Minderjarige neemt voertuig en veroorzaakt ongeval. Kan het kind aansprakelijk zijn als bewaarder van de zaak?
rechtspraak - 22/11/2012
H.v.C. 13 september 2012, H.v.C. 7 juni 2012

Kind maakt per vergissing handrem los van een voertuig waar het ongezien was binnengedrongen

Het Hof van Cassatie heeft op 13 september 2012 het begrip "bewaring" getoetst in het geval van een minderjarig kind dat per vergissing de handrem had losgemaakt van een voertuig waarin het, buiten medeweten van de eigenaar was binnengedrongen. 

In zijn conclusie beschouwde het openbaar ministerie dat de bewaarder degene is die op zelfstandige wijze over de zaak beschikt. Zo zal degene die het recht heeft om instructies te geven over het gebruik dat van de zaak gemaakt moet worden, als bewaarder beschouwd worden. Dat recht hoeft niet noodzakelijkerwijze daadwerkelijk te worden uitgeoefend op het ogenblik dat de schade zich voordoet: de bewaarder moest op dat ogenblik enkel leiding kunnen voeren over het gebruik dat van de zaak gemaakt moest worden en hij moest dus de leiding over de zaak behouden hebben.

Intellectuele leiding vereist het recht om het bevel te voeren over de zaak.

Dat recht kan ook uitgeoefend worden wanneer de titularis de zaak niet daadwerkelijk in zijn bezit heeft; het gaat om een intellectuele leiding over de zaak waardoor zij "gecontroleerd" kan worden.

Hoewel bewaring,  gedefinieerd als het recht van leiding en controle op de zaak, niet in verband wordt gebracht met het onderscheidingsvermogen, veronderstelt het niettemin het verstandelijk vermogen om op zelfstandige wijze over de zaak te kunnen beschikken.


Kind als bewaarder van de zaak

In een arrest van 13 juni 1967 van het Hof van Beroep van Luik (RGAR, 1968, nr. 8011) rees eveneens het probleem van het kind als bewaarder van de zaak. Toen heeft het hof beslist dat het kind niet de bewaarder van de zaak kon zijn.

In deze zaak ging het over een kindje dat een racket mocht gebruiken van zijn vriendje. Het kind had de racket slechts tijdelijk gehad, met name tijdens het spel; en zijn vriend had de bewaring van de racket niet overgedragen. De zaak kan trouwens nooit op een dergelijke wijze aan een minderjarige worden overgedragen.

Onmondige minderjarigen kunnen niet als bewaarder van een zaak worden beschouwd. Als wilsonbekwamen ontbreekt bij hen in de regel het feitelijk meesterschap, het recht of de macht om voor eigen rekening te handelen. Zij handelen onder leiding van de ouders (of een derde, bv. een onderwijzer) die bijgevolg als bewaarder(s) van de zaak fungeren en aldus zelf kunnen worden aangesproken op grond van art. 1384, lid 1 Burgerlijk Wetboek.  

Het Franse Hof van Cassatie, daarentegen, heeft beslist dat de wilsonbekwaamheid de aansprakelijkheid op grond van art. 1384, lid 1 BW niet uitsluit.


Deel Belgische rechtsleer beschouwt minderjarige als bewaarder van de zaak

Ook een deel van de Belgische rechtsleer ziet er geen graten in om een minderjarige (of geesteszieke) als bewaarder van de zaak te beschouwen en meent dat het volstaat dat de wilsonbekwame in feite de controle en het toezicht over de zaak uitoefent, nu de bewaring een rechtsfeit is en geen rechtshandeling. Ook deze opvatting kan zich beroepen op de grondslag van de aansprakelijkheid voor zaken. Wanneer men de aansprakelijkheid ziet als foutloze aansprakelijkheid gebaseerd op het gecreƫerd risico, hoeft de aangesprokene niet toerekeningsvatbaar te zijn om als bewaarder te worden beschouwd.

Wie een zaak onrechtmatig gebruikt, zoals bij diefstal, wordt daar ook bewaarder van. De dief gebruikt de zaak of houdt ze onder zich, met de macht van leiding, toezicht en controle en dit voor eigen rekening. Een zaak kan ook buiten diefstal onrechtmatig worden gebruikt. Wie een zaak buiten medeweten en tegen de wil van de bewaarder gebruikt, wordt ook als bewaarder beschouwd. 


Consumentvriendelijk arrest hof van cassatie voor minderjarige

De rechtspraak ziet het duidelijk anders. Naar aanleiding van een verkeersongeval veroorzaakt door een minderjarige die de wagen van zijn ouders had ontvreemd werd door het Hof van Cassatie op 7 juni 2012 geoordeeld dat de feitenrechters rechtsgeldig kunnen beslissen dat de verzekeraar (in deze de wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen) niet over een recht van verhaal tegen de ouders van de minderjarige joyrider beschikt, wanneer de ouders aantonen dat zij niet op de hoogte waren van het feit dat hun zoon het voertuig zou besturen noch dat zij hem hiertoe toestemming hebben gegeven.

 

Auteur: Christine Melkebeek - DCI-Vlaanderen


Bronnen:

  • H.v.C. 13 september 2012, www.juridat.be
  • T. VANSWEEVELT, B. WEYTS, Handboek Buitencontractueel Aansprakelijkheidsrecht, Intersentia, Antwerpen-Oxford, 2009, 492-495.
  • H.v.C. 7 juni 2012, Nieuw Juridisch Weekblad 2012, 643, noot DW.
  • Lees ook het artikel 2008-01 Joyriding en verzekering

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be