Niet-afgifte van een kind
Rechtspraak 28/04/2012

Arrest Hof van Cassatie 31 mei 2011

​De problematiek kadert in een (v) echtscheiding, waarbij de rechter in kort geding te Tongeren een beschikking nam over de bewaring van het kind. De eisende partij verbleef in het arrondissement Tongeren en vorderde het exclusieve ouderlijke gezag over het kind, dat met de andere ouder naar het buitenland vertrokken was. De voorzitter in kort geding kende de vordering toe. De verwerende partij ging in beroep. Het Hof van Beroep oordeelde dat de Rechtbank te Tongeren niet bevoegd was.

In de periode tussen de uitspraak in beroep, bleef het kind bij de andere ouder in het buitenland wonen.

Op 26 januari 2007, nog voor het Hof van Beroep uitspraak deed, had de Tongerse ouder een burgerlijke partijstelling ingediend voor niet-afgifte van een kind, (inbreuk op art. 432, §2 en §3 Strafwetboek). Om strafbaar te zijn, moest de beslissing omtrent het hoederecht van het kind niet definitief zijn. De appelrechters stelden vast dat er van oktober 2005 tot 26 januari 2007, een uitvoerbare (voorlopige) rechterlijke beslissing bestond. Zij waren niet gelast met feiten buiten die periode. Het Hof van Beroep te Antwerpen achtte de buitenlandse ouder dus wel strafbaar aan niet-afgifte van een kind.

Het Hof van Cassatie werd gevraagd of dit juridisch kon omdat de beslissing over de uitoefening van het ouderlijk gezag door de rechter in kort geding later vernietigd werd.

Het Hof van Cassatie stelde dat het voor onbestaande houden van de beslissing van de voorzitter een civielrechtelijk gegeven is. De strafvordering wordt afzonderlijk afgehandeld, zodat de gewijzigde burgerlijke procedure niet afdoet aan het misdrijf van niet-afgifte van het kind. Ten tijde van de tenlastegelegde periode was er een uitvoerbare rechterlijke beslissing, die een bevel tot afgifte van het kind inhield. Ook al is de beslissing later gewijzigd, er was wel degelijk een periode tijdens dewelke er een geldig vonnis was dat de in het arrondissement Tongeren verblijvende ouder het exclusieve ouderlijke gezag toekende, en dus was de andere ouder toen in strafrechtelijke overtreding.  

Auteur: Christine Melkebeek, DCI Vlaanderen

Bronnen:

  • Hof van Cassatie 31 mei 2011, Limburgs Rechtsleven 2012, 14-15, noot C. STUYCK
  • Cass. 28 maart 1955, Pas. 1955, I, 833 ; Cass. 1 februrari 1977, I, 595 ; Cass. 20 maart 1991, Pas. 1991, I, 685; Cass. 26 januari 1996, R.W. 1997-98, 398.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be