Nieuwe mogelijkheden in de strijd tegen pedofilie
Rechtspraak 20/05/2013

Wet van 14 december 2012

​Er is een nieuwe aanpak mogelijk bij pedofilie. De nieuwe wetgeving voorziet de mogelijkheid tot het uitspreken van een verbod voor de veroordeelde om op bepaalde plaats te wonen of verblijven en voorziet de mogelijkheid voor de rechter om bepaalde vonissen door te sturen naar de tuchtrechtelijk verantwoordelijke van de veroordeelde.

Deze nieuwe aanpak vloeit voort uit de Wet tot verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en feiten van pedofilie van 14 december 2012 en de Wet van 14 december 2012 tot wijziging van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten met het oog op de verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie. Deze wetten strekken ertoe een tweede deel van de aanbevelingen die de "bijzondere commissie betreffende de behandeling van seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie, inzonderheid binnen de kerk", in haar eindrapport van 31 maart 2011 formuleerde, om te zetten in een wet.

EEN VERBOD OM OP BEPAALDE PLAATS TE WONEN OF TE VERBLIJVEN

Voortaan kan de rechter een veroordeelde pedofiel verbieden om op bepaalde plaatsen te verblijven of te wonen. Dat verbod moet met bijzondere redenen omkleed zijn en moet rekening houden met de ernst van de feiten en de reclasseringsmogelijkheden voor de veroordeelde. De minimumduur is één jaar, de maximumduur 20 jaar.

De strafuitvoeringsrechtbank kan de duur verminderen, bijzondere voorwaarden opleggen, opschorten of stopzetten. Alleen nadat alle betrokkenen zijn gehoord en de opgelegde minimumduur van het woonverbod bereikt werd, kan de strafuitvoeringsrechtbank die bijzondere maatregel opheffen op verzoek van de veroordeelde of het openbaar ministerie.

DE VONISSEN M.B.T. ZEDENFEITEN, PROSTITUTIE, VERKRACHTING EN AANRANDING VAN DE EERBAARHEID KUNNEN DOORGESTUURD WORDEN

Daarnaast kan de rechter ook beslissen om om vonnissen m.b.t. zedenfeiten, prostitutie, verkrachting en aanranding van de eerbaarheid door te sturen naar de werkgever, de rechtspersoon of de autoriteit die het tuchtrechtelijk gezag uitoefent over de veroordeelde.

Dat kan wanneer de dader door zijn hoedanigheid of beroep contact heeft met minderjarigen. Met deze maatregel wil de wetgever minderjarigen extra beschermen en vermijden dat veroordeelden een functie kunnen blijven uitoefenen zonder dat de werkgever weet heeft van een veroordeling.

Die beslissing kam ambtshalve of op verzoek van de burgerlijke partij of het openbaar ministerie. De werkgever, rechtspersoon of autoriteit krijgt niet het volledige vonnis toegestuurd, maar alleen het strafrechtelijke gedeelte van het beschikkend gedeelte.

INWERKINGTREDING

Deze elementen uit de nieuwe regelgeving traden in werking op 2 mei 2013.

Bron:

  • Wet van 14 december 2012 tot verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en feiten van pedofilie en de Wet van 14 december 2012 tot wijziging van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten met het oog op de verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie, Belgisch Staatsblad, 22 april 2013.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be