Moederschapsverlof vereist zwangerschap en bevalling
Rechtspraak 26/06/2014

​De wensmoeder die dankzij een draagmoederovereenkomst een kind heeft gekregen, heeft geen recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof. De weigering van een werkgever om de wensmoeder zwangerschaps- en bevallingsverlof of adoptieverlof toe te kennen, maakt ook geen discriminatie op grond van geslacht of handicap uit. Dat besliste het Hof van Justitie in twee recente arresten.

Geen discriminatie

Volgens het hof is er geen directe discriminatie op grond van geslacht, want het nationale recht behandelt een wensvader die een kind heeft gekregen dankzij een draagmoederschapsovereenkomst op dezelfde wijze als een wensmoeder in een vergelijkbare situatie: hij heeft evenmin recht op betaald verlof dat gelijk is aan bevallingsverlof.

Het hof stelt ook geen indirecte discriminatie vast, want het is niet aangetoond dat de weigering om het verlof toe te kennen, vrouwelijke werknemers in vergelijking met mannelijke werknemers bijzonder benadeelt.

Geen handicap

Z die geboren werd zonder baarmoeder, beriep zich op discriminatie op grond van handicap in de zin van richtlijn 2000/78, uitgelegd tegen de achtergrond van het VN-verdrag. De richtlijn definieert het begrip handicap niet.

Het hof gaat niet over tot de toetsing aan het VN-verdrag omdat het meent dat de bepalingen van het verdrag inhoudelijk niet onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig zijn en dus geen directe werking hebben in het Unierecht.

Vaderschapsverlof

De wensmoeder zal dus in de meeste gevallen geen recht hebben op moederschapsverlof, adoptieverlof of gelijkwaardig verlof, tenzij het nationale recht of haar werkgever – hoewel daartoe niet verplicht – zo een verlof zou toekennen of wanneer de wensvader wel aanspraak zou maken op betaald verlof. De wensvader van wie de afstamming vaststaat door vermelding in een buitenlandse geboorteakte zal wel aanspraak maken kunnen maken op vaderschapsverlof.

Die bepalingen werden onlangs uitgebreid tot de (mee)moeder. De tekst beperkt dat recht echter tot een werknemer per kind waarbij voorrang wordt gegeven aan de (wens)vader, wat discriminerend kan zijn tegenover de wensmoeder.

Ook de meemoeder dreigt er – op sociaalrechtelijk vlak althans – binnenkort op achteruit te gaan, als zij haar kind onmiddellijk in de geboorteakte zal erkennen, en niet langer moet adopteren. Ze maakt in dat geval slechts aanspraak op vaderschapsverlof en niet langer op adoptieverlof: een verschil van 10 dagen versus 4 tot 6 weken. Dat is de tol van op gelijke voet te worden behandeld met de vader.

Bron:

  • I. VAN HIEL, “Moederschapsverlof vereist zwangerschap en bevalling”, De Juristenkrant 2014/288, 4-5.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be