Gemeentelijk administratieve sancties - wijziging wet jeugdbescherming
Rechtspraak 09/09/2013

Wet tot wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, Belgisch Staatsblad, 16 september 2013, 65593.

​WET BETREFFENDE DE GEMEENTELIJK ADMINISTRATIEVE SANCTIES

Deze wet die op 1 juni 2013 verscheen en van kracht zal worden op 1 januari 2014 kiemde in een bijzonder kritische maatschappelijke ondergrond. Dat bleek niet in het minst bij de parlementaire bespreking. Die begon net voor het paasreces met een beslissing tot spoedbehandeling van het wetsontwerp. Tijdens de eerste zitting van de Kamercommissie Binnenlandse Zaken, werd vervolgens onder luid protest van vertegenwoordigers van de Vlaamse Jeugdraad beslist om geen hoorzittingen over de tekst te organiseren.

Pas na het paasreces zou blijken dat er van de spoedbehandeling niet veel in huis zou komen. Tijdens de maand mei groeide het aantal amendementen gestaag aan, zowel door de meerderheid, als door de minderheid ingediend. De grote meerderheid van die amendementen werden ingediend door de groene fracties. Vanuit die hoek kwamen immers de meest fundamentele opmerkingen, die voortkwamen uit een hoorzitting met het middenveld die de groenen kort na het paasreces op eigen initiatief organiseerden. Die amendementen hadden in hoofdzaak betrekking op de positie van minderjarigen in de nieuws GAS-wet en de inperking van het aantal fenomenen waarvoor deze sancties gebruikt kunnen worden.

De meerderheid besliste uiteindelijk wel om de gemeenteraad, voorafgaand aan het invoeren van een nieuwe politieverordening een advies te laten inwinnen bij de plaatselijke jeugdraad.

Veel van de nieuwe bepalingen zijn te nemen of te laten voor gemeentebesturen. Wie de leeftijdsgrens wil verlagen moet bijkomende rechtswaarborgen voorzien. De nieuwe wet geeft meer slagkracht aan gemeenten die hun aanpak van lokale overlast willen versterken, maar verzwakt ook de gemeenten die geen gebruik maken van de vele nieuwe wettelijke mogelijkheden onder meer door te voorzien in anderen termijnen en formaliteiten voor die bepalingen die door alle gemeenten toegepast moeten worden. Het is maar de vraag of de nieuwe wet de toets van de praktijk zal doorstaan.

GRONDWETTELIJK HOF - BEROEP TOT VERNIETIGING

Zowel de Raad van Bestuur van de Liga voor Mensenrechten als de Raad van Bestuur van de Kinderrechtencoalitie Vlaanderen beslisten om elk apart een beroep tot vernietiging van de GAS-wet en de Jeugdbeschermingswet, in te dienen bij het Grondwettelijk Hof.

BEPALINGEN IN DE GAS-WET TOEPASSELIJK OP MINDERJARIGEN

Art. 14. § 1. De minderjarige die de volle leeftijd van veertien jaar heeft bereikt op het ogenblik van de feiten, kan het voorwerp uitmaken van een administratieve geldboete, zelfs wanneer deze persoon op het ogenblik van de beoordeling van de feiten meerderjarig is geworden.

Art 15. Wanneer de gemeenteraad in zijn reglement voorziet dat de minderjarigen het voorwerp kunnen uitmaken van de administratieve geldboete bedoeld in artikel 4, § 1, 1°, is hij verplicht om alle in de gemeente wonende minderjarigen en vaders, moeders, voogden of personen die er de hoede over hebben, via een en alle mogelijke communicatiemiddelen te informeren over de door minderjarigen gepleegde inbreuken die bestraft kunnen worden met administratieve sancties.

Afdeling 3. - De aanwezigheid van een advocaat

Art. 16. Wanneer een minderjarige verdacht wordt van een inbreuk die bestraft wordt met de administratieve geldboete bedoeld in artikel 4, § 1, 1°, en de administratieve procedure in gang gezet werd, brengt de voor het opleggen van de sanctie bevoegde overheid de stafhouder van de orde van advocaten hiervan op de hoogte, zodat ervoor gezorgd wordt dat de betrokkene door een advocaat bijgestaan kan worden.

De stafhouder of het bureau voor juridische bijstand stelt een advocaat aan, uiterlijk binnen twee werkdagen na voormelde kennisgeving.
Een afschrift van het bericht van de kennisgeving aan de stafhouder wordt bij het dossier van de rechtspleging gevoegd.

Wanneer er een risico op een belangenconflict bestaat, zorgt de stafhouder of het bureau voor juridische bijstand ervoor dat de betrokkene bijgestaan wordt door een andere advocaat dan die waarop zijn vader en moeder, voogd, of personen die hem onder hun hoede hebben of die bekleed zijn met een vorderingsrecht, een beroep hebben gedaan.

De advocaat kan ook aanwezig zijn tijdens de bemiddelingsprocedure.

