Grondwettelijk Hof - gewone adoptie – huwelijksbeletsel - schending
Rechtspraak 28/03/2017

Grondwettelijk Hof 16 februari 2017, arrestnr. 25/2017, rol nr. 6412.

​In zake de prejudiciële vraag betreffende artikel 356-1 van het BW, in samenhang gelezen met de artikelen 162, 164 en 343, § 1, b), van het BW, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge.

« Schendt artikel 356-1, lid 1 en 2 van het BW in samenhang gelezen met de artikelen 162, 164 en 343 § 1 b) van het BW, de artikelen 10, 11 en 22bis van de Grondwet en de artikelen 8 en 14 van het EVRM en de Fundamentele Vrijheden van 4 november 1950, in zoverre het de gewone adoptie van de kinderen van de ene wettelijke samenwonende partner door de andere wettelijke samenwonende partner niet toelaat wanneer er sprake is van een huwelijksbeletsel waarvoor de Koning geen ontheffing kan verlenen als gevolg van de volle adoptie van één van de wettelijke samenwonende partners door de ouders van de andere partner, terwijl in andere vergelijkbare situaties, zoals wanneer de wettelijk samenwonende partners zich verhouden als stiefbroer en stiefzus en waarbij er geen huwelijksbeletsel bestaat of wanneer één van de wettelijke samenwonende partners het voorwerp is geweest van een gewone adoptie waarbij een ontheffing door de Koning wel mogelijk is gelet op het bepaalde in artikel 353-13, 4° B.W., een gewone adoptie van de kinderen van de ene wettelijke samenwonende partner door de andere wettelijke samenwonende partner wel mogelijk is ? ».

Vrouw geadopteerd in volle adoptie door ouders van partner – man verzoekt om gewone adoptie van minderjarige kinderen van zijn adoptiezus

N.V. diende een verzoek in om over te gaan tot gewone adoptie van S.V., H.V. en A.V. voor de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie familie- en jeugdrechtbank.

Op het ogenblik van het verwijzingsvonnis waren die kinderen minderjarig en de biologische kinderen van de adoptiezus van N.V. Allen woonden zij op hetzelfde adres en N.V. en M.V. waren wettelijk samenwonend. M.V. werd geadopteerd door de ouders van N.V. Het betrof een volle adoptie, destijds « wettiging door adoptie » genoemd.
Doordat M.V. werd beschouwd als een bloedverwant (zuster) van N.V. (artikel 356-1, eerste lid BW), ontstond er tussen hen een huwelijksbeletsel waarvoor geen ontheffing door de Koning kon worden verleend. De verwijzende rechter stelde vast dat een gewone adoptie van de biologische kinderen van M.V. door N.V. daarentegen wel mogelijk zou zijn indien M.V. gewoon, en niet ten volle, geadopteerd zou zijn of M.V. en N.V. zich als stiefbroer en stiefzus zouden verhouden.

De rechter diende zich uit te spreken over een verzoek, uitgaande van de man, tot gewone adoptie van de minderjarige kinderen van zijn adoptiezus. De wettelijke moeder van de kinderen die het voorwerp van het verzoek tot adoptie uitmaakte, was de adoptiezus van de kandidaat-adoptant, aangezien zij door diens ouders ten volle werd geadopteerd.

Uit de feiten bleek dat de kinderen geen wettelijke vader hebben, dat de biologische vader niet bekend is, dat de moeder en de kandidaat-adoptant wettelijk samenwonen, dat er een nauwe sociale en affectieve band bestaat tussen de te adopteren kinderen en de kandidaat-adoptant, en dat zowel de wettelijke moeder als de desbetreffende kinderen zich uitdrukkelijk akkoord verklaren met de gewone adoptie. Het Hof beperkte zijn onderzoek tot de prejudiciële vraag.

