Gebrek aan GON -ondersteuning – veroordeling Vlaamse Gemeenschap
Rechtspraak 06/10/2017

REA Brussel, Nederlandstalige kamer, 24 juni 2017, rolnr. 16/2291/A.

​Feiten

Het bestaande Vlaamse onderwijsaanbod voor blinde en slechtziende kinderen valt uiteen in twee hoofdvarianten:

  • Enerzijds lopen blinde en slechtziende kinderen school in het buitengewoon onderwijs “type 6”.
  • Anderzijds kiest een toenemend aantal ouders voor de integratie van hun blinde en slechtziende kinderen in het “gewoon” onderwijs. Dit is, onder bepaalde voorwaarden, mogelijk in het kader van de door de decreetgever gestimuleerde Geïntegreerd Onderwijs (GON): een samenwerkingsverband tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs.

Het buitengewoon onderwijs verstrekt, op grond van een pedagogisch project, aangepast onderwijs, opvoeding, verzorging en therapie aan leerlingen waarvan de totale persoonlijkheidsontwikkeling, niet of onvoldoende door het gewoon onderwijs verzekerd kan worden. Deze onderwijsvorm voorziet in kleuter-, lager- en secundair onderwijs.

Sinds het begin van de jaren ’80 kunnen blinde en slechtziende kinderen namelijk worden ingeschreven in het geïntegreerd onderwijs (GON). De GON-begeleiding betekent dat de leerling, afhankelijk van diens graad van visuele handicap, gedurende een aantal toegekende lesuren per week extra begeleiding krijgt van een GON-begeleider, zoals een leerkracht, orthopedagoog, logopedist, psycholoog, of andere. Het aantal normaal begaafde blinde en slechtziende leerlingen in de zogenaamde blindenscholen van het buitengewoon onderwijs, is sinds de introductie van het geïntegreerd onderwijs zeer sterk afgenomen, met een corresponderende toename tot gevolg van het aantal normaal begaafde blinde en slechtziende leerlingen dat met GON-ondersteuning les volgt in het gewoon onderwijs.

Situatie van de verzoekende partijen

A. is bijna tien jaar oud en zeer ernstig slechtziend. In september 2013 ging A. over naar het eerste leerjaar. Ondanks haar normale begaafdheid, moest zij haar school voor gewoon onderwijs verlaten, en overgaan naar het buitengewoon Onderwijs 6. Volgens eisers kwam dit door een gebrek aan GON-begeleiding.

F. is vijftien jaar oud, heeft albinisme en is daardoor sinds haar geboorte ernstig slechtziend. Ze is bovengemiddeld begaafd. In het schooljaar 2014-2015 ging F. over naar het tweede middelbaar ASO waar ze op het einde van het schooljaar een A-attest behaalde. De klassenraad benadrukte in deze context evenwel twijfels te hebben over de slaagkansen van F. in het derde jaar op deze school. De klassenraad adviseerde daarom dat F. gezien haar persoonlijke situatie, de studierichting Economie best niet zou kiezen en dat ze best zou overgaan naar een school met specifieke aanpassingen voor slechtziende kinderen. In het schooljaar 2015-2016 waren haar resultaten terug beter, maar er werd gevreesd dat de twijfels van de klassenraad alsnog bewaarheid zouden worden, zodra de leerstof complexer wordt, en F. niet meer autonoom zal kunnen bijbenen wegens een gebrek aan ondersteuning.

Naast de GON-ondersteuning maakt F. ook gebruik van gedigitaliseerde pdf-versies van haar schoolboeken. In het huidig schooljaar hebben de ouders van F. moeilijkheden bij het verkrijgen van de ingevulde ADIBIB-boeken. Ze zijn hiervoor afhankelijk van de leerkrachten en van de uitgeverijen.

L. is zeventien jaar oud en sinds zijn geboorte ernstig slechtziend en aangewezen op braille. L. doorliep het kleuteronderwijs en de eerste vijf leerjaren van het lager onderwijs in de school voor gewoon onderwijs met 4 uren “officiële” GON-ondersteuning per week over alle schooljaren. Deze ondersteuning zou in het lager onderwijs op een gegeven moment onvoldoende geweest zijn om L. goed te kunnen voorbereiden op het secundair. Vanwege zijn opgelopen achterstand en het voortdurende gebrek aan ondersteuning stapte L. noodgedwongen over naar een school voor buitengewoon onderwijs type 6. L. wou na zijn tweede jaar middelbaar voortgaan in de richting Handel-Talen die binnen de huidige school niet werd aangeboden, en ging volop op zoek naar een andere gewone school secundair onderwijs. Vele scholen hielden ondanks hun principiële bereidheid om L. toe te laten, de boot af omdat ze met beperkte GON-ondersteuning vonden dat ze in hun werking te zwaar belast zouden worden. Uiteindelijk kon hij zich inschrijven in de richting Humane Wetenschappen. In het schooljaar 2015-16 behaalde L. een laag resultaat van 65,5%, met drie examentekorten. Door een tekort aan ondersteuning zou hij vrijgesteld zijn van enkele vakken. Deze vrijstelling had evenwel tot gevolg dat L. een heleboel leerstof miste, hetgeen zijn toekomstige onderwijskansen en perspectieven zou hypothekeren.

Naast GON-ondersteuning maakt L. ook gebruik van specifiek lesmateriaal. Om volwaardig aan het leerproces te kunnen deelnemen moet het lesmateriaal voor blinde of zwaar slechtziende leerlingen zoals L. omgezet worden naar een vorm die voor hen toegankelijk is. De financiering van deze omzettingen gebeurt door de Vlaamse overheid. Daartoe moet een dossier ter goedkeuring worden ingediend volgens een welbepaalde procedure, geregeld in de Omzendbrief Omzettingen. Deze procedure is volgens eisers erg omslachtig en onvoldoende transparant.

De rechtbank

Verklaarde de vordering ontvankelijk en gegrond.

Zegt voor recht dat het globale gebrek aan GON-ondersteuning, toegekend aan de eisende partijen, een weigering uitmaakt van redelijke aanpassingen voor een persoon met een handicap.
Beval de Vlaamse Gemeenschap om deze weigering van redelijke aanpassingen voor een persoon met een handicap te staken.

Beval de Vlaamse Gemeenschap om, onder verbeurte van een dwangsom van € 250 per dag vertraging ten bate van elk van de eisende partijen ten aanzien van wie het bevel niet zou worden nagekomen, en ten laatste op 1 september 2017 voor wat betreft het navolgende schooljaar 2017-2018, een GON-pakket toe te kennen aan de eisende partijen, dat tegemoet komt aan hun pedagogische noden, zijnde:

  • Een pakket van minimum 17 uren GON-begeleiding per week, flexibel in te zetten doorheen het schooljaar, voor A.
  • Een pakket van minimum gemiddeld 10 uren GON-begeleiding per week, flexibel in te zetten doorheen het schooljaar, voor F.
  • Een pakket van minimum gemiddeld 13 uren GON-begeleiding per week, flexibel in te zetten doorheen het schooljaar, voor L.

De rechtbank veroordeelde de Vlaamse Gemeenschap om aan de partijen, elk een forfaitaire schadevergoeding voor morele schade van € 650 te betalen.

Auteur: Christine Melkebeek, voorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  • REA Brussel, Nederlandstalige kamer, 24 juni 2017, rolnr. 16/2291/A.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be