Enkele uitspraken van het grondwettelijk hof over adoptie door meemoeders
Rechtspraak 30/07/2012

Arrest Grondwettelijk Hof 12 juli 2012/93, rolnummer 5252.
Arrest Grondwettelijk Hof 12 juli 2012/94, rolnummer 5261

​1. Kunnen gescheiden meemoeders hun kind niet meer adopteren ? schending van de grondwet

De feiten

Sara en Nancy huwden in 2008. Een jaar later schenkt Nancy het leven aan een dochter. Tijdens de zwangerschap hebben zowel Nancy als Sara de komst van het kindje voorbereid. Ze hebben hun kind vanaf de geboorte samen opgevoed.

In juli 2010 zetten beide echtgenoten de eerste stappen voor de adoptie door Sara van de dochter. Op 10 augustus 2010 verkreeg Sara het attest van voorbereiding op de adoptie uitgereikt door de centrale overheid van de Franse Gemeenschap. Op 10 september 2010 diende zij een verzoekschrift tot volle adoptie in bij de Jeugdrechtbank.

In de loop van de maand september 2010 verliet Nancy de echtelijke woning, waarbij ze haar dochter met zich meenam. Sara stelde onmiddellijk een vordering in voor de rechtbank van eerste aanleg, in kort geding, in het kader van dringende en voorlopige maatregelen tussen echtgenoten. Ze vroeg een recht op persoonlijk contact, wat zij verkreeg, en de tweede beschikking breidde het recht op persoonlijk contact zelfs uit.

Sara en Nancy verzoenden zich, maar eind januari 2011 ging het koppel opnieuw uit elkaar. Sara verkreeg opnieuw een persoonlijk contactrecht met het kind. Wat de procedure tot volle adoptie betreft, heeft Nancy zich verzet. Zij stelt dat een adoptie door Sara niet zou beantwoorden aan het hoger belang van het kind wegens scheiding van het koppel. Op die basis heeft de Procureur des Konings over de adoptie een ongunstig advies uitgebracht, onder voorbehoud van elementen bij de verdere behandeling van het geding. Er werden door de jeugdrechtbank namelijk 2 'prejudiciële' vragen gesteld aan het Grondwettelijk Hof.

Arrest Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof heeft in dit arrest de wetgeving die de rechten van een co-moeder na een echtscheiding moet regelen ongrondwettelijk verklaard. Voordien was het zo dat wanneer binnen een lesbisch koppel een kindje werd geboren de meemoeder het kind na de geboorte kon adopteren, op voorwaarde dat de biologische moeder hier mee instemde. Maar wanneer het tot een breuk kwam betekende dit dat de adoptie door de lesbische meemoeder niet kon doorgaan. Het Grondwettelijk hof stelt in dit arrest dat het belang van het kind om een dubbele juridische afstammingsband te genieten het haalt op het recht van de biologische moeder om te weigeren toe te stemmen in de adoptie door haar ex-echtgenote. Art. 22bis van de Grondwet bepaalt dat het belang van het kind de eerste overweging is bij elke beslissing die het kind aangaat. Ook volgens het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind vormen de belangen van het kind de voornaamste overweging. 

Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat er al verschillende stappen zijn gezet inzake nieuwe gezinssituaties, maar deze hebben voorliggend probleem nog niet kunnen oplossen.

Auteur: Christine Melkebeek, DCI VLAANDEREN

Bronnen:

  • Arrest Grondwettelijk Hof 12 juli 2012/93, rolnummer 5252.
  • Erik Belsack, "Grondwettelijk Hof bevestigt rechten lesbische co-moeder bij scheiding", de morgen.be, 12 juli 2012.
  • "Grondwettelijk Hof bevestigt rechten Belgische lesbische co-moeder bij scheiding", www.holebi.info
  • Joyca Leplae, "Brief aan Minister Turtelboom. Als mama mee-moeder is", De Standaard 18 juli 2012.
  • P. Borghs, "Grondwettelijk Hof versoepelt adoptie door meemoeder" De Juristenkrant 2012/253, 4.

2. Samenwoningsvereiste lesbische meemoeder voor adoptie strijdig met de grondwet

De feiten

In augustus 2010 verzoekt Isabelle de Jeugdrechtbank de volle adoptie, door haarzelf, van de kinderen A & B uit te spreken, met behoud van de juridische band tussen de kinderen en hun biologische moeder Sabine. Volgens de rechtbank staat de afstamming van beide kinderen enkel vast ten aanzien van Sabine, die de biologische moeder is, en is de biologische vader niet bekend.

Sabine en Isabelle hebben een feitelijk gezin gevormd vanaf 1993 tot augustus 2003. De kinderen werden geboren in 1998 en 2000.

De rechtbank stelt vast dat beide kinderen sinds hun geboorte werden opgevoed door Isabelle. Zij leidt dit af uit de geboortekaartjes waarop Isabelle (mee) vermeld staat als moeder, uit de aanwijzing van Isabelle als toeziende en testamentaire voogd door Sara, en uit een minnelijke schikking bij de Vrederechter van juni 2003. Zij kwamen overeen tot een gelijkmatig verdeelde verblijfsregeling van de kinderen en een verdeling van de kosten van opvoeding en onderhoud. Isabelle brengt ook nog een brief van de directie van de school van beide kinderen bij. De feitelijke affectieve band en de feitelijke ouder-kindrelatie tusen Isabelle en beide kinderen staat volgens de rechtbank vast.

Sabine en de kinderen verklaren zich uitdrukkelijk akkoord met de volle adoptie van de kinderen door Isabelle. Alleen is er geen samenwoning meer op het moment van het indienen van het verzoekschrift tot adoptie, waardoor de rechtbank het verzoek niet kan inwilligen.

Het huidig juridisch kader stelt dat feitelijk samenwonende lesbische meemoeders kunnen adopteren op voorwaarde dat ze 3 jaar samen wonen met de biologische moeder, en dit op het moment van de indiening van het verzoekschrift tot adoptie. Komt het tot een breuk, dan zal de adoptie niet meer mogelijk zijn bij gebrek aan samenwoning. In deze zaak werd door het Grondwettelijk Hof anders geoordeeld.

Arrest Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat de bepalingen uit de adoptiewetgeving met betrekking tot de drie jarige samenwoningsvereiste een schending uitmaken van de Grondwet. Volgens het Hof moet het mogelijk zijn dat de meemoeder nog adopteert mits toestemming van de biologische moeder waarmee ze drie jaar lang samenleefde, ook al was er geen samenwoning meer op het ogenblik van het indienen van het verzoekschrift tot adoptie.

Auteur: Christine Melkebeek, DCI VLAANDEREN

Bronnen:

  • Arrest Grondwettelijk Hof 12 juli 2012/94, rolnummer 5261 "De art. 343, §1,b, 356-1 en 356- Burgerlijk Wetboek schenden de art. 10, 11 en 22bis van de Grondwet, in samenhang gelezen met art. 21 van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind, in zoverre zij niet erin voorzien dat een minderjarig kind ten volle kan worden geadopteerd door de voormalige partner van de wettelijke ouder en dat kind, met behoud van de juridische banden tussen het kind en zijn oorspronkelijke familie overeenkomstig art. 356-1, derde lid van het Burgerlijk Wetboek en met toepassing van de in art. 356-2, §2 tweede en derde lid van hetzelfde wetboek vervatte bepalingen betreffende de naam van het kind.".
  • "Grondwettelijk Hof bevestigt rechten Belgische lesbische co-moeder bij scheiding", holebi.info

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be