De huwelijksbeletsels, en meer bepaald het huwelijksbeletsel in de zijlijn tussen broers, tussen zusters of tussen broer en zuster, zijn gegrond op het verbod van incest, dat zelf gesteund is op diverse redenen. Een eerste reden, is van fysiologische en eugenetische aard, omwille van het verhoogde risico dat de kinderen uit bloedschennige huwelijken met een ernstige handicap zouden worden geboren. Een tweede reden, is van ethische of morele aard, om te voorkomen dat personen die tot eenzelfde familiekring behoren, banden hebben die afbreuk zouden kunnen doen aan de orde van de bestaande familiestructuren. Als derde reden beoogt de wetgever door het huwelijksbeletsel de plaats van elke generatie binnen de familie te waarborgen.

Belang van het kind

Daarnaast dient tevens rekening te worden gehouden met artikel 22bis, vierde lid, van de Grondwet dat bepaalt dat het belang van het kind steeds de eerste overweging moet zijn bij iedere beslissing die het kind aangaat. De wetgever was zich bewust van het belang dat het kind wordt opgevangen in een stabiel milieu met familiaal karakter en was van mening dat een adoptie door twee wettelijk samenwonenden, om toelaatbaar te zijn, de garantie op een normale, familiale omgeving moest bieden.

Grondwettelijk Hof – schending – band van aanverwantschap zonder huwelijksbeletsel

Voor wat betreft de vergelijking met de categorie van wettelijk samenwonende partners tussen wie een band als stiefbroer en stiefzuster bestaat, dient te worden opgemerkt dat er in die verhouding stiefbroer-stiefzuster geen band van verwantschap bestaat, doch slechts een band van aanverwantschap, zonder enig huwelijksbeletsel.

Wegens de afwezigheid van een huwelijksbeletsel bij de aanverwanten in de zijlijn (stiefbroer-stiefzuster), bevinden de wettelijk samenwonenden van wie de ene partner ten volle geadopteerd werd door de ouders van de andere partner en de stiefbroers en stiefzusters zich niet in een voldoende vergelijkbare situatie. Derhalve dient de prejudiciële vraag, wat dit aspect betreft, ontkennend te worden beantwoord.

Door een huwelijksbeletsel waarvoor de Koning geen opheffing kan verlenen als gevolg van de volle adoptie van een van de wettelijk samenwonende partners door de ouders van de andere partner, als absolute grond van niet-ontvankelijkheid van de vordering tot gewone adoptie in te stellen, laat de wetgever de juridische gevolgen van een absoluut huwelijksbeletsel in alle omstandigheden prevaleren op andere belangen die in het geding kunnen zijn, waaronder het belang van kinderen die kandidaat-geadopteerde zijn.

Ingevolge die absolute grond van niet-ontvankelijkheid wordt het kind op absolute wijze uitgesloten van de mogelijkheid om gewoon geadopteerd te worden door de verwant in de zijlijn van zijn ouder.

Aldus bestaat voor de rechter geen enkele mogelijkheid om ten gronde rekening te houden met het belang van de kinderen die kandidaat-geadopteerde zijn, terwijl dit, overeenkomstig artikel 344-1 van het BW, noodzakelijk is. 
Artikel 343, § 1, b BW, in samenhang gelezen met de artikelen 162 en 164 BW, in zoverre het de gewone adoptie van de kinderen van de ene wettelijk samenwonende partner door de andere wettelijk samenwonende partner niet toelaat wanneer er tussen hen sprake is van een huwelijksbeletsel waarvoor de Koning geen ontheffing kan verlenen als gevolg van de volle adoptie van een van de wettelijk samenwonende partners door de ouders van de andere partner, schendt de artikelen 10, 11 en 22bis van de Grondwet. De prejudiciële vraag werd bevestigend beantwoord.

Auteur: Christine Melkebeek, voorzitter a.i. Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  • Grondwettelijk Hof 16 februari 2017, arrestnr. 25/2017, rol nr. 6412.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be