Grondwettelijk Hof – neutraliteit franse gemeenschapsonderwijs – vernietiging bepalingen – handhaving van de gevolgen tot inwerkingtreding decreet
Rechtspraak 31/05/2016

Grondwettelijk Hof 11 mei 2016, arrestnr. 66/2016, rolnr. 6213

Grondwettelijk Hof 12 maart 2015, arrestnr. 34/2015, rolnr. 5885, e-zine juni 2015

​In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 8 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving en van artikel 5 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 31 maart 1994 houdende bepaling van de neutraliteit van het Gemeenschapsonderwijs, ingesteld door de ouders en wettelijke vertegenwoordigers van twee dochters.

Grondwettelijk Hof arrest nr. 34/2015 schending artikel 24 Grondwet

De ouders verwezen naar het arrest van het GwH nr. 34/2015 van 12 maart 2015 in antwoord op een prejudiciële vraag gesteld door de Raad van State betreffende artikel 8 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving en artikel 5 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 31 maart 1994 houdende bepaling van de neutraliteit van het Gemeenschapsonderwijs in een door hen ingesteld beroep tot vernietiging tegen de stad Brussel en de Franse Gemeenschap. Op 4 november 2013 stelden de ouders een beroep in tot nietigverklaring bij de Raad van State. Daarmee vochten zij de beslissing van de stad Brussel aan, deze weigerde een vrijstelling te verlenen voor het volgen van de lessen godsdienst of niet-confessionele zedenleer. De Raad van State stelde daarop een prejudiciële vraag aan het GwH om duidelijkheid te krijgen over de grondwettigheid van de regeling in de Franse Gemeenschap.

Het GwH oordeelde dat de bepalingen in de Schoolpactwet en in het decreet van de Franse Gemeenschap houdende bepaling van de neutraliteit van het gemeenschapsonderwijs art. 24 van de Grondwet schonden: deze bepalingen houden immers voor ouders niet het recht in om op ‘eenvoudig, niet anders gemotiveerd verzoek’ voor hun kind  vrijstelling te krijgen om godsdienstonderricht te volgen.

De ouders vorderden voor het Grondwettelijk Hof de vernietiging van de bepalingen die bij dat arrest ongrondwettig werden verklaard. Zij deden gelden dat, zelfs indien hun oudste dochter, op wie de procedure voor de rechter die de prejudiciële vraag had gesteld die aanleiding heeft gegeven tot het arrest nr. 34/2015, betrekking had, tijdens de procedure haar diploma van het secundair onderwijs zou behalen, zij een moreel belang bij de vernietiging van de bestreden bepalingen zou behouden. Zij voegden eraan toe dat zij ook de ouders zijn van een jonger kind, dat lager onderwijs volgt.

Artikel 24, § 3 Grondwet, iedereen heeft recht op onderwijs met inachtneming van de fundamentele rechten en vrijheden

Krachtens artikel 24, § 3, van de Grondwet heeft iedereen  recht op onderwijs met inachtneming van de fundamentele rechten en vrijheden. Tot die fundamentele rechten behoort het recht van de ouders, met name gewaarborgd bij artikel 2 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het EVRM, dat het door de overheid aan hun kinderen verstrekte onderwijs wordt verzekerd met naleving van hun godsdienstige en filosofische overtuiging.

In het bestreden artikel 5 van het decreet van 31 maart 1994 wordt de cursus zedenleer overigens niet « cursus niet-confessionele zedenleer » genoemd, maar wel “cursus zedenleer geïnspireerd door vrij onderzoek”.

Uit hetgeen voorafgaat, vloeit voort dat de decreetgever het mogelijk maakt dat de cursus niet-confessionele zedenleer, die de overheid die onderwijs inricht krachtens artikel 24 van de Grondwet aan de keuze van de ouders en de leerlingen moet aanbieden, een geëngageerde cursus is en dat hij de titularis van die cursus toestaat te getuigen voor een bepaald filosofisch stelsel.

Hieruit komt voort dat het bij de bestreden bepalingen vastgestelde decretale kader, zoals het thans in de Franse Gemeenschap bestaat, niet waarborgt dat de cursussen godsdienst of de cursus niet-confessionele zedenleer die ter keuze aan de ouders worden aangeboden, zoals zij bij de relevante bepalingen zijn geregeld, informatie of kennis verspreiden op tegelijk « objectieve, kritische en pluralistische » wijze overeenkomstig de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Europees Hof voor de Rechten van de Mens – leerlingen moeten kunnen worden vrijgesteld cursus godsdienst of zedenleer te volgen

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelde reeds eerder dat (EHRM, 9 oktober 2007, Hasan en Eylem Zengin t. Turkije, § 73) opdat het recht van de ouders zou worden verzekerd dat hun kinderen niet worden geconfronteerd met conflicten tussen de door de school verstrekte godsdienstige of zedelijke opvoeding en de godsdienstige of filosofische overtuigingen van de ouders, de leerlingen ervan moeten kunnen worden vrijgesteld de cursus godsdienst of zedenleer te volgen.

Grondwettelijk Hof – ontstentenis van het recht voor een ouder om op eenvoudig, niet anders gemotiveerd verzoek een vrijstelling te verkrijgen voor zijn kind om het onderricht in één van de erkende godsdiensten of dat in de niet-confessionele zedenleer te volgen – vernietiging bepalingen

Het GwH oordeelde dat de bestreden bepalingen moeten worden vernietigd, in zoverre zij voor een ouder niet het recht inhouden om op eenvoudig, niet anders gemotiveerd verzoek voor zijn kind een vrijstelling te verkrijgen om het onderricht in een van de erkende godsdiensten of dat in de niet-confessionele zedenleer te volgen.

Het GwH vernietigde artikel 8 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving en artikel 5 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 31 maart 1994 houdende bepaling van de neutraliteit van het Gemeenschapsonderwijs, in de versie zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van het decreet van 14 juli 2015.

Het GwH handhaafde, teneinde rechtsonzekerheid te vermijden, de gevolgen die de vernietigde bepalingen met zich mee hebben gebracht tot de inwerkingtreding van het decreet van 14 juli 2015 « waarbij een vrijstellingsstelsel voor de cursussen godsdienst en niet-confessionele zedenleer in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs en in het door Franse Gemeenschap gesubsidieerde officieel onderwijs wordt ingesteld ».

Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bronnen:

  • Grondwettelijk Hof 11 mei 2016, arrestnr. 66/2016, rolnr. 6213
  • Grondwettelijk Hof 12 maart 2015, arrestnr. 34/2015, rolnr. 5885, e-zine juni 2015


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be