Hvb Antwerpen – mutatie naar gesloten instelling zonder dagvaarding tot uithandengeving – beslissing door hvb bevestigd
Antwerpen 14 augustus 2018 (vakantiekamer), rolnummer 2018/JE/176.

​In april 2018 werd de 17-jarige  X voor 1 maand geplaatst in de gemeenschapsinstelling De Hutten,  nadat bij hem tijdens een huiszoeking verdovende middelen en twee bankkaarten die hem niet toebehoorden werden aangetroffen. Er waren voldoende aanwijzingen van zijn schuld. Deze maatregel werd in mei 2018  verlengd wegens vrees voor nieuwe feiten.

In juli 2018 werd X geplaatst in het Vlaams detentiecentrum De Wijngaard te Tongeren, de procedure tot uithandengeving was opgestart. Volgens zijn raadsman was deze plaatsing onwettig vermits de wet niet expliciet voorziet in het plaatsen van jongeren in Tongeren als er geen dagvaarding is geweest tot uithandengeving. (art. 57 bis § 4 Jeugdwet). Na de dagvaarding tot uithandengeving kan de betrokkene die is toevertrouwd aan een gesloten opvoedingsafdeling van een instelling bedoeld in artikel 37, § 2 eerste lid, 8°, worden overgebracht naar de opvoedingsafdeling van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd. Die overbrenging kan plaatsvinden bij een beslissing van de jeugdrechter, met bijzondere redenen omkleed betreffende de bijzondere omstandigheden. Tegen de vonnissen waarin de in het eerste lid bedoelde plaatsing wordt bevolen, kan hoger beroep worden ingesteld volgens de procedure bedoeld in artikel 52 quater, zesde, zevende en achtste lid Jeugdwet. De jeugdrechtbank die niet beveelt de zaak uit handen te geven, maakt onmiddellijk een einde aan de plaatsing in het gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en neemt ten aanzien van de betrokkene alle andere maatregelen die zij nuttig acht. 

De raadsman van X stelde hoger beroep in tegen deze beslissing omdat volgens haar de mutatie naar het Vlaams Detentiecentrum De Wijngaard in Tongeren onwettig was vermits de wet niet expliciet voorziet in het plaatsen van jongeren in Tongeren wanneer er nog geen dagvaarding is geweest tot uithandengeving (art. 57 bis § 4 Jeugdwet)

Het hof stelde dat nergens bleek dat de opsluiting in Tongeren van een minderjarige ten aanzien van wie een uithandengeving is opgestart zonder dat er reeds een dagvaarding is, onwettig is. In deze zaak was volgens het hof geen andere optie mogelijk omdat X zowel zichzelf als zijn leefgroep in De Hutten is gevaar bracht. Meer nog, zijn recidiverend gedrag en talrijke vluchtpogingen noopten ertoe de beslissing tot het behoud in een gesloten setting te bevestigen.

Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.

Bron

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be