Grondwettelijk Hof maakt komaf met vetorecht vader over familienaam
Rechtspraak 04/02/2016

Grondwettelijk Hof 14 januari 2016, arrestnr. 2/2016, rolnr. 6053, 6098.

​Beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de Wet van 8 mei 2014

Beroep tot gehele of gedeeltelijke (artikel 2) vernietiging van de wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het BW met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde ingesteld door V.V. en door het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen.

Wet van 8 mei 2014 liet vader de mogelijkheid de combinatie van familenamen te verhinderen en aldus een vetorecht uit te oefenen

Mevr. V. vorderde de vernietiging van de wet van 8 mei 2014. Zij was in een echtscheidingsprocedure verwikkeld ingevolge de vordering ingesteld door haar echtgenoot, hoewel hij had ingestemd met een IVF-overeenkomst, de echtelijke woning had verlaten, en zijn, als gevolg van die bevruchting zwangere, echtgenote had verlaten. De vader heeft tijdens haar zwangerschap, waarvan hij zelf de afbreking wenste, totaal niet naar haar omgekeken. Hij was afwezig tijdens de bevalling. Het kind is geboren op 11 juni 2014 en draagt, volgens het voorschrift van de nieuwe wet, de naam van haar vader alleen, omdat die laatste de combinatie van de beide namen weigerde.

De moeder was van oordeel dat de wet van 8 mei 2014  een discriminerend verschil in behandeling in het leven riep, dat strijdig was met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet alsook met artikel 14 van het EVRM. Deze wet liet de vader immers de mogelijkheid de combinatie van de familienamen te verhinderen en, in de conflictueuze context die de moeder heeft geschetst, kende de wet de vader het absolute en willekeurige recht toe zich te verzetten tegen de toekenning van de dubbele naam van het kind in tegenstelling met de doelstelling en de doelgerichtheid die door de wetgever waren gewild.     

Geen beroepsmogelijkheid voor de moeder in geval van weigering vader de combinatie van familienamen te aanvaarden

In een tweede middel klaagde de moeder het feit aan dat de wet niet voorziet in enige beroepsmogelijkheid voor de moeder in geval van weigering van de vader om de combinatie van de namen te aanvaarden. Zij was dan ook van mening dat de wet strijdig was met de artikel 6 en 13 van het EVRM, met de artikelen 47 en 48 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en met artikel 14 BUPO waarin het recht op een eerlijk proces en de rechten van de verdediging zijn verankerd.

Instituut voor gelijkheid van mannen en vrouwen

Ook het Instituut voor gelijkheid van mannen en vrouwen stelde een beroep tot vernietiging in tegen artikel 2 van de wet van 8 mei 2014 in zoverre het artikel 335, § 1, tweede lid BW de volgende bepaling invoert: “In geval van onenigheid of bij afwezigheid van keuze, draagt het kind de naam van de vader”.  

Verscheidene moeders van minderjarige kinderen vroegen tevens om in de zaak tussen te komen. Zij sloten zich aan bij de door de verzoekende partijen uiteengezette argumenten en vorderden de vernietiging van de wet.

Toekenning familienaam

De toekenning van een familienaam berust in hoofdzaak op overwegingen van sociaal nut. In tegenstelling tot de toekenning van de voornaam wordt zij door de wet bepaald. Die wet strekt ertoe, enerzijds, de familienaam op een eenvoudige, snelle en eenvormige wijze te bepalen en, anderzijds, na die familienaam een zekere onveranderlijkheid te geven.

Het Hof diende na te gaan of artikel 335, § 1, tweede lid, derde zin van het BW bestaanbaar is met de artikelen 10, 11, 11bis, eerste lid en 22 van de Grondwet, doordat het bepaalt dat in geval van onenigheid of bij afwezigheid van keuze, het kind de naam van de vader draagt. Personen die zich in soortgelijke situaties bevinden namelijk de vader en de moeder van een kind, worden door de bestreden bepaling echter verschillend behandeld aangezien in geval van onenigheid tussen de ouders of in geval van afwezigheid van keuze, het kind verplicht de naam van de vader draagt.

In hun recht om hun familienaam over te dragen aan hun kind worden de moeders aldus anders behandeld dat de vaders. Noch de traditie, noch de wil om geleidelijke vooruitgang te boeken kunnen worden geacht zeer sterke overwegingen te zijn die een verschil tussen de vaders en de moeders verantwoordt wanneer er onenigheid tussen de ouders of afwezigheid van keuze is, terwijl de doelstelling van de wet erin bestaat de gelijkheid van mannen en vrouwen te verwezenlijken. De bestreden bepaling kan overigens tot gevolg hebben dat aan de vader van een kind een vetorecht gegeven wordt in het geval dat de moeder van het kind de wil te kennen geeft aan dat kind haar eigen naam of een dubbele naam te geven en de vader het met die keuze niet eens is.

Grondwettelijk Hof 14 januari 2016

Artikel 335, § 1, tweede lid, derde zin, BW, zoals vervangen bij artikel 2 van de wet van 8 mei 2014, schendt de artikelen 10, 11 en 11bis, eerste lid, van de Grondwet en dient derhalve te worden vernietigd. Teneinde rechtsonzekerheid te vermijden en om de wetgever toe te laten een ander regeling aan te nemen, dienen de gevolgen van de vernietigende bepaling tot 31 december 2016 te worden gehandhaafd.                                                                                                                                                      

Bepaling discriminerend tegenover vrouwen

Op 1 juni 2014 trad de Wet van 8 mei 2014 (BS 26 mei 2014) tot wijziging van het BW over de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde in werking. Van dan af konden de ouders kiezen of hun kind de naam van de vader, de naam van de moeder of een combinatie van de twee namen zou dragen.

Als de ouders geen keuze konden maken, of niet overeenkwamen, kreeg het kind de naam van de vader.

Het  Grondwettelijk Hof is van oordeel dat deze  bepaling discriminerend tegenover vrouwen is.

Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  • Grondwettelijk Hof 14 januari 2016, arrestnr. 2/2016, rolnr. 6053, 6098.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be