HvB Gent – onenigheid over schoolkeuze
Rechtspraak 10/11/2016

Hof van beroep Gent (vakantiekamer, zetelend in familiezaken) 24 augustus 2016, nr. 2016/FA/526

​HvB Gent – gescheiden ouders – onenigheid over schoolkeuze – kind met autisme – belang van het kind 

De feiten

Partijen zijn gescheiden, tijdens hun huwelijk werden drie kinderen geboren, respectievelijk 13, 12 en 10 jaar.

De moeder heeft begin 2016 een verzoekschrift neergelegd bij de familierechtbank. Zij verzocht onder meer maatregelen nopens de minderjarige kinderen met toepassing van de artikelen 1280, 1253ter/4 en 1253ter/5 Ger. W. De voormalige echtelijke woning is gelegen te T.
Sinds de feitelijke scheiding tot 15 juli 2016 woonde de moeder in de echtelijke woning. Nu woont zij in G. De vader woont sedert de feitelijke scheiding in T. Op de terechtzitting van augustus 2016 verduidelijkte hij dat hij overwoog om te verhuizen. 
Tot eind juni waren de kinderen A en B ingeschreven in een (middelbare) school te T. De ouders gingen akkoord dat zowel A als B vanaf 1 september 2016 school zouden lopen in het college van G.

Bij het derde kind C werd een autismespectrumstoornis (ASS)  gediagnosticeerd. Daarvoor loopt hij school in een daartoe aangepaste onderwijsinstelling te R.  Op 1 september 2016 startte hij in het vijfde leerjaar. Op schooldagen wordt hij afgehaald door een schoolbus.

Beroepen vonnissen

De moeder vroeg de heropening van het familiedossier. Bij conclusie van mei 2016 besliste de familierechter bij (een tweede) voorlopig uitvoerbaar vonnis, na het horen van C, onder meer tot machtiging aan de moeder om het nodige te doen teneinde een nieuwe attestering (type 9) qua onderwijstype voor C te bekomen met het oog op de inschrijving van de jongen in een school in D.

De (tegen)vordering van de vader beoogde het behoud van de inschrijving van C in R., met verblijf van de jongen in het internaat, indien de moeder niet voor het dagelijks vervoer kon instaan. Deze vordering werd door de familierechter als ongegrond afgewezen. 
Tot slot besliste de familierechter de gedingkosten om te slaan, waarbij, gelet op de hoedanigheid van de partijen, geen rechtsplegingsvergoeding was verschuldigd.

Hoger beroep

De vader stelde hoger beroep in. Hij beoogde met de (gedeeltelijke) hervorming van de beroepen vonnissen, het behoud van de inschrijving van C in het MPI in R. voor het schooljaar 2016-17, en het schooljaar 2017-18 en het hoofdverblijf van C bij hem. 

Verder beoogde de vader de veroordeling van de moeder tot de gedingkosten van het hoger beroep door hem begroot op 210 euro, een rolrecht en 1440 euro rechtsplegingsvergoeding.

Ouders dienen na gezamenlijk overleg gezamenlijke beslissingen te nemen over schoolkeuze – horen kind

De partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over de persoon en de goederen van onder meer hun tienjarige zoon C met toepassing van artikel 374, § 1, eerste lid BW. Dit impliceert dat de partijen, na overleg, gezamenlijke beslissingen horen te nemen m.b.t. C, in die optiek moeten de partijen onder meer gezamenlijk beslissen in welke school C (volgend schooljaar) wordt ingeschreven en (verder) onderwijs zal genieten.

Partijen bereikten evenwel geen akkoord over de schoolkeuze voor C zodat het aan het hof toekwam hierover te oordelen rekening houdende met de concrete omstandigheden van de zaak en het belang van de partijen en C (artikel 374, §2, vierde lid BW).

De vader voerde in essentie aan dat het behoud van de inschrijving van C in het MPI in R. in het belang van de jongen is en overeenstemt met de wens van de jongen. De vader gaf aan dat C al 5 jaar vertrouwd is met de werking van het MPI te R. dat specifiek gekend is als één van de allerbeste scholen, de school te D. heeft volgens hem minder expertise wat betreft het auti-onderwijs en de jongen zal meer toekomstmogelijkheden hebben als hij verder in R. schoolloopt.

