MINDERJARIGE DIE INBREUK PLEEGT OP DE VOETBALWET EEN KLIM OP HET DRANGHEK
Rechtspraak 15/03/2013

Hof van Cassatie 11 januari 2013, Juridat, C.11.0323.N

De vraag stelde zich of de jeugdrechtbank de administratieve sanctie -stadionverbod – aan een minderjarige opgelegd overeenkomstig de Voetbalwet, kon omzetten in een maatregel van gemeenschapsdienst. Het Hof van Cassatie besliste in de eerste plaats dat tegen dergelijke administratieve sanctie hoger beroep mogelijk was bij de jeugdrechter maar dat daartegen niet meer in beroep kan gegaan worden bij de jeugdkamer van het Hof van Beroep. 

Daarnaast besliste het Hof van Cassatie dat de jeugdrechter een administratief stadionverbod niet kan vervangen door een jeugdrechtbankmaatregel. De jeugdrechter heeft deze bevoegdheid wel als het gaat om GAS-boetes.

DE FEITEN

De minderjarige P. is een fervent voetbalsupporter, in een euforische bui klimt hij op het einde van een voetbalwedstrijd op het dranghek. Hij krijgt daarvoor een administratief stadionverbod van 3 maanden opgelegd door de daartoe bevoegde ambtenaren van de FOD Binnenlandse Zaken ( voetbalcel). 

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat, naar aanleiding van een arrest van het Grondwettelijk Hof 155/2002, de wetgever een wetswijziging doorvoerde om procedurele waarborgen in te bouwen voor minderjarigen die inbreuk plegen op de Voetbalwet en aan wie krachtens art. 24quater Voetbalwet een administratief stadionverbod kan worden opgelegd. De Voetbalwet werd daarom aangevuld met specifieke procedurele waarborgen voor de minderjarigen, die geïnspireerd zijn op die waarin de wet van 8 april 1965 ( de Jeugdbeschermingswet) voorziet, wat betreft de mededeling van informatie aan de personen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, het verhoor van de minderjarige en de aanwezigheid van een advocaat en de beroepsmogelijkheid voor minderjarigen ouder dan veertien jaar aan wie een tijdelijk stadionverbod wordt opgelegd bij de jeugdrechtbank in plaats van de politierechtbank. De jeugdrechtbank neemt dus kennis van het hoger beroep tegen een beslissing tot het opleggen van een administratieve sanctie zoals bedoeld in de Voetbalwet aan minderjarigen die de volle leeftijd van veertien jaar hebben bereikt op het ogenblik van de feiten ( artikel 36,6° Jeugdbeschermingswet).

P. was ouder dan veertien jaar op het ogenblik van de feiten. Zijn ouders tekenen tegen de administratieve beslissing dan ook hoger beroep aan bij de jeugdrechtbank, Dit hoger beroep werd door de jeugdrechtbank van Hasselt op 25 februari 2010 ontvankelijk verklaard.

De jeugdrechter verklaart de feiten bewezen doch vervangt het opgelegde stadionverbod door een maatregel van bewaring, behoeding, opvoeding overeenkomstig art. 37 §1 Jeugdbeschermingswet, onder de vorm van tien uren gemeenschapsdienst.


De voetbalcel van de FOD Binnenlandse Zaken tekent cassatieberoep aan tegen het vonnis van de jeugdrechtbank Hasselt.

IS DE UITSPRAAK VAN DE JEUGDRECHTER OVER EEN ADMINISTRATIEVE SANCTIE LAATSTE AANLEG ?

Cassatieberoep is enkel mogelijk na uitspraak in laatste aanleg.

Het openbaar ministerie stelt dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is daar tegen de beslissing van de jeugdrechtbank in beroep van een administratieve sanctie als bedoeld in art. 24, tweede lid, wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden (Voetbalwet), hoger beroep openstaat en het vonnis van de jeugdrechtbank niet in laatste aanleg is gewezen.

