Hoger beroep tegen beschikking jeugdrechter
Hof van beroep Gent, (protectionele zaken) 13 november 2016, nr. 2017/JZ/104.

​Beroep tegen de beschikking van de jeugdrechter door de vader van de minderjarige en het OM

De gerechtelijke maatregel van de jeugdrechter beoogde in eerste instantie de bescherming van de minderjarige L. en het zoveel als mogelijk vermijden van een voortdurend risico op aantasting van haar psychische en fysieke integriteit. Er werd o.a. beslist dat de minderjarige van heden tot 19 januari 2018, zijnde zes maanden na de datum van de vordering – onder toezicht van de sociale dienst voor gerechtelijke jeugdhulpverlening werd gesteld. Dat L. kan verder verblijven in het moederlijk milieu en dat de omgangsregeling met de vader voorlopig wordt geschorst. De ouders werden aangemoedigd om deel te nemen aan het project Kinderen uit de Knel, georganiseerd via het CAW B.

 

L. thans 12 jaar blijft het tot op vandaag zeer moeilijk hebben in haar relatie tot haar vader. Zij ervaart enorm veel stress, angst en onzekerheid.

 

De jeugdrechter schetste de context van deze zaak en in het bijzonder de voorgeschiedenis met tal van juridische procedures tussen de ouders en de impact daarvan op L. Het hof van beroep stelde dat de analyse van de jeugdrechter volkomen te rijmen viel met de relevante hulpverleningsgeschiedenis zoals deze werd omschreven in het aanmeldingsverslag van het Ondersteuningscentrum Jeugdzorg maar ook zoals die bleek uit het stukkenbundel van de vader en het inmiddels door de sociale dienst voor gerechtelijke jeugdhulpverlening uitgevoerde maatschappelijke onderzoek van 14 september 2017.

 

Het hof trad de overwegingen en motieven van de jeugdrechter volledig bij en hernam deze. De toestand is niet van die aard dat hij vanzelf zal overgaan. Het blijkt ook niet dat vrijwillige jeugdhulpverlening mogelijk is.

Procedure van de verontrustende situatie (VOS) voorrang op burgerlijke procedure

Waar de familierechtbank(en) en de familiekamer van het hof van beroep zich reeds eerder hebben uitgesproken over een heropstart van de contacten tussen de vader en L. (via neutrale bezoekruimte), biedt deze burgerlijke procedure niet steeds soelaas om het belang van het kind afdoende te vrijwaren. Bij aanslepende conflicten tussen ouders met zware druk op een kind vereist het belang van dit kind soms gerechtelijke hulpverlening via de procedure van de verontrustende situatie (VOS), in het jeugdhulprecht. In dat geval heeft de VOS-procedure (met inbegrip van de bevolen maatregelen) voorrang op de burgerlijke procedure.

 

De gerechtelijke maatregel (en de focus in deze procedure) beoogt dan in eerste instantie de bescherming van de minderjarige en het zoveel als mogelijk vermijden van een voortdurend risico op aantasting van haar psychische en fysieke integriteit.

Hof van beroep

Net zoals de jeugdrechter, oordeelde het hof dat aan L. nu eerst de broodnodige rust dient geboden te worden, die zij ook uitdrukkelijk vraagt, opdat zij zich op een positieve wijze zou kunnen ontwikkelen. Verdere aantasting van haar psychische integriteit dient alleszins te worden vermeden. Het hof is er zich van bewust dat dit pijnlijk is voor de vader, maar L. dwingen tot contact met hem, zou haar fysieke en psychische integriteit al te zeer in het gedrang brengen. De vader is op heden ook niet gebaat met een uiterst geforceerd contact met L., waardoor dit meisje niet alleen volledig dreigt te blokkeren, maar zich ook alleen maar meer en meer tegen hem kant.

 

Het hof benadrukte dat de door de jeugdrechter genomen maatregel zeker niet diende om de vader te “bestraffen” voor welke feiten dan ook. De maatregel dient evenmin te worden herleid tot een “geslaagde zet” van de moeder om – zoals de vader beweert – reeds gedurende jaren te proberen het contact van L. met hem te verhinderen.

 

De resultaten van het verder door de sociale dienst uit te voeren onderzoek en het navolgend advies dienen te worden afgewacht alvorens nader kan worden beslist over de eventuele verdere vervolghulpverlening voor L. en een gebeurlijke poging tot contactherstel met de vader. Het hof achtte het niet noodzakelijk om L. nogmaals te horen.

 

Het hoger beroep van de vader van L. en het volgberoep van het Openbaar Ministerie werden ongegrond verklaard. De beschikking van de jeugdrechter werd bevestigd. Met dien verstande dat het hof de sociale dienst voor gerechtelijke jeugdhulpverlening verzocht om tevens na te gaan of een (eventueel ambulante) oriëntatie door een onthaal- en oriëntatiecentrum aangewezen is om het belang van L. verder na te gaan.

 

Auteur: Christine Melkebeek, voorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

 

Bron

  • Hof van beroep Gent, (protectionele zaken) 13 november 2016, nr. 2017/JZ/104.

 

Trefwoorden

-Gerechtelijke maatregel

-Toezicht sociale dienst voor gerechtelijke jeugdhulpverlening

-Omgangsregeling

-Ondersteuningscentrum Jeugdzorg

-Verontrustende situatie (VOS)

-Jeugdbeschermingsrecht

-Fysieke en psychische integriteit

-Onthaal- en oriëntatiecentrum

 

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be