De familierechter heeft C gehoord en het kind gaf hierbij onder meer te kennen dat hij graag verder naar de school in R. zou gaan tot en met het zesde leerjaar. Verder gaf C aan dat hij bang is dat hij zijn vrienden zal missen als hij veranderde van school. Hij was niet zeker of hij nieuwe vriendjes kan maken op een nieuwe school. Hij was een beetje bang voor de nieuwe school. 

Hof van Beroep Gent –  belang van het kind

De vraag rees of de wens van C voor het behoud van zijn huidige school ook in zijn belang is. Een schoolwissel is niet iets onoverkomelijk. Vele kinderen, ook kinderen met  ASS, moeten noodgedwongen omwille van allerhande omstandigheden tijdens hun schoolloopbaan van school wisselen. Belangrijk punt is daarbij hoe de ouders dergelijke schoolwissel bij hun kind aanbrengen en met hun kind bespreken.

Klaarblijkelijk wrong in dit dossier hier het schoentje. Het is niet moeilijk een jong kind, en C. in het bijzonder omwille van het ASS syndroom, angst in te boezemen voor iets ongekends/een nieuwe schoolomgeving. Het behoort evenwel tot de taak van de ouders om dit (aanpassings-)proces positief en constructief te begeleiden zodoende dat het nieuwe/het ongekende voor het kind niet als beangstigend wordt ervaren.
Voorts stelde het hof vast dat de buitengewone school te D. sedert september beschikt over de vereiste erkenning teneinde aangepast auti-onderwijs in te richten. 

Evenmin bewees de vader dat de buitengewone basisschool te D. de toekomstmogelijkheden en meer specifiek een aangepaste opleiding na het zesde leerjaar voor C ernstig zou hypothekeren.
Gelet op het voormelde oordeelde het hof dat een schoolwissel voor C niet van die aard zou zijn dat het tegen zijn belang zou indruisen. Maar er is meer, het staat vast dat de twee oudere kinderen van het gezin, A en B hun hoofdverblijf houden bij de moeder vanaf 1 september 2016, naar school zullen gaan te O.
Dat C verder school zou lopen in het MPI  te R.  zou impliceren dat de jongen gelet op de afstand tussen de woonplaats van de moeder te O. en het MPI te R., de jongen anders dan zijn broer en zus, zijn hoofdverblijf zou dienen te houden bij zijn vader te T., aldus zou hij alleen en hoofdzakelijk, gescheiden van zijn broer en zus, opgroeien binnen het thuismilieu van de vader.
De opsplitsing van kinderen binnen eenzelfde gezin wat betreft het kern-opvoedingsmilieu is in de regel niet in het belang van kinderen. De kinderen moeten reeds de ouder-scheiding verwerken en een plaats geven. Als zij daarbij nog onderling uitelkaar worden gerukt kan dat nefast zijn voor de verdere ontwikkeling.

Inzonderheid in het onderhavige dossier was de opsplitsing van de kinderen geenszins in het belang van C. Gelet op zijn bijzondere noden heeft de jongen er alle belang bij dat hij verder samen opgroeit met zijn broer en zus. Alleen zo wordt vermeden dat hij nog meer als "apart/anders" wordt beschouwd en opgroeit binnen een ander opvoedingskader. Bovendien zal C blijvend nood hebben aan enigszins bijzondere zorg (omkadering). In die optiek is het opportuun dat hij de echte band met zijn broer en zus behoudt. Rekening houdend met de specifieke feitelijke omstandigheden van het geschil en het belang van de partijen en de jongen, oordeelde het hof, in de lijn van de eerste rechter, dat C vanaf het schooljaar 2016-17 wordt ingeschreven in de buitengewone basisschool te D.

Het hoger beroep van de vader werd verworpen.

Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  • Hof van beroep Gent (vakantiekamer, zetelend in familiezaken) 24 augustus 2016, nr. 2016/FA/526


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be