Het Hof van Cassatie is het hier niet mee eens en aanvaardt het cassatieberoep als ontvankelijk. Het Hof stelt dat er tegen de beslissing van de jeugdrechtbank in beroep tegen een administratief stadionverbod geen verder hoog beroep bij de jeugdkamer van het Hof van Beroep openstaat.

KON DE JEUGDRECHTER HET ADMINISTRATIEF STADIONVERBOD VERVANGEN DOOR GEMEENSCHAPSDIENST ?

Het Hof van Cassatie meent van niet. Krachtens art. 3., §1 Jeugdbeschermingswet kan de jeugdrechtbank de in toepassing van art. 36, 4°, voor haar gebrachte personen maatregelen van bewaring, behoeding en opvoeding opleggen, waaronder deze van art. 37, §2, 4°, de prestaties van opvoedkundige aard en van algemeen nut, terwijl art. 38bis van deze wet het opleggen van administratieve sancties aan minderjarigen door de jeugdrechtbank regelt als bepaald in artikel 119bis, §2, tweede lid, 1° van de Nieuwe Gemeentewet als vervolgens bepaald in artikel 24, tweede lid van de Voetbalwet. Het Hof beslist dan ook dat deze bepalingen de jeugdrechtbank niet toelaten in het kader van dergelijk beroep tegen de administratieve beslissing op grond van de Voetbalwet, de maatregelen bedoeld in art. 37, §1, Jeugdbeschermingswet op te leggen.
Het Hof vernietigt het vonnis van de jeugdrechter dat het stadionverbod omzet in een gemeenschapsdienst en verwijst door naar de jeugdrechtbank van Tongeren om opnieuw uitspraak te doen.

ER IS DISCUSSIE IN DE RECHTSLEER OMTRENT AL DAN NIET BESTAANDE BEVOEGDHEID JEUGDRECHTBANK OM IN HOGER BEROEP EEN ADMINISTRATIEF STADIONVERBOD TE VERVANGEN DOOR ANDERE MAATREGEL.

Dit arrest beslecht een in de rechtsleer bestaande discussie omtrent de al dan niet bestaande bevoegdheid voor de jeugdrechtbank om in hoger beroep een administratief stadionverbod te vervangen door een (andere) maatregel van jeugdbescherming in de zin van art. 37 Jeugdbeschermingswet (b.v. een opvoedkundige prestatie).

Het Hof van Cassatie zegt in deze zaak zeer duidelijk dat de jeugdrechtbank niet over een dergelijke bevoegdheid beschikt. Dit in tegenstelling tot een zaak waarin de jeugdrechtbank kennis moet nemen van een hoger beroep tegen een GAS-boete (gemeentelijk administratieve sanctie). In dit geval voorziet de wet uitdrukkelijk in een mogelijkheid om de GAS-boete om te zetten in een andere maatregel van jeugdbescherming.

Auteur: Christine Melkebeek, ondervoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen - redactiesecretaris Actualiteit & Rechtspraak TJK
Bron:

  • Hof van Cassatie 11 januari 2013, Juridat, C.11.0323.N
  • R. VASSEUR, "Hof van Cassatie begrenst bevoegdheid jeugdrechtbank inzake hoger beroep tegen administratief stadionverbod", TJK/2, 2013, p.171: "De annoteur is de mening toegedaan dat het arrest van 11 januari 2013 in die zin dient geïnterpreteerd te worden dat het Hof heeft gesteld dat de huidige stand van de (Voetbal-en/of Jeugdbeschermings)wetgeving een substitutie, door de jeugdrechtbank, van de door de bevoegde ambtenaren van de FOD Binnenlandse Zaken opgelegde administratieve sanctie door een maatregel van jeugdbescherming, niet toelaat. Logische vraag die zich dus stelt is of een corrigerend wetgevend optreden in diezin zich al dan niet opdringt".
  • Zie ook: Toepassing Voetbalwet op minderjarige die brandbommetje gooide ( nieuws TJK-ezine maart 2012)


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be