Hof van Cassatie – Wet Bescherming Persoon Geesteszieke--kennisgeving rechtsmiddelen en beroepstermijn van 15 dagen
HvC 7 september 2018, nr. C.17.0711.N/1.

​De wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke beschrijft de voorwaarden en procedures over de gedwongen opname van een geesteszieke. Uit de bepalingen van deze wet volgt dat de verplichting  kennis te geven van het vonnis en de rechtsmiddelen strekt tot bescherming van de betrokken persoon en dat derhalve tevens kennis moet worden gegeven van de korte en van het gemeenrecht afwijkende termijn van 15 dagen waarbinnen het hoger beroep dient te worden ingesteld.

In deze zaak bleek dat de kennisgeving van 17 november 2017 de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen vermeldde, maar niet de termijn om hoger beroep in te stellen. Het Hof van Cassatie oordeelde dat de beroepsrechter die oordeelde dat de beroepstermijn begon te lopen van bij de kennisgeving van het vonnis zijn beslissing niet naar recht verantwoordde.

Betekening & kennisgeving

De betekening en de kennisgeving verschillen fundamenteel van elkaar, omdat de betekening uitgaat van één van de procespartijen en de kennisgeving uitgaat van de overheid.

Art. 6.1 EVRM garandeert de rechtszoekende een daadwerkelijke toegang tot de rechter voor de beslissingen inzake hun rechten en verplichtingen van burgerrechtelijke aard. Hoewel het recht op toegang tot de rechter niet absoluut is en onderworpen kan worden aan impliciet aanvaarde beperkingen, met name voor de ontvankelijkheid van een rechtsmiddel, mogen die beperkingen de aan een rechtzoekende verleende toegang niet zodanig of zozeer inperken dat zijn recht op een rechter in de kern ervan wordt aangetast.

In dat verband is het niet alleen van belang dat de mogelijkheden om rechtsmiddelen aan te wenden met inbegrip van de termijnen ervan, duidelijk worden vastgesteld, maar ook dat ze op de meest explicietk mogelijke wijze ter kennis worden gebracht van de rechtszoekende opdat  deze ervan kan gebruik maken overeenkomstig de wet.

Specifiek m.b.t. de termijnen besliste het Hof dat de naleving van termijnen noodzakelijk is voor de goede rechtsbedeling en de rechtszekerheid en dat de partijen zich eraan mogen verwachten dat de regels inzake de termijnen worden toegepast (EHRM 9  september 2014, Gajtani t. Zwitserland, §  64. In dezelfde zin,  EHRM 31  januari 2012, Assunçao Chaves t. Portugal, §  77). Het Hof wees er op dat er duidelijkheid moet bestaan over het aanvangspunt van de termijn en de duur ervan en dat de termijn niet onredelijk kort mag zijn (EHRM 31  januari 2012, Assunçao Chaves t. Portugal §  80-81; EHRM 28  oktober 1998, Pérez de Rada Cavanilles t. Spanje, §  43 e.v.).l

 

Bronnen

  • HvC 7 september 2018,nr. C.17.0711.N/1
  • B. VANLERBERGHE, "Informatie over de rechtsmiddelen in de kennisgeving bij gerechtsbrief", noot onder Cass. 29 januari 2016, RW 2016-17, 1013,
  • Zie ook noot van Frederic Vroman te verschijnen in de papieren drager TJK 2019/2

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be