Geen week/week regeling in het belang van het kind
Rechtspraak 26/09/2014

Hof van beroep Gent (Jeugdk.) 18 december 2013, onuitg. 2013/JR/67

Situatie

X geboren in 2002 en Y geboren in 2004 zijn de kinderen van de ongehuwde ouders A en B. Zij hadden een relatie van april 1999 tot augustus 2009.

De rechtbank van eerste aanleg te Brugge, afdeling jeugdrechtbank, besliste tot gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag, hoofdverblijf van X en Y bij de moeder waar ze ook in het bevolkingsregister worden ingeschreven, secundair verblijf bij de vader om de veertien dagen van vrijdag 18 uur tot maandagmorgen 8 uur, de schoolvakanties zoals gespecifieerd in het akkoord van de partijen, 400 € per maand per kind vanaf 1 november 2010 jaarlijks te indexeren en met ontvangstmachtiging, 2/3de  buitengewone kosten ten laste van de vader vanaf 1 november 2010 . Er werd beroep aangetekend door beide ouders.

Horen van kinderen

De beide kinderen werden gehoord en drukten de wens uit minder lang bij hun papa te willen zijn. De vader daarentegen wenste een uitbreiding van het verblijfsrecht tot een week-weekregeling, minstens een uitbreiding van het verblijf van de kinderen bij hem vanaf woensdagmiddag na schooltijd tot maandagmorgen schooltijd aan school. De moeder vorderde de bevestiging van de bestaande regeling en een inperking van het verblijf van de kinderen bij de vader.

De rechtbank

Wanneer de rechtbank van oordeel is dat de gelijkmatig verdeelde huisvesting niet de meest passende oplossing is, kan zij beslissen een ongelijk verdeeld verblijf vast te leggen. Naar gelang het geval dient de rechter in concreto te oordelen waarbij hij een zeer ruime beoordelingsvrijheid heeft. Het hof dient aldus na te gaan of er redenen zijn die een gelijkmatig verdeelde verblijfsregeling in de weg staan, rekening houdend met de concrete omstandigheden eigen aan de zaak en (in het bijzonder) het belang van de kinderen en de ouders.

De vader is een succesvol zakenman, dit kan hem bezwaarlijk ten laste worden gelegd aangezien dit ook de kinderen financieel ten goede komt. De keerzijde hiervan is dat de vader, onvermijdelijk minder beschikbaar zal zijn voor de kinderen. Het is dan ook begrijpelijk dat de kinderen liever meer tijd doorbrengen bij hun moeder dan bij hun vader. De vader tracht zijn afwezigheid wel op te vangen door de kinderen mee te nemen op verre reizen en uitstappen met hen te doen.

Beide ouders hebben het beste voor met hun kinderen en hebben hen, elk vanuit hun eigen kwaliteit, veel te bieden. In het belang van de kinderen zouden de partijen beter samenwerken in plaats van elkaar tegen te werken. Ook het feit dat er steeds weer procedures worden ingesteld tot wijziging van de verblijfsregeling, zorgt ervoor dat de partijen geen rust kunnen vinden en beïnvloedt ook de kinderen.

Gezien de huidige werksituatie van de vader, de moeilijke communicatie tussen de partijen en de verklaring van de kinderen, is een uitbreiding van de verblijfsregeling naar week-weekregeling thans niet wenselijk en niet in het belang van de kinderen. 

Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  • Hof van beroep Gent (Jeugdk.) 18 december 2013, onuitg. 2013/JR/67


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be