Moeder weigert bezoekrecht aan vader – gevangenisstraf – uitzonderlijke maatregel
Rechtspraak 27/04/2017

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout 18 april 2015, dossiernr. T005267.

Hof van beroep Gent (Jk) 14 januari 2015, nr. J/3/2015, noot E. COENE, “De verblijfsregeling in perspectief”, TJK 2015/4, 383-384; e-zine TJK april 2015.

Hof van beroep (Jk) 18 december 2013, nr. J/134/13, e-zine TJK, februari 2014.

​Beklaagde X en burgerlijke partij Y zijn de uit de echt gescheiden ouders van vier kinderen. Er werd door het hof van beroep te Antwerpen op 5 maart 2014 een secundair verblijf van de kinderen bij hun moeder vastgelegd. De regeling voorzag in een verblijf bij de vader om de even weken op zaterdag van 10 uur tot 19 uur, uit te oefenen bij de paternale grootouders en waarbij de kinderen zouden afgehaald worden door de vader en terug worden afgehaald door de moeder bij de paternale grootouders.

Het hof van beroep te Antwerpen had tevens voorzien in een dwangsom lastens de moeder bij niet of volle uitvoering van deze verblijfsregeling ten bedrage van 1000 euro per keer met een maximumbedrag van 40.000 euro.

Bij vonnis van 16 mei 2015 werd de moeder veroordeeld door de correctionele rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, afdeling Turnhout tot een gevangenisstraf van twaalf maanden en een geldboete van 250 euro waarvan de hoofdgevangenisstraf met uitstel werd verleend voor een periode van vijf jaar. Aan de vader werd 1 euro schadevergoeding toegekend. Dit vonnis had betrekking op de niet-naleving van de omgangsregeling door de moeder met betrekking tot de minderjarige kinderen terwijl deze omgangsregeling voorzien werd in de arresten van het hof van beroep te Antwerpen van 30 mei 2012, 18 september 2013 en 5 maart 2014.

Strafrechtelijke gehoudenheid

Het staat vast dat in de voormelde periode de kinderen meermaals, op niet bepaalde tijdstippen niet bij hun vader hebben verbleven, niettegenstaande de formele bepaling van het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 5 maart 2014. Dit blijkt manifest uit de eigen verklaringen van de moeder in haar besluiten hieromtrent en haar verklaring afgelegd aan de politiediensten op 27 december 2015. De moeder stelde in haar conclusie dat uit geen enkel stuk blijkt dat zij de naleving van het arrest van het hof van beroep zou belemmeren, doch dat het enkel het gevolg was van de onwil van de kinderen en de houding van de vader. Verder stelt de moeder in haar besluiten dat er minstens sprake is van een noodtoestand, nu haar houding noodzakelijk was ter beveiliging van de kinderen.

Het is evident dat de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de beklaagde niet wordt opgeheven door loutere verwijzing naar een desgevallende onwil van de kinderen om de omgangsregeling vastgesteld bij rechterlijke beslissing te belemmeren. Het ouderlijk gezag waarover de moeder beschikt impliceert ook haar plicht tot uitoefening van haar moreel gezag tegenover de kinderen met betrekking tot de concrete uitoefening van de voorziene omgangsregeling.

Oudervervreemding

Als moeder dient zij een positieve omkadering te creëren teneinde de voorziene omgangsregels te faciliteren. In deze zaak werd vastgesteld dat de moeder deze ingesteldheid nooit heeft gehanteerd doch op bewuste wijze een ernstig loyaliteitsconflict heeft gecreëerd tussen de vader en de kinderen zoals blijkt uit het verslag van de psychologe aangesteld door het hof van beroep te Antwerpen. De psychologe vermeldde dat: “Door de moeder aan een ernstige vorm van oudervervreemding wordt gedaan en dat de verklaring voor de extreme weerstand van de kinderen in deze richting dient gezocht te worden”. Aldus blijkt manifest dat de moeder op bewuste wijze de houding van de kinderen op negatieve wijze heeft beïnvloed ten aanzien van hun vader.

De moeder verzocht om toepassing te maken van de Wet op de autonome werkstraf. Gelet op de aard en de ernst van de feiten kon hieraan geen gevolg verleend worden.

Beoordeling op burgerlijk gebied

De vader vorderde een vergoeding morele schade ten bedrage van 2000 euro per keer dat het omgangsrecht wordt verhinderd sedert 25 maart 2016. Deze vordering impliceert op zich een dwangsom. Er dient wel aangenomen te worden dat door de diverse weigeringen een morele schade is geleden in hoofde van de burgerlijke partij, zijnde de vader. Deze morele schade wordt begroot op 1000 euro vermeerderd met intresten.

Beoordeling op strafgebied

De rechtbank veroordeelde de moeder tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden effectief.

Auteur: Christine Melkebeek, voorzitter a.i. Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bronnen:

  • Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout 18 april 2015, dossiernr. T005267.
  • Hof van beroep Gent (Jk) 14 januari 2015, nr. J/3/2015, noot E. COENE, “De verblijfsregeling in perspectief”, TJK 2015/4, 383-384; e-zine TJK april 2015.
  • Hof van beroep (Jk) 18 december 2013, nr. J/134/13, e-zine TJK, februari 2014.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be