Niet tijdige dagvaarding – geen maatregelen meer mogelijk
Rechtspraak 31/05/2016

Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, Jeugdrechtbank, 18 maart 2016, nr. 82.M.2015/7d.

Gent 24 februari 2003, RABG 2003, 920, noot G. DECOCK

​X is geboren in september 2015, het kind bevond zich in een verontrustende situatie (VOS) waarover een dwingende pedagogische maatregel diende te worden uitgesproken, nadat de zaak aan het OM werd doorverwezen op 15 september 2015. T.a.v. de onderhoudsverplichtingen van de ouders diende een bijdrage bepaald te worden in de onderhouds- opvoedings- en behandelingskosten.

Maatregelen die bij beschikking worden opgelegd wegens een VOS zijn slechts geldig voor een periode van 6 maanden

Maatregelen die bij beschikking worden opgelegd wegens een VOS zijn slechts geldig voor een periode van hoogstens 6 maanden (artikel 51 decreet integrale jeugdhulp). De vordering van het OM dateerde van 15 september 2015. De partijen dienden bijgevolg tijdig te worden gedagvaard, zodat de jeugdrechter maatregelen bij vonnis kon verlengen of aanpassen (artikel 52bis WJB).

X werd op 2 februari 2016 bij beschikking toevertrouwd aan zijn ouders tot 15 maart 2016, in casu de uiterste datum. De dagvaarding van het OM gebeurde voor de zitting van 18 maart 2016.

Overschrijding van termijn

Wordt de termijn van zes maanden overschreden, dan kan de jeugdrechter geen dwingende maatregel meer opleggen, en is de minderjarige aangewezen op vrijwillige hulpverlening. Wanneer de termijn is verstreken houdt de maatregel op te bestaan. Hij kan niet-retroactief worden verlengd ook al vindt de jeugdrechter dat dit nodig is in het belang van de minderjarige. Het belang van de minderjarige bestaat er evenzeer in dat hij rechtszekerheid heeft. (Gent 24 februari 2003, RABG 2003, 920, noot G. DECOCK)

Een maatregel buiten termijn genomen is een onwettige maatregel, in elk geval een maatregel genomen met miskenning van het rechtszekerheidsbeginsel, en dus strijdig met artikel 3.1 VRK dat garandeert  dat in alle handelingen m.b.t. het kind ten volle rekening dient te worden gehouden met de belangen van het kind en met artikel 40 VRK.

Stellen dat de “strikte rechtswaarborgen-gedachte” ondergeschikt zou zijn aan het belang van de minderjarige om hulp en bestand van overheidswege te krijgen, is niet correct. Het belang van de minderjarige kan maar verzekerd worden in de mate dat de vordering tot het nemen van een maatregel tijdig wordt ingesteld. Zo nodig kan men zich altijd nog wenden tot vrijwillige hulpverlening.

Wijzigende maatregel bij beschikking genomen kan na verstrijken van de termijn niet meer worden verlengd

De jeugdrechtbank stelde vast dat de wijzigende maatregel die werd genomen bij beschikking van 2 februari 2016 na het verstrijken van de termijn niet meer kon worden verlengd, ingetrokken of aangepast.

Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bronnen:

  • Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper, Jeugdrechtbank, 18 maart 2016, nr. 82.M.2015/7d.
  • Gent 24 februari 2003, RABG 2003, 920, noot G. DECOCK


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be