Kindrekening is geen oplossing indien het mogelijk een bron van betwistingen vormt
Rechtspraak 03/10/2012

Hof van Beroep Antwerpen 6 januari 2012, rolnummer 2011/JR/151.

Regeling na echtscheiding

Jan en Annie hebben een tijdlang een relatie gehad en hebben jaren samengewoond. Zij hebben twee kinderen geboren in 2000 en 2002. Na een tijdje gaan ze uit elkaar. Annie legt eind 2010 een verzoekschrift neer tot regeling van verblijf en omgang en tot diverse financiële regelingen met betrekking tot de kinderen.

Bij vonnis van de Jeugdrechtbank van Antwerpen van 20 mei 2011 werd in essentie de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag opgelegd en werd een omgangsregeling voorzien bij Jan, de pare weken van donderdag na school tot maandag na school en de onpare weken van donderdag na school tot zaterdag 19.00 uur.

Er werd eveneens een vakantieregeling voorzien. 

Voor wat betreft de financiële regeling werd geen onderhoudsbijdrage opgelegd en werd elke ouder veroordeeld tot de helft van de buitengewone kosten en werd kinderbijslag en het fiscaal voordeel toegekend aan Annie.

Kindrekening

Tegen dit vonnis tekende Jan beroep aan. Het beroep werd beperkt tot de financiële regelingen. Jan vorderde dat er tussen beide ouders onderling voor de gewone kosten geen onderhoudsbijdrage voor de kinderen moet worden betaald, hieronder wordt verstaan dat elke ouder de kledij aankoopt voor de periode waarin de kinderen bij hem/haar verblijven.

Een kindrekening op te leggen, met een provisie van 75€ per maand door de moeder en 50€ per maand door de vader.

Betaling van alle niet verblijfsgebonden kosten met deze rekening en nazicht per trimester.

Tekorten voor 3/5den aan te vullen door moeder en 2/5den door vader en eventuele overschotten volgens dezelfde verdeelsleutel te verdelen.

Voor uitgaven boven 50€ voorafgaandelijk overleg te voorzien en bij gebrek aan akkoord, beslissing door de bevoegde rechter.

Annie besluit tot bevestiging van het bestaande vonnis en zij stelt in beroep de vraag naar een wijziging van de verdeelsleutel buitengewone kosten, waarvoor zij een verdeelsleutel 57% voor vader en 43% voor haarzelf vraagt.

Arrest

Er bestaat geen enkel exact empirisch systeem om de kosten van de kinderen naar evenredigheid over de beide ouders te verdelen. Elk systeem zal slechts benaderend zijn en moet uitgevoerd worden met gezond verstand en met de nodige loyauteit naar elkaar en naar de kinderen toe.

Een kindrekening kan maar werken indien beide partners een gelijklopende opvatting hebben over welke kosten met die rekening dienen betaald te worden en wat precies bijzondere kosten zijn. Bovendien moet er tussen de ouders een vlotte communicatie bestaan of toch minstens mogelijk zijn.

Geen van deze elementen is in deze zaak aanwezig, zodat een kindrekening meer een bron van betwistingen dan van oplossingen kan zijn en bijgevolg niet aangewezen is. De vordering wordt dan ook afgewezen.

 Volgens art. 203 §1 BW dienen de ouders naar evenredigheid van hun middelen te zorgen voor huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding , de opleiding en de ontplooiing van hun kinderen.

Annie heeft als bediende een netto-inkomen van nagenoeg 1600 euro per maand, met inbegrip van maaltijdcheques, vakantiegeld en eindejaarspremie.  Jan heeft een netto-inkomen als zaakvoerder van een startend bedrijf en daarnaast nog enkele voordelen in natura. Bijgevolg hebben beide ouders een gelijkwaardig inkomen. Ze hebben blijkbaar een nieuw gezin gesticht en hebben de gebruikelijke dagdagelijkse kosten van onderhoud en nutsvoorzieningen.

Gelet op de leeftijd van de kinderen, kunnen de maandelijkse kosten van hun onderhoud geraamd worden op 800 euro. De kinderbijslag bedraagt 290 euro, zodat er nog ruim 500 euro nodig is door bijdragen van de ouders, hoofdzakelijk in natura. De minderjarigen verblijven afwisselend bij vader en moeder, zodat deze elk dienen in te staan voor de verblijfskosten van de kinderen in de periode dat ze bij hen verblijven.

Voor wat betreft de verblijfsoverschrijdende kosten (hoofdzakelijk de gewone medische kosten en aankoop kledij) dienen uiteraard de gewone medische kosten betaald te worden door de ouder die ook de tussenkomst van het ziekenfonds ontvangt. In dit geval is dit de moeder.

Verder dient de vordering van de vader, dat elke ouder de kledij aankoopt voor de periode waarin de kinderen bij hem (haar) zijn, verworpen te worden in de mate daarmee bedoeld wordt dat de kinderen in elke periode slechts de kledij kunnen dragen die de betreffende ouder heeft aangekocht.

Kledij is immers bij opgroeiende kinderen een element van de uiting van de persoonlijkheid, zodat het niet aangewezen is hierin een soort tweedeling te doen ontstaan.

Gelet op het feit dat de kinderen iets meer bij de moeder verblijven en zij deeltijds werkt, dient zij in hoofdzaak in te staan voor deze verblijfsoverschrijdende kosten, waarvoor de eveneens aan haar toegekende kinderbijslag en het fiscaal voordeel kunnen worden aangewend.

Auteur: Christine Melkebeek, DCI-Vlaanderen

Bronnen:

  • Hof van Beroep Antwerpen 6 januari 2012, rolnummer 2011/JR/151.

  • Rechtspraak Antwerpen, Brussel, Gent 2012/12, 777.0

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be