Europees Hof van Justitie – prejudiciële verwijzing - zwangere vrouwen kunnen hun job verliezen bij collectief ontslag –– richtlijn 92/85/EEG staat een nationale regeling niet in de weg - lidstaten kunnen wel extra bescherming inbouwen
HvJ (derde kamer) 22 februari 2018, J. Porras Guisado t. Bankia S.A. e.a., C-103/16 (met conclusie)

​Begin januari 2013 had de Spaanse onderneming Bankia overleg met de vakbonden met betrekking tot een collectief ontslag dat ging doorgevoerd worden in de onderneming. Op 13 november 2013 stuurde Bankia de zwangere werkneemster Porras Guisado op basis van het door de onderhandelingscommissie opgestelde akkoord een ontslagbrief. In de brief stond dat het personeel fors diende in te krimpen en Guisado een slechte beoordeling had gekregen in de firma.

Guisado stapte naar de arbeidsrechtbank, die stelde haar in het ongelijk. Zij tekende beroep aan tegen het vonnis bij het Superior Tribunal de Justicia de Cataluña.

De hoogste rechter van Catalonië  vroeg het Hof van Justitie het verbod op ontslag van zwangere werkneemsters tijdens de zwangerschap als bedoeld in richtlijn 92/85 - (Richtlijn 92/85/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie (tiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG)(PB 1992, L 348, blz. 1)- , uit te leggen in de context van een collectieve ontslagprocedure in de zin van richtlijn 98/59 - (Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (PB 1998, L 225, blz. 16) - inzake collectief ontslag.

 

Richtlijn 92/85 verbiedt immers het ontslag van werkneemsters gedurende de periode van het begin van hun zwangerschap tot het einde van het zwangerschapsverlof, behalve in uitzonderingsgevallen die geen verband houden met hun toestand en die door de nationale wetgeving en/of praktijken zijn toegestaan.

De advocaat-generaal adviseerde op 14 september 2017 dat het ontslag van een zwangere werkneemster in uitzonderlijke omstandigheden die niet met de zwangerschap te maken hebben mogelijk is. Het advies werd niet gevolgd.

 

In zijn arrest van 22 februari 2018 oordeelde het Hof van Justitie dat richtlijn 92/85 een nationale regeling niet in de weg staat volgens dewelke een zwangere werkneemster naar aanleiding van een collectief ontslag kan worden ontslagen. Redenen die geen betrekking hebben op de persoon van de werknemer, en die kunnen worden ingeroepen bij een collectief ontslag in de zin van richtlijn 98/59, vallen onder de uitzonderingsgevallen die geen verband houden met de toestand van werkneemsters in de zin van richtlijn 92/85.

Aangezien de richtlijn slechts minimumvoorschriften bevat, hebben de lidstaten echter de mogelijkheid om werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie beter te beschermen.


Bron

  • HvJ (derde kamer) 22 februari 2018, J. Porras Guisado t. Bankia S.A. e.a., C-103/16 (met conclusie)
 
 
 
 
 
 

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be