Afdeling 4. - De verschillende procedures van toepassing op minderjarigen

Onderafdeling 1. - De procedure van ouderlijke betrokkenheid

Art. 17. § 1. Een procedure van ouderlijke betrokkenheid kan worden voorzien voorafgaand aan het aanbod tot bemiddeling, tot gemeenschapsdienst of, desgevallend, de oplegging van een administratieve geldboete.
§ 2. In het kader van deze procedure, informeert de sanctionerend ambtenaar per aangetekende brief de vader en moeder, voogd of personen die de hoede hebben over de minderjarige, over de vastgestelde feiten en verzoekt hen om, onmiddellijk na het ontvangen van het proces-verbaal of de vaststelling bedoeld in artikel 21, hun mondelinge of schriftelijke opmerkingen mee te delen over deze feiten en de eventueel te nemen opvoedkundige maatregelen. Hij kan hiertoe een ontmoeting vragen met de vader en moeder, de voogd of de personen die de minderjarige onder hun hoede hebben en de minderjarige.
§ 3. Na de in § 2 bedoelde opmerkingen te hebben ingewonnen en/of de minderjarige overtreder te hebben ontmoet, evenals zijn vader, moeder, voogd of personen die er de hoede over uitoefenen en indien hij tevreden is over de educatieve maatregelen die door deze laatsten werden voorgesteld, kan de sanctionerend ambtenaar hetzij de zaak in dit stadium van de procedure afsluiten, hetzij de administratieve procedure opstarten.

Onderafdeling 2. - De lokale bemiddelingsprocedure

Art. 18. § 1. Wanneer de gemeenteraad in zijn reglement voorziet dat de minderjarigen het voorwerp kunnen uitmaken van een administratieve geldboete zoals bedoeld in artikel 4, § 1, 1°, voorziet hij hierin eveneens een procedure van lokale bemiddeling en de nadere regels ervan.
§ 2. De sanctionerend ambtenaar dient verplicht een aanbod van lokale bemiddeling voor te stellen aan minderjarigen die de volle leeftijd van veertien jaar bereikt hebben op het ogenblik van de feiten.
§ 3. De vader en moeder, voogd of personen die de hoede hebben over de minderjarige, kunnen op hun verzoek de minderjarige begeleiden bij de bemiddeling.
§ 4. Wanneer de sanctionerend ambtenaar het welslagen van de bemiddeling vaststelt, kan hij geen administratieve geldboete meer opleggen.
§ 5. In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling, kan de sanctionerend ambtenaar ofwel een gemeenschapsdienst voorstellen, ofwel een administratieve geldboete opleggen.

Onderafdeling 3. - De gemeenschapsdienst uitgevoerd door de minderjarige

Art. 19. § 1. In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling, kan de sanctionerend ambtenaar een gemeenschapsdienst voorstellen, zoals omschreven bij artikel 10, tweede en derde lid, jegens de minderjarige, die georganiseerd wordt in verhouding tot zijn leeftijd en capaciteiten. Hij kan eveneens beslissen de keuze en de nadere regels van de gemeenschapsdienst toe te vertrouwen aan een bemiddelaar of een bemiddelingsdienst.
Deze gemeenschapsdienst mag niet meer dan vijftien uur bedragen en moet worden uitgevoerd binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing van de sanctionerend ambtenaar.
§ 2. De vader en moeder, voogd of personen die de hoede hebben over de minderjarige, kunnen op hun verzoek de minderjarige begeleiden bij het uitvoeren van de gemeenschapsdienst.
§ 3. In geval van niet-uitvoering of weigering van de gemeenschapsdienst, kan de sanctionerend ambtenaar een administratieve geldboete opleggen.

WET VAN 19 JULI 2013 TOT WIJZIGING VAN DE WET VAN 8 APRIL 1965 BETREFFENDE DE JEUGDBESCHERMING; HET TEN LASTE NEMEN VAN MINDERJARIGEN DIE EEN ALS MISDRIJF OMSCHREVEN FEIT HEBBEN GEPLEEGD EN HET HERSTEL VAN DOOR DIT FEIT VEROORZAAKTE SCHADE

Art. 2. In artikel 36, eerste lid, van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 mei 2004, wordt het 5° vervangen door wat volgt :

« 5° van het beroep ingediend bij een schriftelijk en kosteloos verzoekschrift tegen de beslissing tot opleggen of niet-opleggen van een administratieve geldboete zoals bedoeld in de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, ten aanzien van minderjarigen die de volle leeftijd van veertien jaar hebben bereikt op het ogenblik van de feiten; ».

Art. 3. In artikel 38bis (voorheen 37bis), van dezelfde wet, hersteld bij de wet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij de wetten van 15 mei 2006 en 27 december 2006, wordt het 1° vervangen door wat volgt :« 1° artikel 4, § 1, 1°, van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, indien de minderjarige de volle leeftijd van veertien jaar heeft bereikt op het ogenblik van de feiten; ».Art. 4. Deze wet treedt in werking de dag waarop de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties in werking treedt.

Bronnen:


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be