Nietigverklaring adoptie uit Marokko
Rechtspraak 30/10/2015

HvC 14 september 2015, C.13.0296.N

​Rechtbank van eerste aanleg – Jeugdrechtbank – Hof van Beroep – Hof van Cassatie

De eisers zijn bij vonnis van 28 oktober 2008 bekwaam en geschikt geacht om een interlandelijke adoptie aan te gaan van een kind dat ten minste 15 jaar jonger is.

Bij vonnis van 7 maart 2011 heeft de rechtbank van eerste aanleg overwogen dat de Marokkaanse A bevallen is van B en dat de moeder bevestigd heeft dat ze kind niet wil houden. In dit vonnis werd B op verzoek van het Openbaar Ministerie als zijnde een afgestaan kind verklaard.

De heer en mevrouw C wensten over te gaan tot de volle adoptie van B, een Marokkaans kind verblijvend op Belgisch grondgebied en legden een verzoekschrift neer op 10 oktober 2011 bij de griffie van de jeugdrechtbank van Dendermonde. De Belgische adoptiewetgeving voorziet in dit geval in een specifieke regeling waarbij artikel 361-5 BW uitdrukkelijk stelt dat een overbrenging naar België slechts mag plaatsvinden en de adoptie slechts mag worden toegestaan als de bevoegde centrale autoriteit een aantal stukken ontvangt. Een verslag dat gegevens bevat over de identiteit van het kind, zijn persoonlijke achtergrond, zijn gezinssituatie, zijn medisch verleden en dit van zijn familie, zijn sociaal milieu en de levensbeschouwelijke opvattingen, alsmede zijn bijzondere behoeften. Deze stukken werden neergelegd. Het Openbaar Ministerie adviseerde echter negatief. Mr. X werd overeenkomstig artikel 348-5 BW aangesteld als voogd over B.

In een vonnis van eind november 2012 verklaarde de jeugdrechtbank het verzoek tot adoptie van B ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. De jeugdrechtbank sprak de gewone adoptie uit en besliste dat de geadopteerde voortaan de naam van C zou dragen.

Tegen dit vonnis tekende het Openbaar Ministerie beroep aan. Het Gentse hof van beroep vernietigde op 13 maart 2013 het bestreden vonnis. Het hof van beroep stelde o.a. dat wat de voor de eerste rechter gevraagde adoptie betrof, artikel 358, tweede lid BW, in België slechts kan plaatsvinden indien, ingeval zulks vereist is, het kind, zijn moeder, zijn vader of zijn wettelijke vertegenwoordiger hebben toegestemd in een adoptie die tot gevolg heeft dat de bestaande band van afstamming tussen het kind en zijn moeder wordt verbroken. Deze toestemming lag niet voor. Het verzoek van eisers was dus niet gegrond. Door het afwijzen van het adoptieverzoek werden de fundamentele rechten van het te adopteren kind volgens het hof van beroep niet geschonden. De zorg van de eisers t.a.v. B gaat immers niet verder dan zich materieel ontfermen over hem.

De heer en mevrouw C tekenden cassatie aan tegen deze beslissing. Het Hof van Cassatie verwierp het cassatieberoep en de vordering tot bindend verklaring omdat het een pure feitenkwestie betrof die tot de bevoegdheid van de rechter behoort.

Dit alles heeft tot gevolg dat de eisers geen enkele juridische band met het kind hebben.

Islamitisch recht

Het islamitische recht laat geen adoptie toe omdat het de juridische fictie weigert te aanvaarden die een adoptie creëert, namelijk dat een geadopteerd kind op gelijke voet komt te staan met een bloedverwant van de adopterende vader. De meeste islamitische landen hebben tot op heden dan ook geen mogelijkheid tot formele adoptie.

Naar Marokkaans recht bepaalt artikel 149 van het Marokkaanse wetboek van familierecht, de Mudawwana in dit opzicht: “Adoptie is nietig en daaruit vloeit geen van de rechtsgevolgen van de wettige verwantschap voort. De gedeeltelijke adoptie of wel de aanwijzing van het kind als erfgenaam is geen vaststelling van de afstamming. Hierop zijn de bepalingen inzake testament van toepassing”.

Kafala

Omwille van sociale noodwendigheden hebben zich wel een aantal netwerken ontwikkeld binnen het islamitisch recht als alternatief voor adoptie zoals de kafala.

De “kafala” is een beschermingsmaatregel dit toelaat om kinderen die door hun ouders zijn verlaten of die niet meer door hun ouders kunnen worden opgevoed over te dragen aan de zorg en het gezag van één of meer personen aan wie de kafala wordt toegekend. Het grootste verschil tussen de kafala en de adoptie is dat een kafala geen familierechtelijke betrekkingen vestigt. Daardoor valt het instituut van de kafala ook niet onder het Haags Adoptieverdrag.

Het is de bedoeling van de Belgische wetgever geweest om met de inwerkingtreding van de wet van 6 december 2006 waarbij artikel 361-5 BW in het Belgische adoptierecht werd ingevoerd, de juridische mogelijkheid te creëren voor kinderen, wiens ouders overleden zijn, of die verlaten zijn, en die met toepassing van de kafala aan de zorg van pleegouders in België op permanente wijze zijn toevertrouwd, een soepele toegang te verschaffen tot de instelling van de adoptie en in een oplossing te voorzien voor de moeilijkheden die gepaard gaan met het niet kunnen verkrijgen van toestemming van de biologische ouders. Uit diverse rechtspraak blijkt ook dat de bescherming van het feitelijke gezinsleven dat bestaat tussen pleegouders en hun pleegkinderen, niet alleen op grond van artikel 3 VRK maar ook op grond van artikel 8 EVRM, primeren op andere aanwezige belangen

Er zijn verschillende uitspraken bekend waarin feitenrechters met een beroep op de Belgische en internationale openbare orde de wettiging door adoptie van een Marokkaans kind door Belgen gehomologeerd hebben. De onderliggende motivering kwam erop neer dat het essentieel voorkomt dat een verlaten kind juridisch kan geïntegreerd worden in het gezin dat het kind definitief heeft opgenomen. Een wetgeving zoals de Marokkaanse die geen enkele mogelijkheid daarvoor openstelt, kan in het concreet geval onder omstandigheden tot een aanvaardbaar resultaat leiden.

Het ontbreken van de instelling van de formele adoptie in vele islamitische rechtsstelsels heeft in het Belgische recht reeds tot enige controverse aanleiding gegeven omtrent de toelaatbaarheid van dergelijke adopties. Na het arrest van het hof van beroep van Gent van 13 maart 2013 zette de Vlaamse overheid adopties uit Marokko on hold. Franstalige rechters in Brussel en Wallonië hebben echter geen enkel bezwaar geuit of adopties verhinderd. De afgelopen jaren zijn er dan ook meer dan 100 kinderen uit Marokko door Franstalige gezinnen in België geadopteerd.

Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  • HvC 14 september 2015, C.13.0296.N


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be