toen vragende partij voor een week/weekregeling.
Uit de verslaggeving van het CAW bleek dat de vader zich niet aan de afspraken en regels kon houden van de neutrale bezoekruimte. Er werden hem nochtans verschillende kansen geboden. Het CAW wou enkel nog samenwerken met de vader op voorwaarde dat hij de interne regels zou naleven. De vader gaf op de zitting van de rechtbank aan dat hij niet wou samenwerken met het CAW. Hij diende ook klacht tegen hen in en wou eerst het resultaat van deze klacht afwachten.

Anderzijds wou hij wel een verblijfsregeling met zijn kinderen. Gezien de houding die de vader in de bezoekruimte had aangenomen en de reële bezorgdheden die bestaan rond zijn psychische toestand achtte de rechtbank het niet in het belang van de kinderen om op heden in een secundaire verblijfregeling bij de vader te voorzien.
Verdere observatie en begeleiding van de contacten tussen de vader en kinderen via een neutrale setting leek noodzakelijk. Daarnaast kan het aangewezen zijn dat de vader ook voor zichzelf verder beroep doet op hulpverlening, minstens stukken zou voorleggen waaruit blijkt dat hij in behandeling is bij een psychiater en/of ondersteuning krijgt van een PET-team (Psychiatrisch Expertise Team). In die optiek diende er voorlopig niet in een secundaire verblijfsregeling bij de vader te worden voorzien.

Onderhoudsregeling

Wanneer rekening wordt gehouden met de voorgelegde stukken inzake inkomsten van de ouders, hun respectieve aandeel in de samengevoegde middelen (grotere bijdrage van de moeder dan van de vader), de noden en behoeften van kinderen die zich in de leeftijdscategorie van de kinderen van partijen bevinden, de bescheiden levensstandaard van de ouders, het bedrag van de (verhoogde) kinderbijslag dat aan de moeder toekomt, de omstandigheid dat er voorlopig niet in een secundaire verblijfregeling wordt voorzien, en er geen buitengewone kostenregeling wordt bepaald en het fiscale voordeel de moeder toekomt, komt verder een maandelijkse onderhoudsbijdrage van 60 euro per kind of 120 euro voor beide kinderen gepast voor.

DAVO

Overeenkomstig artikel 1321 § 3 van het Ger. W. kan de dienst voor alimentatievorderingen (DAVO) bijstand bieden aan de onderhoudsgerechtigde ouder voor een invoering van verschuldigde onderhoudsbijdragen op de onderhoudsplichtige ouder en onder bepaalde voorwaarden voorschotten op onderhoudsbijdragen toekennen. (www.secal.belgium.be).

Auteur: Christine Melkebeek, voorzitter a.i. Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  • Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, familie en jeugdrechtbank 18 juni 2015, rol nr. 14/3098/A.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be