GwH - verlies fiscale voordelen - artikel 134 WIB - schending
GwH 12 oktober 2017, arrest nr. 111/2017, rolnr. 6393.

​In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 134 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gesteld door de rechtbank te Aarlen.


« Schendt artikel 134 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, in die zin geïnterpreteerd dat het de aanrekening van de toeslag op de belastingvrije som voor een kind ten laste bij de echtgenoot met het hoogste belastbare inkomen oplegt, zelfs wanneer dat inkomen is vrijgesteld krachtens een internationaalrechtelijke bepaling die voorziet in de vrijstelling ervan onder progressievoorbehoud, waardoor dat fiscale voordeel aldus verloren gaat, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd”.

De feiten

X en Y zijn gehuwd en hebben drie kinderen ten laste. Als Belgische inwoners zijn zij onderworpen aan de personenbelasting. X is ambtenaar bij de internationale organisatie Eurocontrol. Zijn wedden en lonen zijn vrijgesteld van de Belgische belasting overeenkomstig artikel 3 van het Aanvullend Protocol van 6 juli 1970 bij het Internationaal Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart « Eurocontrol » van 13 december 1960. Die vrijstelling geldt onder progressievoorbehoud.


Op 10 februari 2014 dienden X en Y een bezwaarschrift in tegen het aanslagbiljet dat zij op 13 december 2013 ontvingen. Zij betwistten met name de toepassing, op X, van de belastingaftrekken (vermeerdering van de som van de belastingvrije inkomsten) waarin is voorzien voor kinderen ten laste en de belastingverminderingen voor lange termijnsparen, dienstencheques en groene energie, en groene leningen.


Het feit dat die voordelen werden toegepast op X, terwijl hij uitsluitend beschikt over inkomsten die van de Belgische belasting zijn vrijgesteld, zou het verlies van die fiscale voordelen voor zijn gezin met zich meebrengen. X en Y zagen daarin een ongelijke behandeling door België van zijn belastingplichtige inwoners ten aanzien van de in aanmerkingneming van hun persoonlijke en familiale situatie wanneer zij vrijgestelde inkomsten innen met progressievoorbehoud.


Bij beslissing van de directeur van de belastingen van 23 april 2014 verwierp de administratie het bezwaarschrift van X en Y, die daarop beslisten beroep aan te tekenen. Voor de verwijzende rechter merkten zij o.a. op dat zij als Belgische belastingplichtigen met kinderen ten laste het recht hebben de belastingvoordelen te genieten waarin voor een gezinslast is voorzien, net als eender welk gezin met kinderen ten laste. De rechter in Aarlen wendde zich tot het GwH met bovenstaande prejudiciële vraag.

Verschil in behandeling – koppels waarvoor een gemeenschappelijke aanslagvoet wordt gevestigd - fiscaal voordeel verdwijnt

In deze zaak diende het Hof zich uit te spreken over het verschil in behandeling tussen, enerzijds, een echtpaar met kinderen ten laste waarbij een van de echtgenoten inkomsten ontvangt die zijn vrijgesteld door een internationale overeenkomst die voorziet in de vrijstelling van zijn inkomsten met progressievoorbehoud ( aanrekening van de fiscale voordelen bij de belastingplichtige met het hoogste belastbare inkomen) en, anderzijds, een echtpaar met kinderen ten laste van wie een van de echtgenoten inkomsten ontvangt die zijn vrijgesteld door een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting.


Het feit dat één van beiden een internationaal ambtenaar is die onder progressievoorbehoud is vrijgesteld, zou het geenszins mogelijk maken een verschil in behandeling ten opzichte van de andere belastingplichtigen die in dezelfde situatie verkeren, redelijk te verantwoorden, rekening houdend met het bij artikel 134 van het WIB 1992 nagestreefde doel.

Grondwettelijk Hof – artikel 134 WIB schendt artikel 10 en 11 van de Gw

Uit hetgeen voorafgaat, vloeit voort dat de maatregel vervat in artikel 134 van het WIB 1992 niet redelijk verantwoord is ten opzichte van de door de wetgever nagestreefde doelstelling om het belastingvoordeel bestaande in de verhoging van de belastingvrije som voor kinderen ten laste ten gunste van het echtpaar maximaal te benutten, aangezien hij de betrokken echtparen dat belastingvoordeel ontzegd.


In zoverre dat deze bepaling de echtparen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en waarvan één van de echtgenoten – in deze zaak de man die daadwerkelijk de hoogste inkomsten ontvangt – wedden die afkomstig zijn van een internationale organisatie en die bij overeenkomst zijn vrijgesteld onder progressievoorbehoud, de verhoging van de belastingvrije som voor kinderen ten laste ontzegt, terwijl de echtparen waarvan geen enkele echtgenoot vrijgestelde inkomsten ontvangt, die wel kunnen genieten schendt artikel 134 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.


Auteur: Christine Melkebeek, voorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen


Bron

 

  • GwH 12 oktober 2017, arrest nr. 111/2017, rolnr. 6393.


Trefwoorden:

 

  • Artikel 134 Wetboek Inkomstenbelasting
  • Artikel 10 & 11 Grondwet
  • Personenbelasting
  • Vrijstelling van Belgische belasting
  • Kinderen ten laste
  • Verlies fiscale voordelen voor gezin
  • Ongelijke behandeling van belastingplichtige inwoners
  • Vrijstelling van inkomsten onder progressievoorbehoud: aanrekening van de fiscale voordelen bij de belastingplichtige met het hoogste belastbare inkomen

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be